Tagarchief: Wieger Sikkema

Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken met onze kinderen (in gezin en gemeente)?

IMG_1856Na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk heb ik al een paar keer de volgende vraag gekregen:

“Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken met onze kinderen, in het eigen gezin en in de gemeente?”

Zoekend naar wijsheid heb ik twee vaders en twee moeders gevraagd op deze vraag te reageren. In dit blog komen zij aan het woord. Het gaat om:
Jurjen ten Brinke (voorganger van Hoop voor Noord, een multiculturele kerk in Amsterdam);
Miranda Terpstra – van de Kerk (oprichtster van Wijdekerk.nl);
Wieger Sikkema (voorganger van de Evangelische Gemeente Berea Noord in Apeldoorn);
– Irene Plas (o.a. bestuurslid CDA Brunssum).

Jurjen ten Brinke:

jurjen ten brinke“In ons gezin is het bespreekbaar, eenvoudigweg omdat diverse mensen in hun omgeving lesbisch of homoseksueel zijn en zo leven. Mijn dochtertje vroeg mij toen ze zeven of acht was hoe het kon dat juf Astrid, die met een vrouw getrouwd is, toch kinderen had.
Dus: ja, bespreekbaar maken!
Maar ook: wat mij betreft niet pro-actief in de basisschoolleeftijd. Dat doen wij dus ook niet in de kerk, op de club ofzo. Niet ten positieve, niet ten negatieve.
Ik ben van mening dat er een over-lobby gaande is vanuit de homoscene; dat zeg ik uiteraard vanuit onze context in Amsterdam. Persoonlijk ben ik van mening dat op de schaal van 100% hetero tot 100% homo er uiteraard ook veel tussenvormen zijn; daarbij geldt wat mij betreft dat je ‘twijfelaars’ niet over de streep moet trekken om uit de kast te komen, maar juist om met hun vragen tevoorschijn te komen. Zodat in alle eerlijkheid, zoekend, biddend, pratend… gezocht kan worden naar de levensinvulling die past en waar in de geloofsbeleving van die persoon dan ook ruimte voor is.
Samengevat: in de kinderleeftijd mijns inziens geen pro-actieve houding om homoseksualiteit bespreekbaar te maken; wel een gezonde, open en goede re-actieve houding. Waarin jouw begrip ‘veiligheid’ sowieso voorop moet staan.”

Miranda Terpstra – van de Kerk:

miranda T“Toen de kinderen kleiner waren hebben we het vooral over de liefde en diversiteit gehad. Zij weten dat er mannenliefde is en vrouwenliefde en liefde tussen man en vrouw. Dat een mens van een mens kan houden.
Toen ze wat ouder werden, hebben we daar de seksualiteit bij gehaald. Wij hebben het niet enkel gehad over: hoe de geslachtsorganen werken, voortplanting en veilige seks. Maar vooral dat liefde daarbij hoort. Wij vinden het belangrijk dat onze kinderen de grens van gelijkwaardige liefde kennen. Waar is seksualiteit niet meer uit liefde? Waar raakt seksualiteit aan de vrijheid van de ander en waar schaadt het de ander of jezelf?
Het is essentieel ook in het onderwijs hier handvatten in te geven. Niet in ieder gezin kent men de grenzen van liefde en seksualiteit of wordt er respectvol gesproken over de diversiteit die er is.
Seksualiteit vanuit liefde doet recht aan jezelf en de ander en aan God. Seksualiteit vanuit liefde zie ik als Zijn geschenk. De vorm van de relatie is zoals ik geloof ondergeschikt aan de kwaliteit van relatie en intimiteit. Christenen leggen vaak nadruk op de vorm in plaats van op de kwaliteit van liefde en seksualiteit. Ieder mens heeft recht op een sterk innerlijk kompas om ook qua seksualiteit in liefde te kunnen blijven en om de grenzen te kennen van henzelf en de ander.”

Wieger Sikkema:

IMG_3552“Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken bij onze kinderen in de gemeente?
Ja! Je kunt er niet omheen. De tijd dat onze kinderen steeds meer geconfronteerd werden met het leven en alles wat er zich afspeelt, ligt alweer wat jaren achter ons. Inmiddels zijn ze volwassen en, voor zover ik het kan zien, prima in staat om zichzelf over allerlei zaken een oordeel te vormen en positie in te nemen. Daar ben ik blij mee, want bewust en onbewust is dat waar je als ouders mee bezig bent. Je kinderen voorbereiden op het zelfstandige en volwassen leven.
Daarbij hoop je maar dat iets van jouw waarden en normen wordt overgedragen in hoe je spreekt en denkt en handelt in alle facetten van het leven. Als jij het niet doet, dan doen anderen, doet de cultuur het wel. Je wilt je kinderen weerbaar maken en leren leven vanuit liefde en genade, omdat dat de belangrijkste elementen zijn van het leven met God. En daar hoort ook de confrontatie bij met seksueel anders-geaarden. Als je daarover zwijgt en niet laat zien dat genade en liefde ook hierover iets te zeggen hebben, dan lever je ze uit aan de wolven. Wolven die zeggen dat homo-zijn vies is, dat je homo’s mag discrimineren en afranselen. Wolven die zeggen dat homo’s er in de kerk niet mogen zijn, omdat God hen veroordeelt. Daar moet je niet aan denken.
In Jezus’ naam dus niet zwijgen, maar in die naam kinderen leren de mens te zien en ieder mens onvoorwaardelijk lief te hebben en aanvaarden.”

Irene Plas:

FYdCzQT0_400x400‘Zelf kom ik uit een omgeving die erg duidelijk alles wat niet hetero was afwees. De Bijbel sprak immers in niet mis te verstane woorden over dit onderwerp. En die ene leraar op onze christelijke basisschool waarvan gefluisterd werd dat hij homo was, eigenlijk hoorde hij er niet te werken. Hij zou de jongens eens kunnen aansteken. Of…was hij wel te vertrouwen met kinderen?
Dit had grote gevolgen in ons gezin toen mijn oudere broer ontdekte dat hij homo was. Hij trok zich terug in zijn eigen kamer, zijn wereld, en verborg zijn grote geheim achter een dikke muur van rebelse puberteit. In een nichtje van dezelfde leeftijd vond hij een lotgenote met wie hij sindsdien veel omging.
Pas jaren later hoorde ik via een omweg over zijn homofilie, waarvoor thuis nooit ruimte zou zijn geweest. We zijn ruim een kwart eeuw verder en hoewel ik vermoed dat hij weet dat ik het weet, heb ik nog nooit uit zijn eigen mond mogen horen dat hij homo is. Dat hij zich blijkbaar nog steeds niet veilig (genoeg) voelt, begroot me.
Ik heb hierdoor veel na moeten denken over dit thema. En heb in kleine stapjes dat rigide denksysteem van mijn jeugd verlaten. Daarmee zeg ik niet dat ik nu een klip en klaar, afgebakend standpunt heb over homoseksualiteit. Maar wel dat ik in het opvoeden van mijn pubers proactief heb ingestoken op dat onderwerp. Ik wilde het vooral net zo bespreekbaar maken als het weer.
Aan de keukentafel, tussen de bammetjes smeren (“hé, niet zo veel hagelslag!”) en het inschenken van de thee (“wil je er melk in?”) kwam het ter sprake. Ik probeerde hun vragen te beantwoorden (“dus wij krijgen nooit een tante daar? Oooh, jammer…”, “Maar hoe zit dat dan precies?”) en toonde ook mijn twijfel en gebrek aan kennis. Voor alles wilde ik ervoor waken om als een bijbelvaste houwdegen met ogenschijnlijk ijzersterke verzen los te knuppelen op wat kwetsbaar is. Want het kan nooit de bedoeling zijn geweest om het Woord dat ons tot leven wekt, te misbruiken of om mijn standpunt meer lief te hebben dan m’n naaste.
En ik drukte ze op het hart, nog voor ze in de puberteit kwamen, om het ook te vertellen, als ze ontdekten dat ze homo of lesbisch waren. Ik zou niet minder van ze houden. In mijn verwachting hield ik rekening met die optie; de eenzaamheid en de (terechte) angst voor afwijzing waarmee mijn broer al die jaren heeft moeten worstelen wilde ik ze besparen. De rest was van latere zorg.
Inmiddels is duidelijk dat ze allemaal op het andere geslacht vallen. Of ik onnodig tijd en moeite in dit thema gestoken heb? Ik denk het niet.
Want nergens in de Bijbel lees ik een voetnoot bij het vers “Komt allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven,” waarin staat: “Geldt niet voor LGTB”. Die hebben we er vaak wel stiekem ingemoffeld. De winst is dat mijn kinderen leerden om niet met een veroordelende, maar inclusieve, open houding om te gaan met en te spreken over iedere naaste. En in een kerk waar veel leden nog zo denken zoals ik in de eerste twee zinnen beschreef, is dat meer dan nodig.’

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Zuivere speeltijd

Niet lang geleden kwam ik in contact met Wieger Sikkema, voorganger van de Evangelische Gemeente Berea Noord in Apeldoorn. Trefzeker wist hij mij in het hart te raken door zijn vurige pleidooi voor een veilige kerk, ook voor onze homoseksuele broers en zussen (met een relatie). Ik heb br. Wieger gevraagd een gastblog voor deze website te schrijven. Op dat verzoek ging hij graag in.
Is de kerk een plek waar iedereen met plezier mee mag en kan spelen?
Lees het maar. Ik word er warm van!

“Op de radio hoorde ik een item over voetbal. Er worden schijnbaar voorstellen besproken om een wedstrijd niet langer 45 minuten ‘kloktijd’ te laten duren. Men wil af van het tijdrekken, dralen en faken van blessures. Daarom wordt er gepleit voor twee helften van 30 minuten ‘zuivere speeltijd’. De klok stopt als de bal niet daadwerkelijk rolt. Wedden dat een wedstrijd er zomaar een stuk aantrekkelijker van wordt?

Zuivere speeltijd. In Galaten 5 voert Paulus ook zoiets in als het gaat om ons leven als gelovig mens. In vers 6 staat: ‘In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.’ Als Paulus zoiets zegt, moet je opletten. ‘Belangrijk is…’ In een andere vertaling las ik: ‘Het enige dat telt…’ Als topper in de theologie had hij heel wat kunnen noemen. Belangrijk is…. een gedegen theologische doordenking, een zuivere leer, de juiste ethische standpunten, een goede exegese van het Woord. Noem maar op. Maar die dingen staan er niet. Geloof dat zich uit, dat kracht krijgt als het zich uit in liefde. Dat staat er wel.

Terug naar die zuivere speeltijd. Wat wordt er gedraald en veel tijd gerekt in kerken als het gaat om ‘ethisch gevoelige thema’s’. Vooral als daarover verschillend wordt gedacht. Als de Bijbel er misschien wel niet zo eenduidig over spreekt als altijd aangenomen. Als oprechte volgelingen van Jezus het niet met elkaar eens zijn en vooral als hete hoofden het winnen van koude harten. Als liefde de zuivere speeltijd is, wordt er heel wat tijd verprutst helaas. En aantrekkelijk om naar te kijken is het zeker niet, laat staan mee te spelen.

Om het nog anders te zeggen, je kunt op het middenveld prachtig spelen en een geweldige tactiek hebben uitgestippeld en zelfs op papier gezet, maar als je niet scoort in het doel van de liefde, verlies je de wedstrijd. Voetbal is geen jurysport. Het gaat niet om de mooie passeerbewegingen of de technische hoogstandjes. Het enige dat telt zijn de doelpunten. In de kerk is het uiteindelijk niet anders.

Jaren geleden werd homoseksualiteit in de gemeente die ik diende een item. Of liever: een mens. Zijn vraag was of er ruimte voor hem en zijn vriend was binnen de gemeente. Die bleek er niet te zijn. Pijnlijk voor hen. De moeilijkste boodschap die ik als voorganger ooit aan een gemeentelid heb moeten brengen. Een oudste vroeg hoe ik het naar God kon verantwoorden dat ik hem een volwaardige plek als kind van God in de gemeente had willen geven. ‘Misschien’, zei ik, ‘zal God, als ik later voor Hem sta, zeggen: ‘Nou Wieger, daar had je wel iets strakker in de leer mogen zijn.’ Maar dan zal ik oprecht kunnen zeggen: ‘Heer, sorry, maar ik meende dat ik handelde uit liefde voor U en mijn broer.’ Maar zou het ook kunnen zijn dat de Heer jou vraagt en zegt: ‘Je was zo overtuigd van je standpunt, maar heb je niet gezien hoe een hart verkilde en iemand buitengesloten werd?’

Een zuivere leer, een bijbels standpunt, de juiste exegese. Als ze op dit onderwerp al bestaan, want ik zie heel gepassioneerde volgelingen van Jezus totaal verschillend denken, zeggen niets als de liefde het loodje legt. Als er door al ons geredeneer, beargumenteer en gediscussieer iemand wordt buitengesloten of zich niet geliefd voelt, dan sla je met de mooist onderbouwde standpunten en beleidsstukken de plank volledig mis.

In Christus Jezus is veel belangrijk, veel minder belangrijk en veel ‘volkomen’ onbelangrijk. Soms is het lastig om die dingen te onderscheiden. Maar als we gericht blijven op het scoren van doelpunten van liefde, inclusiviteit en genade is er veel zuivere speeltijd en zal er niet zo vaak naast geschoten worden. Dan is het veilig en leuk om de wedstrijd te spelen. Zelfs met je homoseksuele broers en zussen, zelfs als die een duurzame relatie van liefde en trouw hebben. Zelfs als jij daar bijbels of theologisch moeite mee hebt. En denk je eens in hoe aantrekkelijk het dan voor iedereen wordt om mee te spelen.

Stop het tijdrekken! Niet meer dralen. Gewoon lekker spelen. Dan komt het allemaal wel goed. Een beetje vertrouwen! God is trouw en toegewijd in zijn onvoorwaardelijke liefde voor mensen.”

 

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk