Tagarchief: Liefde

Eenzaamheid kreeg voor mij een gezicht

Jaren geleden ontmoette ik een man, die zijn hele leven recherchewerk heeft verricht en na zijn pensioen in een diep gat is gevallen. Familie heeft hij niet en de enkeling met wie hij een gesprekje aanknoopt, ploft niet bij hem thuis op de bank om een middagje te praten over van alles en nog wat. Hij vindt het erg moeilijk om ergens op visite te gaan, omdat hij er geweldig tegen opziet in de late avond weer alleen thuis te komen. Dat is voor hem zo’n onverteerbare gedachte, dat hij de klap van het alleen thuiskomen wil voorkomen door maar niet een ander te bezoeken. Ik raakte met deze man aan de praat en had met hem te doen. Ik besloot hem zo nu en dan een kaartje te sturen en heb hem op een zonnige dag opgezocht in zijn huisje, ergens op de Veluwe. Toen hij de deur opendeed, kon ik mijn lachen nauwelijks inhouden. De man had een wollen puntmuts opgedaan. Zijn ene oor was warmpjes weggestopt, het andere oor niet. Wat was hij blij me te zien! Eenmaal binnen, zei hij: ‘Ik heb nog taart van eergisteren, ik denk wel dat het nog goed is. Heb je zin in een stuk?’ Ik vroeg hem waarom de taart nog onaangebroken was, waarop hij antwoordde: ‘Ik ben eergisteren jarig geweest, maar er is niemand geweest.’

Ik kreeg een brok in mijn keel en vocht tegen tranen.

Daarna liep hij naar de woonkamer en pakte een kistje, waar ooit snoep in had gezeten. Op het kistje had hij de portretten van kinderen uit allerlei Afrikaanse landen geplakt. Deze had hij uit het blad Woord en Daad geknipt. Hij zei: ‘Hen heb ik altijd bij me.’ Een voor een gaf hij ze een kus. Ik kon mijn tranen niet langer bedwingen. Eenzaamheid kreeg voor mij een gezicht.

De bekende moeder Teresa, die in de sloppenwijken van Calcutta veel goed werk heeft verricht en kan worden beschouwd als een vrouw van gebed, schreef eens: ‘De ergste ziekte is niet lepra of aids. De ergste ziekte is het gevoel van eenzaamheid. De mensen die écht ziek zijn, zijn de mensen die vergeten zijn wat vreugde is en geen ervaring hebben met wederzijdse liefde en menselijke aanraking. De mensen die zo’n leven leiden, die uitgeworpen en alleen zijn, worden geteisterd door de ergste ziekte van de wereld.’

Het is bijna kerst.

We gedenken dat Jezus mens werd zoals wij. Jezus leefde ons zijn barmhartigheid voor, zoals Hij de barmhartigheid van zijn Vader voorleefde. Jezus’ leven inspireert ons, als wij ons door zijn genade laten vangen.

Wat wij kunnen geven, is een arm vol ontferming. Onze arm om verbondenheid uit te drukken, onze schouder om op te huilen, onze hand om het hoofd van de ander naar boven te richten, zullen blijken de belichaming van Gods liefde te zijn. Jezus draagt niet op om ons terug te trekken en te vereenzamen in stilte, maar stuurt ons eropuit. Hij wil dat we vrucht dragen en zijn compassie delen. Jezus zei tegen zijn volgelingen:

Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal hij je geven. Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.
– Johannes 15:16-17

Laten we om ons heen kijken, speurend naar uit wie het levensgeluk is weggevloeid. Van wie kunnen wij de eenzaamheid opheffen?
Soms is een uurtje van onze tijd al genoeg om die ene buurman of buurvrouw, een paar huizen verderop, te overladen met een prachtig kerstcadeau: uw of jouw aanwezigheid.

Zullen we de stoute schoenen aantrekken en op de ander afstappen?

Hele mooie kerstdagen toegewenst en een gelukkig, gezegend 2018!

In liefde,
John

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Eenzaamheid

Het oordeel achter ‘hoeren-en-tollenaren-liefde’

IMG_3473

In de studio, Hilversum, 24-06-2017

Zaterdagavond jl. was ik te gast in het NPO Radio 5 programma EO Live. Na een hartelijk ontvangst kreeg ik de ruimte om te vertellen over mijn boek ‘De veilige kerk – Acceptatie van seksuele diversiteit binnen de christelijke geloofsgemeenschap’. Het interview was persoonlijk en legde de vinger op de zere plek.
In het boek ga ik uitgebreid in op de vraag hoe de christelijke gemeente zich kan verhouden tot de vraag hoe om te gaan met homoseksuelen (en andere niet-heteroseksueel geaarden) binnen hun muren en hoe mijn droomkerk eruit ziet. Als het interview ‘hongerig’ maakt naar meer, raad ik aan het boek te lezen.

In het interview vertel ik kort over twee soorten van ‘liefde’, waarmee wij christenhomo’s kunnen benaderen.

De eerste vorm van liefde komt vaak voor bij mensen die zich nogal verlegen voelen met homo’s in hun nabije omgeving. Omdat zij er vaak zelf niet over uit zijn hoe met homo’s om te moeten gaan, komen zij vaak niet verder dan te zeggen/denken: ‘Ik heb geen enkele goede reden jou de deur te wijzen, want Jezus ging ook om met hoeren en tollenaren.’ Of: ‘Wij zijn allemaal zondaars.’
Ik noem dit de ‘hoeren-en-tollenaren-liefde’, een variant op een gedoogconstructie, die in ieder geval mij door het hart snijdt.

De ‘hoeren-en-tollenaren-liefde’ is voorwaardelijk. Zij erkent het mens-zijn, zoekt naar verbinding, is ten diepste liever de ander rijk dan kwijt, maar spreekt toch van veroordeling. Zij beschouwt de ander niet zuiver op de graat, kan met zuivere hartintenties niet uit de voeten en doet impliciet een oproep tot bekering. De ‘hoeren-en-tollenaren-liefde’ is goedbedoeld, maar getuigt van een worsteling, die alleen door een verandering van denken kan ombuigen tot een overwinning op veroordeling.

Er bestaat namelijk een tweede vorm van liefde: de accepterende liefde.

De accepterende liefde is de moeilijkste van alle soorten liefdes. Accepterende liefde ontslaat ons namelijk van consequenties verbinden aan waarheidsclaims (‘een homo met een relatie is zondig, dus laat hem eerst maar tot inkeer komen!’) en geeft de ander uit handen (aan God!). Accepterende liefde zegt: ‘Heer, ik vertrouw erop dat de ander bij U in goede handen is en dat U een unieke en wijze weg met hem/haar gaat. Ik hoef niets te vinden, ik hoef alleen maar te doen: lief te hebben.’ Accepterende liefde is liefde vol overgave. Daarin verlies ik mijzelf. En dat is moeilijk.

Wat als dit gelukt? Dan weet de christenhomo zich erkend, aanvaard en geborgen. Alleen dán is er een ingang naar zijn hart, alleen dán kan er een feest van herkenning worden gevierd. De accepterende liefde betekent geen vereenzelviging met andermans standpunten, accepterende liefde betekent de ander te zien dóór de ogen van God via Zijn volmaakte (!) Zoon Jezus Christus.

Waar een ingang naar het hart van de ander wordt gevonden, komt er ruimte voor dialoog. Dan kan er urenlang gepraat worden, over van alles en nog wat. Dan zijn er misschien meningsverschillen, maar treffen we elkaar in het Vaderhart van God. Daar stijgen we uit boven wat ons scheidt en zoomen we in op wat ons bindt. En belangrijker: daar gaan we de ander écht liefhebben, omdat we zijn intenties proeven. Onvoorwaardelijk!

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk