Tagarchief: LHBT

Genderideologie

IMG-4312

‘Een goede eerste stap is proberen te ontdekken wat de ander werkelijk te zeggen heeft. Dat begint met goed te luisteren, onbevooroordeeld.’ Hier in gesprek met Steef de Bruijn, hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, met wie ik medio 2018 een briefwisseling in de krant had.

De aandacht voor de rol van lhbt’ers in de kerk heeft de afgelopen tijd een grote vlucht genomen. Voor sommigen tot vervelens toe misschien, maar de tijd is rijp wat mij betreft. Te lang hebben veel lhbt’ers ervaren een gemarginaliseerd groepje mensen in de kerk te zijn. En niet zelden hebben zij in stilte een geloofsgemeenschap verlaten, omdat zij zich zodanig onveilig voelden dat geen andere oplossing mogelijk bleek. Anderen zijn hard aangepakt en genadeloos buitengesloten.

Dat tij lijkt te keren. Kerken nemen de positie van lhbt’ers steeds vaker serieus. Het gesprek wordt gevoerd en dat impliceert de bereidwilligheid in elkaars ogen te kijken. Steeds vaker ook wordt ingezien dat het ten diepste niet gaat om de vraag welke ruimte lhbt’ers in de kerk kunnen krijgen, maar om de vraag hoe we nu écht kerk willen zijn en hoe het evangelie van Jezus Christus in de dagelijkse praktijk vorm te geven. Natuurlijk stelt dat ons voor uitdagende vragen, vragen die goede doordenking behoeven.

In het gesprek over de vraag welke plek lhbt’ers (ook die met een relatie) in de kerk mogen innemen, wordt in mijn ogen te vaak gegrepen naar allerlei primaire reflexen die het gesprek erover geen goed doen. Zo’n reflex kan zijn dat iedere kritische kanttekening bij het pleidooi om de positie van lhbt’ers volledig gelijk te stellen aan de positie van hetero’s af te doen als liefdeloze onbarmhartigheid. Er bestaat ook het grijpen naar een andersoortige reflex. De afgelopen maanden heb ik regelmatig, ook vanuit orthodoxe kring, te horen gekregen bezig te zijn met het afwikkelen van een ‘verborgen agenda’. Met die ‘verborgen agenda’ bedoelt men de gehekelde ‘agenda van de genderideologie’, waarin onder andere het idee naar voren komt dat het biologische geslacht van een mens geen betekenis meer heeft voor zijn of haar identiteit. De angst is dat lhbt’ers hoe langer hoe meer ruimte zullen opeisen en tegengeluiden nimmer zullen dulden.

Ik zou het afwikkelen van die agenda ‘op kousenvoeten’ doen, alsof ik beheerst en langzaam druppeltjes gif in de kerk laat druppelen, die uiteindelijk duizenden zullen meeslepen in het verderf. ‘Werktuig in handen van de satan’, het behept zijn met ‘de geest van Izebel’, ‘kind van de seksuele revolutie’, allerlei kwalificaties passeerden de revue.

Het is bijzonder spijtig als waardevolle, publieke gesprekken over een veilige kerk voor lhbt’ers worden gegijzeld door een verwijzing naar het doordrukken van de ‘agenda van de genderideologie’. Dat smoort een eerlijk, constructief gesprek over de rol van lhbt’ers in de kerk (mensen van vlees en bloed!) in de kiem. Met een reflexmatige verwijzing naar de ‘agenda van de genderideologie’ wordt de weg naar een inhoudelijk gesprek versperd en daar is niemand bij gebaat. De kerk niet, het theologische debat niet en vooral de mensen om wie het gaat niet. Reflexmatige reacties zijn vaak verstoken van de wil om de onderlagen van wat onze gesprekspartners naar voren brengen écht te leren kennen. Daarmee is ook de eer van God niet gediend, omdat we niet of moeizaam de wellicht zuivere intenties van wie ons pad kruisen zullen ontdekken.

Een vraag die ik geregeld krijg, is of ik niet besef dat ik de moderne tijdsgeest mee heb. Dat besef heb ik terdege. Mijn pleidooi voor een veilige, inclusieve kerk voor lhbt’ers wordt massaal omarmd. Alleen al dat gegeven is voor sommige christenen reden om mijn pleidooi te wantrouwen en in rook op te doen gaan. Dat is jammer want daarmee lijkt het kind met het badwater te worden weggegooid. Aspecten uit een pleidooi die ook door ‘de wereld’ worden omarmd, verdienen niet per se om die reden onze afkeuring.

Het is de vraag hoe het gesprek toch gevoerd kan worden, zonder ons te laten verlammen door angst voor invloeden van de moderne tijdsgeest. Een goede eerste stap is proberen te ontdekken wat de ander werkelijk te zeggen heeft. Dat begint met goed te luisteren, onbevooroordeeld. Het begint – nog belangrijker – met de ander lief te hebben. Elkaar hartelijk liefhebben is misschien door allerlei (fundamentele) verschillen wel het moeilijkste wat er is. Maar ligt daar de niet de basis om op een voor God welgevallige manier te spreken over het leven?

Angst – anders dan een nuchtere, kritische houding – leidt doorgaans tot niets. Angst draagt in zich het risico veel kostbaars te laten liggen en ons steeds verder terug te trekken in eigen, geriefelijke bastions. Om het scherpe onderscheid tussen ‘wij’ (ons soort mensen) en ‘zij’ (de boze buitenwereld) te nuanceren, is het nuttig de ander met een open blik tegemoet te treden. Door zo het gesprek te voeren, wordt zij inhoudelijk van aard en ontstijgen we vooroordelen en snelle aannames. Deze waardevolle grondtonen kenmerken een volwassen christendom, een christendom waarin wij elkaars hart ontdekken en elkaars nieren proeven.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Marcel Zimmer en zijn steen in de vijver op Opwekking

IMG_1648De pinksterconferentie van Stichting Opwekking ligt weer achter ons. Tienduizenden mensen togen naar Biddinghuizen om de gloed van de Geest te ervaren. Het was een festijn van formaat, waar diepgang en vrolijkheid geen tegenpolen waren, maar elkaar omarmden. Heel mooi dat de NOS boven haar nieuwsbericht de kop ‘Tijdens Opwekking zie je dat de kerk nog lang niet dood is’ plaatste. En zo is het, misschien wel juist omdat kerkmuren even in de grond verdwijnen. Al die vogeltjes die zingen zoals ze gebekt zijn, weten elkaar op dat kleine stukje aarde in Biddinghuizen te vinden en te waarderen. Ik ben ervan onder de indruk.

Helaas was ik zelf door een buikgriep getroffen. Martin Koornstra wenste me via social media van harte beterschap en dat ik er, al liggend op de bank, via de Livestream maar van zou genieten. En dat heb ik gedaan.

Voor mij vormden de woorden die Marcel Zimmer uitsprak op zaterdagmorgen een hoogtepunt. Zijn woorden treffen mij diep en zullen nog lang nagonzen:

“Kom met je leegte en je angst. Hier word je liefdevol omarmd.
Ik heb de laatste paar jaren ontdekt, dat de kerk soms een heel liefdeloze plek kan zijn voor mensen die nog in de kast zitten. Hard en meedogenloos. Maar laten we ook als kerk zeggen: ‘Hier zijn mensen die luisteren naar je verhaal. Hier is een plek voor jou. We zeggen tot iedereen: Welkom in Gods huis.’”

IMG_1643Ik las de afgelopen dagen een boek over Cisterciënzers en hun spiritualiteit. Het boek heet: ‘School van de liefde’. Aan die titel denk ik continu als ik de woorden van Marcel terugluister en herhaal.
De kerk als school van de liefde. Denk het eens in: een kerk met leerlingen van Jezus, die het zich ten doel stellen een huis van liefde te zijn. Gods huis. Want God is liefde.

Zijn het niet de honderden vragen, van theologische aard bijvoorbeeld, die de kerk van Jezus vandaag de dag ervan weerhoudt voluit een huis van liefde te zijn? Zijn het niet visies en in betongegoten standpunten misschien, die over de school van de liefde een zwarte deken gooien? Zijn het niet onze angsten, voor glijdende schaal-effecten om maar iets te noemen, die ons ervan weerhouden Gods schepselen, stuk voor stuk, met een onvoorwaardelijke liefde te omarmen?

De kerk als liefdeloze plek, dat is een kerk die zichzelf in de vingers snijdt. Dat is een kerk die is afgedreven van hoe het leven met Jezus ooit begon. En boven alles: het is een kerk die de kandelaar uit haar midden zal wegdragen.

Marcel Zimmer gooide een steen in de vijver. Ik heb Marcel en zijn vrouw Lydia op verschillende evenementen ontmoet, onder andere op de boekpresentatie van mijn boek ‘De veilige kerk’. Keer op keer ben ik geroerd door hun grote liefde voor het leven, in al zijn veelkleurigheid. Ik zie hen als een voorbeeld van hoe de evangelische beweging in Nederland de uitdaging aan mag gaan hoe ook lhbt’ers voluit deelgenoot te laten zijn van het leven met de Heer. Liefdeloosheid en onveiligheid horen niet thuis bij wie in de kielzog van Jezus de Geest van God overvloedig willen ontvangen.

Zeker, allerlei vragen blijven opdoemen. Hoe moeten we de Schrift verstaan? Hoe gaan we om met de rol van lhbt’ers in de kerk? Hoe willen we eigenlijk kerk zijn?
Maar het is het alles waard om die vragen eerlijk onder ogen te zien en om, boven alles, de lhbt’ers zelf in de ogen te kijken. Om hun hart te proeven. Om te zien dat God ook in hun leven goed is.

Zelf voer ik in de meest uiteenlopende contexten de laatste jaren het gesprek over geloof en homoseksualiteit in de kerk. Dat gesprek is niet altijd eenvoudig. En toch heb ik gezien dat het vinden van een Jezusgezinde modus begint met het gesprek, de ontmoeting, de bereidheid om elkaar echt in de ogen te kijken.
Ik herinner mij hoe een man, vlak nadat ik had gesproken op een zomerconferentie van New Wine, naar mij toe kwam en zei: ‘John, zoals ik er nu over denk, sta ik niet achter de keuzes die jij in je leven maakt, maar ik heb je zo lief. Je bent mijn broer.’ Hij viel mij om de hals. Het was zo’n puur moment. Er was geen afwijzing, geen toon van veroordeling.
Tijdens een avond in Sneek zei een man na afloop: ‘Ik vond altijd van alles over lhbt’ers, of ze nou wel of geen relatie hadden, maar ik had er nog nooit écht een gezicht bij gezien. Vanavond heb ik een gezicht zien. Dat had ik nodig.’

Het is mijn gebed en vurige wens dat de evangelische wereld het gesprek zal voeren over wat toch wel als een van de meest heikele onderwerpen wordt beschouwd: geloof en homoseksualiteit. Daarbij gaat het, naar mijn overtuiging, niet in de eerste plaats om de vraag hoe we nou precies een visiestuk moeten formuleren waarin alle kaders worden geschetst. In de eerste plaats gaat het om de vraag: hoe willen we eigenlijk kerk zijn?

Als het uitgangspunt is een school van liefde te zijn, heeft dat verstrekkende gevolgen. Dan erkennen we dat ieder mens door God bedoeld en gezien is. Daarin mogen we, al lerend en met vallen en opstaan wellicht, achter Jezus aan. Ook met onze vragen, onze schroom en onze angsten. De Heer zal helpen – juist als het een verlangen is op de bodem van ons hart om in de stijl van Jezus te handelen.

Leestip: Van hart tot hart – Een open uitnodiging voor het gesprek over homoseksualiteit’.

IMG_1620

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

James Martin geeft zijn lezers spelden mee

een brug bouwen 2Boekrecensie:
Martin, J. (2018). Een brug bouwen. Baarn: Adveniat uitgeverij

Eén van de spannendste dingen in het leven is misschien wel het ontdekken van een context die niet nauw verwant is aan die van jezelf. Ontdekken in de zin van begrijpen, invoelen en meebeleven. Dat is uitdagend, net als iedere ontdekkingstocht. Lekker thuis blijven met je eigen tuinset, terwijl de kinderen spartelen in het zwembad, voelt weldadig en veilig. Maar om uit die stoel te komen en op speurtocht te gaan naar wat een ander drijft, vraagt om een keuze. Het mooie is: ik heb nog nooit iemand gehoord die er spijt van heeft gehad zich intensief te verdiepen in de wereld van een ander, ook als het met die ander soms enorm schuurt.

Bruggen bouwen. Dat komt je niet aanwaaien. Dat vraagt om veerkracht, daadkracht en uithoudingsvermogen. Het tellen van zegeningen ook, al zijn die nog zo klein.

Het boek ‘Een brug bouwen – hoe de katholieke kerk en de lhbt-gemeenschap kunnen bouwen aan een relatie van respect, begrip en fijngevoeligheid’ is mij uit het hart gegrepen. Het boek bevat de uitgewerkte versie van een lezing die priester-jezuïet en gastredacteur van The New York Times James Martin heeft gehouden. In dit boek doet de priester een dringend beroep op katholieke leiders om hun lhbt gelovigen op een andere manier, met begrip en openheid, tegemoet te treden. Niet alleen doet hij een dringend beroep op katholieke leiders, maar ook op de lhbt-gemeenschap zelf. Ook van de lhbt-gemeenschap mag respect, begrip en fijngevoeligheid worden verwacht, hoe moeilijk dat misschien ook is en hoezeer dat ook strijdt met het gevoel van urgentie dat iedere kerk vandaag nog volledig inclusief en veilig moet zijn.
James Martin slaat een brug. Dat zijn pleidooi hier en daar als schokkend wordt ervaren, is een helder signaal. Respect, begrip en fijngevoeligheid zijn alom gerespecteerde begrippen, maar als het puntje bij het paaltje komt blijkt het toch nog bar lastig om dat in de praktijk handen en voeten te geven. Het zijn waarden die de kerk zouden mogen vullen, maar hoe dan? Hoe gas terugnemen, de ander hoger achten dan jezelf en een handreiking doen, als je het gevoel hebt dat je overtuigingen je hiertoe belemmeren? James Martin geeft raad, op een warme en gloedvolle manier.

Bij het lezen van het boek ontdekte ik een aantal zaken die ik ook in mijn eigen boek De veilige kerk (2017) heb beschreven. Tijdens het schrijven van mijn boek wist ik nog niets van James Martin’s lezing. Het is dan ook mooi om te zien dat universele waarden een appèl doen op zowel de protestantse als de katholieke wereld. Dit leert mij dat we – ondanks onze verschillen – in de eerste plaats mens zijn, of we nu katholiek of protestant zijn, homo of hetero, rijk of arm, praktisch geschoold of theoretisch geschoold. Voor een ieder van ons geldt dat we de ander in de eerste plaats zien als mens, los van wat de ander doet of vindt of nalaat.
James Martin geeft zijn lezers spelden mee. Spelden om alle eigen bubbels door te prikken en uit te stappen. Soms moeten we even allerlei rookgordijnen wegwuiven, maar eenmaal door de mist heen, ontdekken we een mens. Iemand die ook – net als iedereen – zoekt naar liefde, geborgenheid, steun, trouw en vervulling. Martin daagt uit om onze arm om de schouder van de ander te leggen. Dat is vruchtbaar! Onze vervlechting met het hart van de ander (wat geen vereenzelviging met andermans keuzes en opvattingen hoeft te betekenen) brengt de mooiste vruchten voort. Vruchten van geloof, hoop en liefde. Tegen deze vruchten kan geen verdeeldheid op.

‘Een brug bouwen’; ik beveel het boek van harte aan!
Het boek bevat bijbelfragmenten en vragen ter overdenking om lhbt mensen te helpen hun plaats in de kerk te vinden en te groeien in hun relatie met God.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Recensies

Hoe kunnen LHBT’s verbinders zijn? ~ toespraak

Symposium ERV 210418

Sprekers en panelleden, vlnr John Lapré, ds. Wielie Elhorst en ds. Nynke Dijkstra (foto m.d.a. Piet Jansen)

TOESPRAAK SYMPOSIUM ERV – 21 APRIL 2018
Locatie: Keizersgrachtkerk, Amsterdam
Symposium 25 jaar ERV: ‘Geloven op het kruispunt’.

Een paar weken geleden vroeg de voorman van de ChristenUnie Gert-Jan Segers mij of ik aan een groep jongeren een brief wilde sturen.
Het verzoek was of ik iets wilde vertellen over mijn weg met God en hoe ik op die weg mijn seksuele oriëntatie een plek heb gegeven.
Een op het eerste gezicht opmerkelijke vraag, want je vraagt ook niet aan een gelovige hetero hoe hij zijn geaardheid een plek geeft.

Toch snap ik de vraag goed, vooral ook na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk, waarin ik een enorme worsteling met mijzelf en de hele wereld (en ja, ook God!) beschrijf.
Mijn publieke coming-out in 2011 heeft alle fundamenten van mijn bestaan weggeslagen (werk, kerk, huis en vrienden) en ik heb moeten opkrabbelen uit een intens zwart dal.
Eenmaal door de inktzwarte tunnel gekropen, stuitte ik op licht – nooit verwacht en toch gekregen. Ik stuitte op de onvoorwaardelijke, onbeschrijflijk intense liefde van God.

Het is een wonder dat ik hier vandaag mag staan.
En het is een wonder dat ik zoveel mensen, ook vandaag, mag ontmoeten die een verlangen hebben om licht te verspreiden – het licht van Gods goedheid.

De kerk heeft helaas een weinig rooskleurig verleden als het gaat om haar denken over en haar benadering van niet-heteroseksueel geaarden.
Hardnekkige miskleunen van uitsluiting en verwerping ontsieren nog steeds het lichaam van Christus.
Voor NieuwLicht (een programma van de EO) werd ik laatst gevraagd of er sprake is van een roze lente in christelijk Nederland.
Ik ben voorzichtig. Neem de flyeractie van het Reformatorisch Dagblad vorige maand. Ik denk aan al die jongeren in de reformatorische achterban die door zulke acties een onveilige omgeving aan den lijve ondervinden. Tegelijkertijd zie ik dat er veel christenen opstaan (hetero of niet) die zeggen: ‘Dit moet stoppen!’ Zij staan op de bres. Dat zijn uitingen van een roze zómer!
In de uitzending van NieuwLicht schoof priester Antoine Bodar aan tafel. Hij sprak over homoseksuelen als ‘niet normale’ mensen, omdat zij tot een minderheid behoren. Ik ben tegen die uitspraak in het verweer gegaan. Als iets niet helpt een veilige, inclusieve context te creëren, dan is het wel te zeggen dat je als niet-heteroseksueel niet normaal bent. Al bedoel je te zeggen dat je niet normaal bent als je niet aan de norm voldoet (wat ook al een gekke uitspraak is), dan nog moet je uiterst voorzichtig zijn met taal.

Er is nog veel te winnen – ik denk dat we dat wel kunnen stellen.
Hoe in de kerk wordt gedacht over homoseksualiteit is nog te vaak een lakmoesproef voor de vraag of een geloofsgemeenschap nog wel zuiver op de graat is.
Aan wat je vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of je progressief bent of juist niet. Wie is vóór het inzegenen van relaties tussen twee mannen (om maar een voorbeeld te noemen) wordt al snel in de vrijzinnige hoek gezet. Wij – bijbelgetrouwen tegenover zij – dwalenden.
Homoseksualiteit is in de kerk nog te vaak een identity marker.

Helaas is dat – breder – in onze samenleving niet veel anders.
Aan wat je als samenleving op politiek niveau vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of een samenleving progressief is of niet. Westerse landen kijken zo meewarig naar moslimlanden en omgekeerd. Hoe snel leggen we de ander niet langs de meetlat van wat wij zelf vinden – nog even los van de vraag of dat in sommige gevallen terecht is of niet.

Kerken komen er in maatschappelijke discussies vaak beroerd vanaf. Het slechte van de kerk krijgt vaak de aandacht, terwijl al het vele goede (kijk alleen hier maar eens om je heen!) naar de achtergrond verdwijnt.
In discussies hoor je vaak dat seksuele diversiteit haaks staat op geloven, op religie, op de kerk.
Als ik zeg homo te zijn én christen (zonder dat men mijn nare belevenissen in de kerk kent), kijkt men mij soms vol medelijden aan. ‘Ach, dan zul je het wel heel zwaar hebben.’ Alsof er geen goede, inclusieve plekken in de kerk bestaan. Maar die bestaan wel degelijk. Er zijn veel ruimhartige havens van veiligheid en liefde, vol van compassie, gelijkwaardigheid en oog voor de ander. Er is veel reden om dat in dankbaarheid te vieren!

De vraag is:
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s in het publieke debat over seksuele diversiteit en geloof een realistische en positieve bijdrage leveren?
Welke ‘strategie’ zal helpen om onze verhalen te laten klinken, zonder dat we van het christendom een karikatuur maken?
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s verbinders zijn?

Met die vraag betreden we spannend terrein.
Het zoeken naar verbinding met wie of wat dan ook levert niet alleen iets op, maar vraagt ook iets van ons.
Vooral dat laatste kan moeilijk zijn. Je zou maar op de kop uit de kerk zijn gebonjourd, zijn uitgejouwd, naar de kelder zijn gestuurd. Er zijn momenten dat je die kerk dan wel kan wurgen, met blote handen als het moet. Je voelt boosheid en onmacht. Dat komt door je verlangen naar gemeenschap en geborgenheid, die je – puur om wie je bent – uit handen is geslagen.
Tegelijkertijd voel je dat verbittering niets oplevert. Je weet heus wel dat verbittering en intense woede geen goed visitekaartje is. Maar soms kun je niet anders. En weet je: dat hoeft ook niet. Donder en bliksem maar een keer, dat lucht op.
En dan… op een bepaald moment heb je de moed om weer op te staan, om uit de inktzwarte nacht een lichtstraaltje te gaan zoeken. Je wilt het goede doen. Je wilt een verbinder zijn, al is het met knikkende knieën.

Het zoeken naar verbinding vraagt om oog te hebben voor verschillende werelden:
oog voor je eigen wereld, je eigen verhaal;
oog voor wat het goede in een soms weerbarstige wereld kan versterken;
oog voor balans.
Dat laatste ook vooral: het negatieve niet verzwijgen, het goede complimenteren en versterken.

In onze gesprekken hoeven wij de kerk niet te verdedigen. Onze verhalen, inclusief de pijn die we misschien hebben meegemaakt, hoeven we niet onder stoelen en banken te steken. We mogen het woorden geven, mogen zeggen dat de kerk steken heeft laten vallen als ze dat heeft gedaan. We mogen zeggen dat er iets in de structuren van geloofsgemeenschappen niet klopt, als we vinden dat dat aan de hand is.

Tegelijkertijd – en dat is waar ik zelf voluit in geloof – mogen we zeggen dat de kerk bij uitstek geschikt is een plek te zijn waar mensen grenzeloze liefde en compassie ervaren. De kerk heeft alle ingrediënten in huis om een plek van inclusiviteit en aanvaarding te zijn, voor ieder mens, van welke seksuele oriëntatie dan ook. De kerk kan een fantastische plek zijn, als zij zich laat grijpen door de genade waar zij zelf haar bestaansrecht aan ontleend.

Het werkt ontwapenend om, hoewel negatief geraakt te zijn door de kerk misschien, tegelijkertijd te zeggen in die kerk te geloven. Van die kerk te houden. Van Jezus te houden.
Mensen mogen daarbij de snik in onze stem horen. Kwetsbaarheid zal een kracht blijken te zijn als we niet de hele kerk van ons afstoten, maar alleen dat deel wat ons tot in het diepste van ons wezen heeft geraakt.
Dat maakt ons verhaal geloofwaardig. En die geloofwaardigheid is belangrijk om een verbinder te kunnen zijn. Ons geloofwaardige verhaal (met onze boosheid én onze hoop) zal duidelijk maken dat de combi christen-zijn én niet-heteroseksueel geen gekke mix is. Het zal mensen overtuigen dat plekken waar Christus in het middelpunt staat niet altijd gedrochten zijn.

Winning hearts and minds dus.
De ander leren kijken op de juiste plekken ook.

We staan als LHBT’s voor een belangrijke opdracht.
Onze nek uit te steken, al is het met een zwakke stem, al is het met die knikkende knieën.
We mogen niet zwijgen.
We kunnen niet zwijgen.

God roept ons… om kanalen van hoop en perspectief te zijn.
Voor jongeren en ouderen in de kast.
Voor kerken die zoeken naar wijsheid en licht en die op het gebied van inclusiviteit al een heel eind op de goede weg te zijn.
Voor anderen die samen met ons opstaan, om geduld te hebben met wie ons tempo nog niet bij kan benen.

God roept ons… om onze tranen te laten zien, onze bewogenheid.
Om onze gebalde vuisten te laten zien, om met onze vuist op tafel te slaan.
Om te redden wat er te redden valt.

God roept ons… om verbinders te zijn.
Om de schroom van ons af te schudden.
Om onze tong te beheersen.
Om onze passie te laten zien voor waar wel het goede gevonden wordt.
Om te versterken, wat versterking gebruiken kan.
Om een visitekaartje te zijn van het goede leven.
Om niet af te wijzen wie ons afwijst.

God roept ons… om de onderste weg te gaan.
Om in nederigheid het publieke gesprek aan te horen.
Om aan te haken als we een goed getuigenis kunnen geven.
Om uit te blijven spreken dat zonder geborgenheid en inclusiviteit alles verloren is.

God roept ons… om heel bewust op te staan.
Om de rug te rechten.
Om goede geesten onze inspirators te laten zijn.
Om in het publieke debat te zeggen dat het met de kerk soms schuurt, maar dat er ook een fantastische symbiose van kwetsbaarheid en liefdevolle groei mogelijk is.

We bidden om Gods licht.
Om wijsheid.
Om daadkracht.
Geduld.
Liefde.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk