Tagarchief: homoseksualiteit

Van Nashville naar het hart van de ander

Toen de Nederlandse Nashvilleverklaring als een vuurpijl het nieuwe jaar werd ingeschoten, bekroop mij haast onmiddellijk het onbestemde gevoel: dit gaat niet voor verbinding zorgen, maar voor nog meer polarisatie als het gaat over het onderwerp homoseksualiteit en geloof. Niets bleek minder waar. Twitter ontplofte, media doken erbovenop en de eerste verdrietige verhalen van gelovige lhbt-ers druppelden ook bij mij binnen.
Nog even los van inhoud en vorm: in de kerk zijn we niet gediend met nog een verklaring of iets wat haast als een belijdenisgeschrift gelezen kan worden. In de kerk zijn we gediend met dialogen, open en respectvolle dialogen. Het gesprek, de ontmoeting, het de ander in de ogen kijken en turen tot op de bodem van andermans hart, zal leiden tot opbouw van de kerk. Niet het sluiten van gelederen, niet het vormen van een theologisch cordon om door middel van een ‘geestelijke strijd’ de waarheid koste wat het kost te beschermen.

Medio 2018 had ik in het Reformatorisch Dagblad (RD) een briefwisseling met hoofdredacteur Steef de Bruijn. De toon van deze briefwisseling was goed en is door veel mensen als hartelijk ervaren. Deze hartelijkheid was ook voelbaar tijdens een ontmoeting op de redactie van de krant. Ondanks schurende visies en het elkaar bevragen op het scherpst van de snede, was er een bodem van gelijkwaardigheid en luisterbereidheid. Zo werken lastige dialogen. Alleen dan maak je stappen voorwaarts. Misschien minder dan gehoopt en verwacht, maar het tellen van zegeningen gaat ook over wat wij ‘kleine stapjes’ noemen.

Dr. P. De Vries – een van de initiatiefnemers van de verklaring – was echter zeer ontstemd over de inhoud van de brieven. Dit ongenoegen werd gedeeld door evangelist Arjan Baan, de andere initiatiefnemer van de verklaring, die al eerder mijn bijdragen in de media ‘tam tam’ had genoemd. Zowel De Vries als Baan hekelen de – in hun beleving – moderne tijdsgeest die ook binnen kerken waait als het gaat over het hete hangijzer homoseksualiteit en geloof.
Duidelijk werd wel: er waren ‘herstelwerkzaamheden’ nodig, de rijen moesten worden gesloten, de aloude gereformeerde leer verdedigd. In het RD verscheen niet lang na de briefwisseling een statement en deze maand de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring.

Om meerdere redenen heb ik met ontzetting deze verklaring gelezen. Laat ik hier mijn drie belangrijkste opmerkingen plaatsen:

  1. Ik zie de verklaring als een controlemiddel, als een grensbewakingsdocument. De verspreiders en ondertekenaars van de verklaring willen (meer) grip op ‘hun schapen’. De verklaring slaat piketpaaltjes: wij hopen en willen dat u (lees: onze achterban) er dit van gaat vinden. Het dient als waarschuwing: wat die mensen (bijv. homo’s met een relatie) doen, is een grove zonde. Zij staan buiten het Koninkrijk van God, volgen een duister spoor.
    Omdat de verklaring piketpaaltjes slaat, mis ik een hart dat bonst van liefde. Het leven is eruit (want de ‘heiligen’ worden gescheiden van de ‘melaatsen’), het pastorale nawoord ten spijt. Over dat pastorale nawoord gesproken: de apostel Paulus en anderen voegden in de Bijbel nooit ergens een pastoraal nawoord toe. Nooit gebruikten de bijbelse heiligen ferme taal om daarna in een voetnoot de ‘aai van een herder’ uit te delen. Dat geeft te denken.
  2. De schrik slaat je om het hart als je ziet welke namen onderaan de verklaring prijken. Niet alleen de voorman van de SGP Kees van der Staaij plaatste zijn handtekening, maar ook de evangelische voorganger Orlando Bottenbley en prof. dr. M.J. Paul. Zij plaatsten hun handtekening onder het dieptepunt van de verklaring: artikel 7. Daarin wordt gesteld dat een homoseksueel of transgender zelfbeeld wordt aangenomen. Ook wordt de suggestie gewekt dat homo’s kunnen genezen. Mannen van statuur plaatsten bewust hun handtekening en gaven daarmee tegelijkertijd een dreun aan alle worstelende lhbt-ers, zowel binnen als buiten de kerk.
  3. Daarmee raken we de kern van mijn frustratie: het zijn de lhbt-ers die in bepaalde kerken weer de (finale) klappen zullen moeten opvangen. Mannen die zich ten doel stellen de leer zuiver te houden, gebruiken hun tijd en energie om de wereld duidelijk te maken dat homo’s hun zelfbeeld hebben aangenomen en dat dit zelfbeeld gedefinieerd moet worden ‘overeenkomstig Gods heilige bedoelingen in schepping en verlossing’.
    Worstelende gelovige lhbt-ers mogen leren geen leven vol worsteling te hoeven doorstaan, maar hun lichamelijke identiteit te omarmen. Dat omarmen kost veel tijd en moeite misschien. Maar in dit omarmen ligt wel de sleutel naar een vol en open leven, in vrolijkheid en geluk. In dat leven ligt de wetenschap in Gods liefde te mogen rusten, mét het homo-zijn, zonder enige spoor van aarzeling. Ik had graag gezien dat de Nashvilleverklaring daarin zou ondersteunen. Maar niets van dat alles. De verklaring zet de schepping eerder onder druk, over de ruggen van wie in de kerk soms al zo kwetsbaar een plekje van bescherming, bewogenheid en veiligheid zoeken.

De kerk zal alleen bloeien als zij meer werk gaat maken van een theologie die haar hoofdpijler boort in de ogen, in het hart van de ander. De Nashvilleverklaring is hierin niet geslaagd. Het is een dor document, waar al het leven uit is geperst en dat zowel binnen als buiten de kerk enorm veel weerstand oproept en pijn veroorzaakt. De Protestantse Kerk verklaart: ‘De Nashvilleverklaring is theologisch eenzijdig en gesloten en pastoraal onverantwoord.’ Dat gaat ook niet alle ondertekenaars in de koude kleren zitten. Verschillende ondertekenaars hebben besloten alsnog afstand te doen van de verklaring. Dat is een hoopvol signaal! Hopelijk volgen er velen.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Algemeen

James Martin geeft zijn lezers spelden mee

een brug bouwen 2Boekrecensie:
Martin, J. (2018). Een brug bouwen. Baarn: Adveniat uitgeverij

Eén van de spannendste dingen in het leven is misschien wel het ontdekken van een context die niet nauw verwant is aan die van jezelf. Ontdekken in de zin van begrijpen, invoelen en meebeleven. Dat is uitdagend, net als iedere ontdekkingstocht. Lekker thuis blijven met je eigen tuinset, terwijl de kinderen spartelen in het zwembad, voelt weldadig en veilig. Maar om uit die stoel te komen en op speurtocht te gaan naar wat een ander drijft, vraagt om een keuze. Het mooie is: ik heb nog nooit iemand gehoord die er spijt van heeft gehad zich intensief te verdiepen in de wereld van een ander, ook als het met die ander soms enorm schuurt.

Bruggen bouwen. Dat komt je niet aanwaaien. Dat vraagt om veerkracht, daadkracht en uithoudingsvermogen. Het tellen van zegeningen ook, al zijn die nog zo klein.

Het boek ‘Een brug bouwen – hoe de katholieke kerk en de lhbt-gemeenschap kunnen bouwen aan een relatie van respect, begrip en fijngevoeligheid’ is mij uit het hart gegrepen. Het boek bevat de uitgewerkte versie van een lezing die priester-jezuïet en gastredacteur van The New York Times James Martin heeft gehouden. In dit boek doet de priester een dringend beroep op katholieke leiders om hun lhbt gelovigen op een andere manier, met begrip en openheid, tegemoet te treden. Niet alleen doet hij een dringend beroep op katholieke leiders, maar ook op de lhbt-gemeenschap zelf. Ook van de lhbt-gemeenschap mag respect, begrip en fijngevoeligheid worden verwacht, hoe moeilijk dat misschien ook is en hoezeer dat ook strijdt met het gevoel van urgentie dat iedere kerk vandaag nog volledig inclusief en veilig moet zijn.
James Martin slaat een brug. Dat zijn pleidooi hier en daar als schokkend wordt ervaren, is een helder signaal. Respect, begrip en fijngevoeligheid zijn alom gerespecteerde begrippen, maar als het puntje bij het paaltje komt blijkt het toch nog bar lastig om dat in de praktijk handen en voeten te geven. Het zijn waarden die de kerk zouden mogen vullen, maar hoe dan? Hoe gas terugnemen, de ander hoger achten dan jezelf en een handreiking doen, als je het gevoel hebt dat je overtuigingen je hiertoe belemmeren? James Martin geeft raad, op een warme en gloedvolle manier.

Bij het lezen van het boek ontdekte ik een aantal zaken die ik ook in mijn eigen boek De veilige kerk (2017) heb beschreven. Tijdens het schrijven van mijn boek wist ik nog niets van James Martin’s lezing. Het is dan ook mooi om te zien dat universele waarden een appèl doen op zowel de protestantse als de katholieke wereld. Dit leert mij dat we – ondanks onze verschillen – in de eerste plaats mens zijn, of we nu katholiek of protestant zijn, homo of hetero, rijk of arm, praktisch geschoold of theoretisch geschoold. Voor een ieder van ons geldt dat we de ander in de eerste plaats zien als mens, los van wat de ander doet of vindt of nalaat.
James Martin geeft zijn lezers spelden mee. Spelden om alle eigen bubbels door te prikken en uit te stappen. Soms moeten we even allerlei rookgordijnen wegwuiven, maar eenmaal door de mist heen, ontdekken we een mens. Iemand die ook – net als iedereen – zoekt naar liefde, geborgenheid, steun, trouw en vervulling. Martin daagt uit om onze arm om de schouder van de ander te leggen. Dat is vruchtbaar! Onze vervlechting met het hart van de ander (wat geen vereenzelviging met andermans keuzes en opvattingen hoeft te betekenen) brengt de mooiste vruchten voort. Vruchten van geloof, hoop en liefde. Tegen deze vruchten kan geen verdeeldheid op.

‘Een brug bouwen’; ik beveel het boek van harte aan!
Het boek bevat bijbelfragmenten en vragen ter overdenking om lhbt mensen te helpen hun plaats in de kerk te vinden en te groeien in hun relatie met God.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Recensies

Hoe kunnen LHBT’s verbinders zijn? ~ toespraak

Symposium ERV 210418

Sprekers en panelleden, vlnr John Lapré, ds. Wielie Elhorst en ds. Nynke Dijkstra (foto m.d.a. Piet Jansen)

TOESPRAAK SYMPOSIUM ERV – 21 APRIL 2018
Locatie: Keizersgrachtkerk, Amsterdam
Symposium 25 jaar ERV: ‘Geloven op het kruispunt’.

Een paar weken geleden vroeg de voorman van de ChristenUnie Gert-Jan Segers mij of ik aan een groep jongeren een brief wilde sturen.
Het verzoek was of ik iets wilde vertellen over mijn weg met God en hoe ik op die weg mijn seksuele oriëntatie een plek heb gegeven.
Een op het eerste gezicht opmerkelijke vraag, want je vraagt ook niet aan een gelovige hetero hoe hij zijn geaardheid een plek geeft.

Toch snap ik de vraag goed, vooral ook na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk, waarin ik een enorme worsteling met mijzelf en de hele wereld (en ja, ook God!) beschrijf.
Mijn publieke coming-out in 2011 heeft alle fundamenten van mijn bestaan weggeslagen (werk, kerk, huis en vrienden) en ik heb moeten opkrabbelen uit een intens zwart dal.
Eenmaal door de inktzwarte tunnel gekropen, stuitte ik op licht – nooit verwacht en toch gekregen. Ik stuitte op de onvoorwaardelijke, onbeschrijflijk intense liefde van God.

Het is een wonder dat ik hier vandaag mag staan.
En het is een wonder dat ik zoveel mensen, ook vandaag, mag ontmoeten die een verlangen hebben om licht te verspreiden – het licht van Gods goedheid.

De kerk heeft helaas een weinig rooskleurig verleden als het gaat om haar denken over en haar benadering van niet-heteroseksueel geaarden.
Hardnekkige miskleunen van uitsluiting en verwerping ontsieren nog steeds het lichaam van Christus.
Voor NieuwLicht (een programma van de EO) werd ik laatst gevraagd of er sprake is van een roze lente in christelijk Nederland.
Ik ben voorzichtig. Neem de flyeractie van het Reformatorisch Dagblad vorige maand. Ik denk aan al die jongeren in de reformatorische achterban die door zulke acties een onveilige omgeving aan den lijve ondervinden. Tegelijkertijd zie ik dat er veel christenen opstaan (hetero of niet) die zeggen: ‘Dit moet stoppen!’ Zij staan op de bres. Dat zijn uitingen van een roze zómer!
In de uitzending van NieuwLicht schoof priester Antoine Bodar aan tafel. Hij sprak over homoseksuelen als ‘niet normale’ mensen, omdat zij tot een minderheid behoren. Ik ben tegen die uitspraak in het verweer gegaan. Als iets niet helpt een veilige, inclusieve context te creëren, dan is het wel te zeggen dat je als niet-heteroseksueel niet normaal bent. Al bedoel je te zeggen dat je niet normaal bent als je niet aan de norm voldoet (wat ook al een gekke uitspraak is), dan nog moet je uiterst voorzichtig zijn met taal.

Er is nog veel te winnen – ik denk dat we dat wel kunnen stellen.
Hoe in de kerk wordt gedacht over homoseksualiteit is nog te vaak een lakmoesproef voor de vraag of een geloofsgemeenschap nog wel zuiver op de graat is.
Aan wat je vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of je progressief bent of juist niet. Wie is vóór het inzegenen van relaties tussen twee mannen (om maar een voorbeeld te noemen) wordt al snel in de vrijzinnige hoek gezet. Wij – bijbelgetrouwen tegenover zij – dwalenden.
Homoseksualiteit is in de kerk nog te vaak een identity marker.

Helaas is dat – breder – in onze samenleving niet veel anders.
Aan wat je als samenleving op politiek niveau vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of een samenleving progressief is of niet. Westerse landen kijken zo meewarig naar moslimlanden en omgekeerd. Hoe snel leggen we de ander niet langs de meetlat van wat wij zelf vinden – nog even los van de vraag of dat in sommige gevallen terecht is of niet.

Kerken komen er in maatschappelijke discussies vaak beroerd vanaf. Het slechte van de kerk krijgt vaak de aandacht, terwijl al het vele goede (kijk alleen hier maar eens om je heen!) naar de achtergrond verdwijnt.
In discussies hoor je vaak dat seksuele diversiteit haaks staat op geloven, op religie, op de kerk.
Als ik zeg homo te zijn én christen (zonder dat men mijn nare belevenissen in de kerk kent), kijkt men mij soms vol medelijden aan. ‘Ach, dan zul je het wel heel zwaar hebben.’ Alsof er geen goede, inclusieve plekken in de kerk bestaan. Maar die bestaan wel degelijk. Er zijn veel ruimhartige havens van veiligheid en liefde, vol van compassie, gelijkwaardigheid en oog voor de ander. Er is veel reden om dat in dankbaarheid te vieren!

De vraag is:
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s in het publieke debat over seksuele diversiteit en geloof een realistische en positieve bijdrage leveren?
Welke ‘strategie’ zal helpen om onze verhalen te laten klinken, zonder dat we van het christendom een karikatuur maken?
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s verbinders zijn?

Met die vraag betreden we spannend terrein.
Het zoeken naar verbinding met wie of wat dan ook levert niet alleen iets op, maar vraagt ook iets van ons.
Vooral dat laatste kan moeilijk zijn. Je zou maar op de kop uit de kerk zijn gebonjourd, zijn uitgejouwd, naar de kelder zijn gestuurd. Er zijn momenten dat je die kerk dan wel kan wurgen, met blote handen als het moet. Je voelt boosheid en onmacht. Dat komt door je verlangen naar gemeenschap en geborgenheid, die je – puur om wie je bent – uit handen is geslagen.
Tegelijkertijd voel je dat verbittering niets oplevert. Je weet heus wel dat verbittering en intense woede geen goed visitekaartje is. Maar soms kun je niet anders. En weet je: dat hoeft ook niet. Donder en bliksem maar een keer, dat lucht op.
En dan… op een bepaald moment heb je de moed om weer op te staan, om uit de inktzwarte nacht een lichtstraaltje te gaan zoeken. Je wilt het goede doen. Je wilt een verbinder zijn, al is het met knikkende knieën.

Het zoeken naar verbinding vraagt om oog te hebben voor verschillende werelden:
oog voor je eigen wereld, je eigen verhaal;
oog voor wat het goede in een soms weerbarstige wereld kan versterken;
oog voor balans.
Dat laatste ook vooral: het negatieve niet verzwijgen, het goede complimenteren en versterken.

In onze gesprekken hoeven wij de kerk niet te verdedigen. Onze verhalen, inclusief de pijn die we misschien hebben meegemaakt, hoeven we niet onder stoelen en banken te steken. We mogen het woorden geven, mogen zeggen dat de kerk steken heeft laten vallen als ze dat heeft gedaan. We mogen zeggen dat er iets in de structuren van geloofsgemeenschappen niet klopt, als we vinden dat dat aan de hand is.

Tegelijkertijd – en dat is waar ik zelf voluit in geloof – mogen we zeggen dat de kerk bij uitstek geschikt is een plek te zijn waar mensen grenzeloze liefde en compassie ervaren. De kerk heeft alle ingrediënten in huis om een plek van inclusiviteit en aanvaarding te zijn, voor ieder mens, van welke seksuele oriëntatie dan ook. De kerk kan een fantastische plek zijn, als zij zich laat grijpen door de genade waar zij zelf haar bestaansrecht aan ontleend.

Het werkt ontwapenend om, hoewel negatief geraakt te zijn door de kerk misschien, tegelijkertijd te zeggen in die kerk te geloven. Van die kerk te houden. Van Jezus te houden.
Mensen mogen daarbij de snik in onze stem horen. Kwetsbaarheid zal een kracht blijken te zijn als we niet de hele kerk van ons afstoten, maar alleen dat deel wat ons tot in het diepste van ons wezen heeft geraakt.
Dat maakt ons verhaal geloofwaardig. En die geloofwaardigheid is belangrijk om een verbinder te kunnen zijn. Ons geloofwaardige verhaal (met onze boosheid én onze hoop) zal duidelijk maken dat de combi christen-zijn én niet-heteroseksueel geen gekke mix is. Het zal mensen overtuigen dat plekken waar Christus in het middelpunt staat niet altijd gedrochten zijn.

Winning hearts and minds dus.
De ander leren kijken op de juiste plekken ook.

We staan als LHBT’s voor een belangrijke opdracht.
Onze nek uit te steken, al is het met een zwakke stem, al is het met die knikkende knieën.
We mogen niet zwijgen.
We kunnen niet zwijgen.

God roept ons… om kanalen van hoop en perspectief te zijn.
Voor jongeren en ouderen in de kast.
Voor kerken die zoeken naar wijsheid en licht en die op het gebied van inclusiviteit al een heel eind op de goede weg te zijn.
Voor anderen die samen met ons opstaan, om geduld te hebben met wie ons tempo nog niet bij kan benen.

God roept ons… om onze tranen te laten zien, onze bewogenheid.
Om onze gebalde vuisten te laten zien, om met onze vuist op tafel te slaan.
Om te redden wat er te redden valt.

God roept ons… om verbinders te zijn.
Om de schroom van ons af te schudden.
Om onze tong te beheersen.
Om onze passie te laten zien voor waar wel het goede gevonden wordt.
Om te versterken, wat versterking gebruiken kan.
Om een visitekaartje te zijn van het goede leven.
Om niet af te wijzen wie ons afwijst.

God roept ons… om de onderste weg te gaan.
Om in nederigheid het publieke gesprek aan te horen.
Om aan te haken als we een goed getuigenis kunnen geven.
Om uit te blijven spreken dat zonder geborgenheid en inclusiviteit alles verloren is.

God roept ons… om heel bewust op te staan.
Om de rug te rechten.
Om goede geesten onze inspirators te laten zijn.
Om in het publieke debat te zeggen dat het met de kerk soms schuurt, maar dat er ook een fantastische symbiose van kwetsbaarheid en liefdevolle groei mogelijk is.

We bidden om Gods licht.
Om wijsheid.
Om daadkracht.
Geduld.
Liefde.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

‘Droef gemoed’ en ‘Ongeordende liefde’, Antoine Bodar over depressie en homoseksualiteit – recensie

droef gemoedRecensie:
Fahner, N. (2018). Droef gemoed. Nels Fahner in gesprek met Antoine Bodar over depressie. Utrecht: Meinema. En: Houtman, W. (2018). Ongeordende liefde. Wim Houtman in gesprek met Antoine Bodar. Utrecht: Meinema.
[9 maart 2018 in het Christelijk Weekblad, nr. 8 – p. 26]

In Droef gemoed schetst journalist Nels Fahner een intiem portret van de bekende Nederlandse priester Antoine Bodar. In de gesprekken die Fahner met de priester heeft gevoerd, vertelt Bodar over zijn terugkerende perioden van depressie. In prettig leesbare zinnen wordt de lezer meegezogen in het kwetsbare bestaan van een man die soms diep gebukt gaat onder zijn aanleg tot zwaarmoedigheid en zich desondanks niet door God verlaten weet. Over een periode van depressie zegt Bodar: ‘Ik voelde me zelfs zeer met Hem verbonden. Het heeft mijn geloofsleven dus eigenlijk verdiept, die periode.’ (p. 20)

Bodar moet zelf niet zoveel hebben van het woord ‘depressie’. Hij spreekt liever van ‘melancholie’ en vindt depressie een containerbegrip. Of het gegeven dat zijn kerk depressie als een zonde beschouwt (p. 9) hierin nog een rol speelt, wordt niet duidelijk.
Op een heldere en gestructureerde manier geeft Fahner in zijn bondige werk een schets van de bronnen waar Bodar zijn steun uit haalt. Naast de troost die Bodar haalt uit geloof, vriendschap en kunst, wordt ook ingegaan op de troost van de dood. De maatschappijkritische, intellectuele reflecties van Bodar op de dood zijn indringend. Bodar is in staat over de dood heen te kijken, naar een hoopvolle toekomst.

Met zijn maatschappijkritische opmerkingen, die uitnodigen tot verdere bezinning, bewijst Bodar het lezerspubliek een dienst. Zo gaat hij in op de vraag of het huidige maatschappelijke klimaat depressie bevordert. Hierin ligt meteen een belangrijke meerwaarde van het boek: het overstijgt Bodar’s persoonlijke relaas, terwijl zonder dit relaas het boek aan zeggingskracht zou hebben verloren.
Op een kunstige manier is Fahner erin geslaagd de belevenissen van Bodar af te wisselen met doortastende beschouwingen. Het reflectievermogen van Bodar op waar hij zelf doorheen moest en moet gaan, getuigen van een heldere waarnemingszin. De inkijk in het veelbewogen leven van ’s lands beroemdste priester heeft mij geroerd. Als op een prachtige pinksterdag de zon in Bodar’s leven weer een beetje doorbreekt, denkt hij: het is toch mooi om te leven. De lezer zal, door de crisismomenten van Bodar heen, in aanraking komen met de zonnestralen die de duisternis van hem weghaalden. Dat maakt dit boek een juweeltje en een bemoediging voor wie het spook dat depressie heet met zich mee moet dragen.

ongeordende-liefdeIn Ongeordende liefde gaat Wim Houtman, werkzaam bij het Nederlands Dagblad als redacteur kerk en opinie, met Antoine Bodar in gesprek over homoseksualiteit. Ongeordende liefde beleefde in 2006 zijn eerste druk. Door aanhoudende vraag verscheen dit jaar een herziene versie en daarmee de tweede druk van het boek. Een paar belevingen die in Droef gemoed staan beschreven, staan ook in Ongeordende liefde.

In tien korte hoofdstukken gaat Houtman in op onderwerpen als: de Heilige Schrift over homoseksualiteit, geaardheid of gerichtheid, richtlijnen uit het Vaticaan en pastoraat in de praktijk. Onnodige herhalingen ten spijt, is het Houtman gelukt om in kort bestek grote vragen rondom het thema homoseksualiteit een plek te geven.
Als lezer wens ik dat Houtman op bepaalde momenten had doorgevraagd. Om een voorbeeld te noemen: bisschop Gerard de Korte van ’s-Hertogenbosch was in 2017 voornemens om een gebedsviering voor Roze Zaterdag af te sluiten met een kort woord en een zegening van de aanwezigen. Onder andere Bodar heeft hier kritiek op geuit. Uiteindelijk heeft de bisschop onder grote interne druk besloten zijn toestemming voor het gebruik van de Sint-Jan, de kathedraal van De Korte’s bisdom, in te trekken. Volgens Bodar hoort ‘persoonlijke nabijheid’ (middels de zegening van de aanwezigen) thuis in de biechtstoel. Alleen in de biechtstoel, vraag ik mij dan af? Wat stelt de preekstoel voor als we daar niet kunnen zeggen, wat in de biechtstoel wel kan worden gezegd? Als een lam niet op de preekstoel kan en een leeuw niet in de biechtstoel, lopen leer en leven al snel uiteen.
Uiteindelijk wil Bodar dat een individu zijn geweten laat vormen door de kerk (p. 19), de kerk die hij altijd zal verdedigen (p. 93). Tegelijkertijd toont hij zich op punten niet gelukkig met de Katechismus van de Katholieke Kerk (p. 18).

Het boek bevat ferme stellingnames. Bodar, die zelf al lange tijd celibatair door het leven gaat, vindt dat mannen niet bedoeld zijn voor mannen (p. 18), hoewel hij ‘dankbaar’ is dat homoseksuelen een contract kunnen sluiten en hun bezittingen kunnen delen (p. 11, 35). En hij zal een homostel zeggen ‘maar liever niet aan het avondmaal’ te gaan (p. 108), hoewel hij ‘eigenlijk ook wel’ wil dat ze aangaan (p. 109).
Het voortdurende zoeken van Bodar naar hoe de leer van de kerk te verkondigen en hoe de homoseksueel als mens daardoor niet te verliezen, maakt dit boek tot een spannende leeservaring. Sommige uitspraken kunnen als kwetsend en pijnlijk worden ervaren (zoals de stelling dat homoseksualiteit een abnormale afwijking is (p. 75) en dat genezing ervan niet valt uit te sluiten (p. 51)), andere als uiterst liefdevol en barmhartig.

Antoine Bodar maakt van zijn hart geen moordkuil. Dat verdient waardering, al maakt het hem soms onuitstaanbaar. Menig lezer zal wisselende emoties ervaren tijdens het lezen van dit boek. Die ervaring te bewerkstelligen, kan alleen door een vakkundige pen. Met Ongeordende liefde is Houtman erin geslaagd een beladen thema dicht bij de harten van mensen te brengen. Dat is, hoe men het boek ook mag waarderen, een buiging voor de auteur meer dan waard.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Recensies

Ontmoetingsdag Hart van Homo’s – een terugblik

Net als zo’n 100 andere mensen, ben ik zaterdag 7 oktober jl. naar Barneveld gereisd voor de ontmoetingsdag van Hart van Homo’s. Het thema van de dag was Het evangelie voor homo’s. Hart van Homo’s wil homoseksuele jongeren stimuleren om op een overwogen manier met hun homo-zijn om te gaan. De stichting timmert aan de weg door ook o.a. scholen en kerken te vertellen dat achter de homoseksueel een mens van vlees en bloed schuil gaat, die onze liefde, erkenning en onvoorwaardelijke acceptatie meer dan waard is.

Projectleider Herman van Wijngaarden van de stichting vroeg mij bij aankomst de perscode in acht te nemen, waarbij ik geen deelnemers aan de ontmoetingsdag zou quoten. Quotes zijn mogelijk tot een persoon te herleiden en dat kan heel onwenselijk zijn. Een ontmoetingsdag als deze moet boven alles veilig zijn, waardoor iedereen de vrijheid ervaart te delen wat er in het hart leeft. Belangrijk en goed!

Eenmaal binnen volgde de ene na de andere ontmoeting. Bijzonder om binnen een paar minuten deelgenoot te worden van de kern van iemands pijn, ook als het gaat om de ouder van een lesbische dochter. De dochter heeft het geloof en God afgezworen. Ik heb toen gezegd dat God het zaadje van zijn liefde in haar hart heeft geplant en dat Hij haar in zijn handpalm heeft gegraveerd. Ik moet denken aan moeder Monica van de bekende Augustinus van Hippo, die ooit compleet van God was losgeslagen. Moeder Monica bleef bidden. Dit had verstrekkende gevolgen. Ik vertelde de ouder dat ik zelf ook een tijdje onbereikbaar ben geweest voor goedbedoelde ‘vrome taal’, juist omdat ik religie als een aanvallend bolwerk beschouwde voor wat diep van binnen voor mij zo kostbaar was – de diepe, intense hunkering naar een vriend voor het leven.
Met tranen in onze ogen gingen we naar de ontmoetingszaal.

Pieter van Boven, voorzitter van het bestuur van Hart van Homo’s, trapte de dag af met een opening. Wat mij vooral raakte was deze zin: ‘Ik ervaar het als mijn weg homo’s onvoorwaardelijk lief te hebben.’ Dit is zo krachtig en mooi. Dit is waar het om draait. De zin kwam de hele dag op allerlei manieren terug. Ik denk dat we het woord ‘onvoorwaardelijk’ niet ver genoeg kunnen afpellen.
[Wat zijn we soms snel met onze antwoorden (ook vanuit een vermeende ‘waarheid’, bijv. over hoe God aankijkt tegen relaties). Onvoorwaardelijk liefhebben is de mens als beelddrager van God te zien (kostbaar, bedoeld en puur) en deze ook als zodanig te behandelen. Punt. Ik merk dat er soms een reflex in kerkelijke kringen bestaat, dat wel te zeggen, maar dan te vervolgen met een komma. Vooral in orthodoxe kring zie ik een dringende behoefte aan het opkomen voor de waarheid (wat op zichzelf natuurlijk heel goed is, begrijp me goed), waardoor men telkens alles volledig wil benoemen. Onder het mom van ‘we moeten altijd met twee woorden spreken’, kan er zo een sfeer ontstaan waarin mensen met een relatie van liefde en trouw met iemand van hetzelfde geslacht zich hoogst ongemakkelijk voelen. Soms is het goed de onvoorwaardelijke liefde tot een ander uit te spreken en het daarbij dan ook te laten, in ieder geval voor dat moment. Pieter van Boven deed dat en ik vond dat heel sterk!]

Wolter Rose hield vervolgens een referaat over Het evangelie voor homo’s. Drie kwartier lang sprak hij over het evangelie. Ik kreeg op een gegeven moment wel het gevoel: nu moet u toch wel echt de link naar homo’s maken, want daar zijn mensen voor gekomen. Het leeuwendeel van de lezing had op tal van gelegenheden gehouden kunnen worden. Ook vond ik de veelheid aan bijbelteksten nogal overweldigend. Een aanbeveling kan zijn de volgende keer dichter bij het thema te blijven.

Heel mooi wat Rose zei over de meerdimensionaliteit van Gods grootheid. In tijd, ruimte en qua eigenschappen torent God uit boven alles en iedereen. Hij is machtig en is onmogelijk ‘na te rekenen’. God is een mysterie, een ‘monument’ waar je in volle aanbidding omheen loopt. En toch is God tegelijkertijd zó dichtbij.

Rose zei ook dat niemand is geholpen met het bieden van valse hoop. Hij noemde daarbij twee voorbeelden. Het eerste is de suggestie dat bidden en therapie iemands seksuele gerichtheid kan veranderen. Het tweede is een zegen over een seksuele relatie, anders dan het huwelijk tussen een man en een vrouw.
Na de lezing ben ik even naar Rose toegelopen om een korte toelichting op het tweede voorbeeld. Het is zo makkelijk elkaar verkeerd te begrijpen, met alle gevolgen van dien. Rose gaf aan in de Bijbel geen ruimte te zien voor het inzegenen van een relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht en koppelt dat gegeven aan het bieden van valse hoop. Ik vind de stellingname wat ferm en het is me nog niet helemaal duidelijk wat Rose ermee wil bereiken, anders dan het gedachtengoed van Hart van Homo’s weer te geven. Aan het begin van de ontmoetingsdag is wel verteld dat Hart van Homo’s haar visie niet anderen wil opleggen, maar zij deze wel gewoon uitdraagt. Dat is logisch. Of de woorden ‘valse hoop’ dan moeten worden gebruikt voor wat voor een ander heel kostbaar en waardevol is…?

In een opbouwende en leerzame workshop van Herman van Wijngaarden (Korte cursus pastoraat) was er volop ruimte om met o.a. allerlei ambtsdragers van gedachten te wisselen. Er is gewoon grote behoefte aan om dat in een veilige context te kunnen doen. Van Wijngaarden zoomde in op een aantal belangrijke principes bij het verlenen van pastoraat aan homo’s, zoals (h)erken, waardeer en accepteer de homo in de gemeente.
Hart van Homo’s ziet wel ruimte voor een ‘innige vriendschap’ tussen mensen van hetzelfde geslacht. Ik was vooral benieuwd naar hoe zo’n vriendschap eruit ziet. Van Wijngaarden geeft aan dat ‘seksuele geslachtsgemeenschap en alles wat daartoe leidt’, te ver gaat. Ik vraag mij oprecht af of het houdbaar is om handje vasthouden en zoenen dan wel toe te staan. Waar ligt dan de grens? Maak je het jongeren niet onnodig moeilijk? Kun je dan niet beter zeggen: alles of niks?
Tegelijkertijd staat Hart van Homo’s voor om homoseksuele jongeren zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun keuzes, voor het aangezicht van God. Dat juich ik toe! Dat voorkomt moralisme en ook geforceerde stellingnames, die m.i. niet bijbels steekhoudend zijn. De geschiedenis van Jonathan en David en hun ‘innige vriendschap’ is daarvoor te mager.

In een andere workshop ging Hans Wulffraat (predikant in de Chinese CAMA gemeente te Zoetermeer) in op De gemeente en (beleid rond) homoseksualiteit. Ik proefde een zoeken en worstelen hoe nu beleid te ontwikkelen op homoseksualiteit. Het was goed die worsteling te zien. Het getuigt ervan recht te willen doen aan de mens áchter het beleidsstuk.

Ik kijk positief terug op de ontmoetingsdag! Wat een mooie ontmoetingen, ook met oudere ambtsdragers. Zij getuigden van een verrassende barmhartigheid en beheersten de kunst om een verbindend, opbouwend dialoog te voeren – ook als er sprake was van verschillen in inzicht.
Eén puntje nog: ik hoop met heel mijn hart dat celibatair levende jongeren, die op grond van de Bijbel daarvoor kiezen, niet alleen mildheid richting zichzelf, maar ook richting anderen laten zien. Ik ben op een bepaald moment tijdens de ontmoetingsdag enorm geschrokken van de felheid waarmee zo’n jongere mij de waarheid wilde aanzeggen. Daardoor verliet ik Barneveld met gemengde gevoelens. In de auto dacht ik: dan leef je volgens het plaatje, maar mis je de liefde…

Hart van Homo’s, blijf timmeren aan de weg! Er is nog een wereld te winnen. Jullie komen op plekken, waar ik nooit komen zal. Zaai en oogst. Ik bid voor jullie!

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Jezus doet het gewoon: op de koffie!

DSCN0101

Schotland

“Zacheüs was gehaat en gevreesd. Desondanks nodigde Jezus Zichzelf bij hem uit. Wat zou het mooi zijn als christenen op diezelfde manier leren omgaan met homo’s,” zegt John Lapré. Zes jaar geleden kwam hij uit de kast en werd hij gezien als “een bedreiging voor Gods koninkrijk”. In zijn boek ‘De veilige kerk’ deelt John een aantal principes om duidelijk te maken hoe de kerk een veilige haven kan zijn voor iedereen, ook voor homo’s. Aan de hand van het verhaal van Zacheüs de belastingambtenaar (Lukas 19:1-10, red.) deelt John drie principes.

  1. Zie de mens

“Als Jezus Zacheüs ziet weet Hij dat Hij te maken heeft met een steenrijke belastingambtenaar,” merkt de schrijver op. “Uitgerekend Jezus sommeert de gehate en gevreesde chef van de belastingdienst uit de boom te komen. Jezus zegt niet: ‘Beste man, daar in de boom…’ Nee, Jezus noemt zijn naam. Dat sloeg bij mij behoorlijk binnen. Dit is voor mij het bewijs dat God de mens ziet. Als christelijke geloofsgemeenschap kunnen we hier lering uit trekken. Achter al onze beschouwingen, dogma’s en beleidsvisies staat een mens. Daarom zouden we moeten leren om het verhaal achter de persoon te ontdekken. Daarvoor is inlevingsvermogen nodig. We mogen leren communiceren vanuit de relatie die we met iemand hebben opgebouwd in plaats van een leerstelling.”

John hoorde het verhaal van een jongen die door zijn broederraad werd verzocht zich te melden voor een gesprek. “Later werd duidelijk dat die broederraad al wekenlang over hem had gesproken over homoseksualiteit. In het allerlaatste stadium werd die jongen erbij gehaald en direct geconfronteerd met zijn rol in de gemeente. Ze hadden er ook voor kunnen kiezen om met hem een open gesprek aan te gaan onder het genot van een bak koffie. Dan hadden ze ook kunnen vragen hoe het met hem gaat. Maar het ging meteen over zijn geaardheid. Ik denk dat je als kerk dan de plank misslaat. Bouw een band op en vertrouw erop dat Gods Geest je leidt tijdens het proces. Dat is een benadering vanuit relatie in plaats van een leerstelling. Ik ben ervan overtuigd dat je als kerk daar veel meer mee bereikt.”

  1. Radicale gastvrijheid

“Terwijl Zacheüs in de vijgenboom zit en de passage van Jezus rustig afwacht, stopt Jezus. De Zoon van God kijkt naar Zacheüs en laat Zich uitnodigen. In het huis van Zacheüs voeren ze met elkaar een goed gesprek. Zacheüs heeft een slechte reputatie. Maar Jezus, die zonder twijfel Zacheüs’ hart tot op de bodem kan doorgronden, gaat het gesprek met hem aan. Zacheüs weet dat hij niet iemand in huis haalt die alleen maar een pittig gesprek wil voeren over een of andere transactie. Hij is zich ervan bewust iemand in huis te ontvangen die geïnteresseerd is in hém.

Daarmee laat Jezus zien dat onze deur voor iedereen mag openstaan. Zelfs als we met die ander radicaal van mening verschillen. Onderwerpen die de kern van het evangelie niet raken mogen er niet toe leiden dat we de ander het licht in de ogen niet gunnen. Wat zou het mooi zijn als we ondanks verschillen van mening elkaar vinden in Jezus Christus.” Hiermee zegt John niet dat leerstellingen er niet toe doen. “Een waarheidsclaim mag er niet toe leiden dat een individu met de staart tussen de benen de gemeenschap verlaat. Het individu wordt opgenomen in de gemeenschap en deelt in de vreugde van wat de gemeente een vierende gemeente maakt.”

John geeft een voorbeeld uit zijn eigen leven. “Ik heb een broeder die ik enorm waardeer. Hij heeft een andere visie op homoseksualiteit en relatievorming. Maar als we elkaar ontmoeten is dit geen issue. In elkaars hart proeven we een passie voor God. Dat is de gemene deler en dat bindt ons samen. Als ik hem ontmoet voel ik mij gewaardeerd en gerespecteerd.”

  1. De hogere weg

John: “In zijn contact met Zacheüs trok Jezus zich niets aan van alle culturele en religieuze barrières in Zijn omgeving. Hij brak erdoorheen en koos voor een andere weg. Een hogere weg. De alwetende Jezus trekt Zich niets aan van anderen. Weet je dat in Jezus’ tijd de visserij tot één van de meest beschamende beroepen behoorde? En juist op die plek kiest Jezus Zijn discipelen uit om met hen het evangelie te verspreiden.”

John verwijst naar het verhaal van Minke Velthuis en haar dochter Liesbeth. Het kostte Liesbeth en haar man een leiderschapspositie in de plaatselijke kerk dat zij hun dochter steunden in haar keuze voor een relatie. Minke vindt het erg moeilijk dat er voor haar dochter geen ruimte is in de kerk. ‘Wat ik wil is dat zij bij Jezus blijft, maar sommige christenen wijzen haar af,’ zegt ze. “Als ouders hun kinderen altijd blijven steunen – ook als ze het oneens zijn met hun keuzes – bewandelen ze de hogere weg. Dat doe je door uit te spreken dat iemand altijd bij jou welkom is,” voegt John toe.

CIP.nl besprak eerder met John zijn levensloop. Lees: John was een gewilde spreker in christelijk Nederland; totdat hij homo bleek te zijn

Klik hier om het boek van John Lapré te bekijken of te bestellen.

[Note: Op het Christelijk Informatie Platform verscheen deze week het volgende artikel, n.a.v. een interview. Op cip.nl staat het achter een betaalmuur.]

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

‘Juist bij de kwetsbare Man op het kruis vond ik troost’

De schrijver van dit gastblog vertelt hoe hij binnen de muren van de Rooms-Katholieke Kerk, die hij zo lief heeft, geen veiligheid ervaart om over zijn relatie met een man te vertellen. Dit doet hij anoniem, om de volgende reden:

‘Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit.’

‘Mijn moeder is geboren in Brabant aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Alles in Brabant, zeker in Vught, was katholiek. Mijn moeders familie was groot; aan beide kanten hadden haar ouders meer dan 10 broers en zussen. Iedereen was getrouwd; mijn moeder had zo’n 150 neven en nichten. Eén tante en oom hadden geen kinderen. Tante Cato, een zus van mijn oma, was getrouwd met ome Jan. Mijn moeder vertelde er weleens over. Ome Jan was een keurige man die heel aardig was. Hij hield erg van antiek. Én werd erbij verteld: “hij ging af en toe naar Amsterdam”.

Ome Jan was homo maar dat woord bestond toen nog niet en werd zeker niet uitgesproken. Ik heb iets dubbels met deze benadering. Zo omgaan met de zaken was in het katholieke Vught in de jaren ’50 het maximaal haalbare voor tante Cato en ome Jan. Misschien hoeft ook niet alles uitgesproken te worden; dat is ook wel erg Nederlands van boven de rivieren. In heel veel maatschappijen over de wereld heeft men aan een half woord genoeg en is er de facto soms meer vrijheid dan alles willen benoemen. Tante Cato heeft ome Jan jarenlang verzorgd toen hij ziek werd. Ze hadden op hun manier een zinvol leven, maar misschien waren beiden ook wel eenzaam en ongelukkig. Weten doen we het niet, want ze zijn al jaren geleden overleden. Misschien zaten ze wel gevangen in hun geheim, terwijl iedereen het wel wist.

Ik heb Onze Lieve Heer naar beneden gebeden dat mijn eigen homoseksuele gevoelens weg zouden gaan. Al vanaf mijn zesde voelde ik dat het bij mij “anders zat”, maar het kon niet, het mocht niet, het bestond niet. Het was zondig. Tot ik over mijn oren verliefd werd op een man. Ik kon er niet meer om heen. “God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, ver blijft Uw redding bij mijn kreet om hulp” (ps 22,2) zo riep ik uit tegen de Man op het kruisbeeld in mijn kamer – de woorden herhalend die Hij Zelf sprak op het kruis – midden in mijn verliefdheid. Ik voelde me naakt en kwetsbaar, bang en verward en was tegelijkertijd zo ontzettend verliefd. Ik wist het allemaal zo zeker, was behoorlijk orthodox katholiek en alles begon te wankelen. Maar juist bij deze kwetsbare Man op het kruis Die hetzelfde schreeuwde als ik, vond ik troost. Het onderkennen en accepteren van wie ik ben, met mijn hele persoon, inclusief homoseksualiteit, heeft me dichter bij God gebracht.

Inmiddels ben ik heel wat jaren verder. Ik heb alweer bijna 15 jaar een relatie en woon alweer heel wat jaren samen. Ik ben gebleven in mijn eigen Rooms-Katholieke Kerk. Ik kan in haar het beste Jezus ontmoeten. Ik voel me thuis in die kerk die – bijvoorbeeld in haar liturgie – een kerk is van alle tijden en plaatsen. Een hele diverse kerk met orden en congregaties met verschillende vormen van spiritualiteit. Maar de Rooms-Katholieke Kerk heeft ook iets dubbels. Er is een don’t tell, don’t ask mentaliteit als het gaat om homoseksualiteit. Men weet zich er eigenlijk geen raad mee. Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit. Terwijl ik juist wil horen bij die club van de Man op het Kruis.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken met onze kinderen (in gezin en gemeente)?

IMG_1856Na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk heb ik al een paar keer de volgende vraag gekregen:

“Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken met onze kinderen, in het eigen gezin en in de gemeente?”

Zoekend naar wijsheid heb ik twee vaders en twee moeders gevraagd op deze vraag te reageren. In dit blog komen zij aan het woord. Het gaat om:
Jurjen ten Brinke (voorganger van Hoop voor Noord, een multiculturele kerk in Amsterdam);
Miranda Terpstra – van de Kerk (oprichtster van Wijdekerk.nl);
Wieger Sikkema (voorganger van de Evangelische Gemeente Berea Noord in Apeldoorn);
– Irene Plas (o.a. bestuurslid CDA Brunssum).

Jurjen ten Brinke:

jurjen ten brinke“In ons gezin is het bespreekbaar, eenvoudigweg omdat diverse mensen in hun omgeving lesbisch of homoseksueel zijn en zo leven. Mijn dochtertje vroeg mij toen ze zeven of acht was hoe het kon dat juf Astrid, die met een vrouw getrouwd is, toch kinderen had.
Dus: ja, bespreekbaar maken!
Maar ook: wat mij betreft niet pro-actief in de basisschoolleeftijd. Dat doen wij dus ook niet in de kerk, op de club ofzo. Niet ten positieve, niet ten negatieve.
Ik ben van mening dat er een over-lobby gaande is vanuit de homoscene; dat zeg ik uiteraard vanuit onze context in Amsterdam. Persoonlijk ben ik van mening dat op de schaal van 100% hetero tot 100% homo er uiteraard ook veel tussenvormen zijn; daarbij geldt wat mij betreft dat je ‘twijfelaars’ niet over de streep moet trekken om uit de kast te komen, maar juist om met hun vragen tevoorschijn te komen. Zodat in alle eerlijkheid, zoekend, biddend, pratend… gezocht kan worden naar de levensinvulling die past en waar in de geloofsbeleving van die persoon dan ook ruimte voor is.
Samengevat: in de kinderleeftijd mijns inziens geen pro-actieve houding om homoseksualiteit bespreekbaar te maken; wel een gezonde, open en goede re-actieve houding. Waarin jouw begrip ‘veiligheid’ sowieso voorop moet staan.”

Miranda Terpstra – van de Kerk:

miranda T“Toen de kinderen kleiner waren hebben we het vooral over de liefde en diversiteit gehad. Zij weten dat er mannenliefde is en vrouwenliefde en liefde tussen man en vrouw. Dat een mens van een mens kan houden.
Toen ze wat ouder werden, hebben we daar de seksualiteit bij gehaald. Wij hebben het niet enkel gehad over: hoe de geslachtsorganen werken, voortplanting en veilige seks. Maar vooral dat liefde daarbij hoort. Wij vinden het belangrijk dat onze kinderen de grens van gelijkwaardige liefde kennen. Waar is seksualiteit niet meer uit liefde? Waar raakt seksualiteit aan de vrijheid van de ander en waar schaadt het de ander of jezelf?
Het is essentieel ook in het onderwijs hier handvatten in te geven. Niet in ieder gezin kent men de grenzen van liefde en seksualiteit of wordt er respectvol gesproken over de diversiteit die er is.
Seksualiteit vanuit liefde doet recht aan jezelf en de ander en aan God. Seksualiteit vanuit liefde zie ik als Zijn geschenk. De vorm van de relatie is zoals ik geloof ondergeschikt aan de kwaliteit van relatie en intimiteit. Christenen leggen vaak nadruk op de vorm in plaats van op de kwaliteit van liefde en seksualiteit. Ieder mens heeft recht op een sterk innerlijk kompas om ook qua seksualiteit in liefde te kunnen blijven en om de grenzen te kennen van henzelf en de ander.”

Wieger Sikkema:

IMG_3552“Moeten we homoseksualiteit bespreekbaar maken bij onze kinderen in de gemeente?
Ja! Je kunt er niet omheen. De tijd dat onze kinderen steeds meer geconfronteerd werden met het leven en alles wat er zich afspeelt, ligt alweer wat jaren achter ons. Inmiddels zijn ze volwassen en, voor zover ik het kan zien, prima in staat om zichzelf over allerlei zaken een oordeel te vormen en positie in te nemen. Daar ben ik blij mee, want bewust en onbewust is dat waar je als ouders mee bezig bent. Je kinderen voorbereiden op het zelfstandige en volwassen leven.
Daarbij hoop je maar dat iets van jouw waarden en normen wordt overgedragen in hoe je spreekt en denkt en handelt in alle facetten van het leven. Als jij het niet doet, dan doen anderen, doet de cultuur het wel. Je wilt je kinderen weerbaar maken en leren leven vanuit liefde en genade, omdat dat de belangrijkste elementen zijn van het leven met God. En daar hoort ook de confrontatie bij met seksueel anders-geaarden. Als je daarover zwijgt en niet laat zien dat genade en liefde ook hierover iets te zeggen hebben, dan lever je ze uit aan de wolven. Wolven die zeggen dat homo-zijn vies is, dat je homo’s mag discrimineren en afranselen. Wolven die zeggen dat homo’s er in de kerk niet mogen zijn, omdat God hen veroordeelt. Daar moet je niet aan denken.
In Jezus’ naam dus niet zwijgen, maar in die naam kinderen leren de mens te zien en ieder mens onvoorwaardelijk lief te hebben en aanvaarden.”

Irene Plas:

FYdCzQT0_400x400‘Zelf kom ik uit een omgeving die erg duidelijk alles wat niet hetero was afwees. De Bijbel sprak immers in niet mis te verstane woorden over dit onderwerp. En die ene leraar op onze christelijke basisschool waarvan gefluisterd werd dat hij homo was, eigenlijk hoorde hij er niet te werken. Hij zou de jongens eens kunnen aansteken. Of…was hij wel te vertrouwen met kinderen?
Dit had grote gevolgen in ons gezin toen mijn oudere broer ontdekte dat hij homo was. Hij trok zich terug in zijn eigen kamer, zijn wereld, en verborg zijn grote geheim achter een dikke muur van rebelse puberteit. In een nichtje van dezelfde leeftijd vond hij een lotgenote met wie hij sindsdien veel omging.
Pas jaren later hoorde ik via een omweg over zijn homofilie, waarvoor thuis nooit ruimte zou zijn geweest. We zijn ruim een kwart eeuw verder en hoewel ik vermoed dat hij weet dat ik het weet, heb ik nog nooit uit zijn eigen mond mogen horen dat hij homo is. Dat hij zich blijkbaar nog steeds niet veilig (genoeg) voelt, begroot me.
Ik heb hierdoor veel na moeten denken over dit thema. En heb in kleine stapjes dat rigide denksysteem van mijn jeugd verlaten. Daarmee zeg ik niet dat ik nu een klip en klaar, afgebakend standpunt heb over homoseksualiteit. Maar wel dat ik in het opvoeden van mijn pubers proactief heb ingestoken op dat onderwerp. Ik wilde het vooral net zo bespreekbaar maken als het weer.
Aan de keukentafel, tussen de bammetjes smeren (“hé, niet zo veel hagelslag!”) en het inschenken van de thee (“wil je er melk in?”) kwam het ter sprake. Ik probeerde hun vragen te beantwoorden (“dus wij krijgen nooit een tante daar? Oooh, jammer…”, “Maar hoe zit dat dan precies?”) en toonde ook mijn twijfel en gebrek aan kennis. Voor alles wilde ik ervoor waken om als een bijbelvaste houwdegen met ogenschijnlijk ijzersterke verzen los te knuppelen op wat kwetsbaar is. Want het kan nooit de bedoeling zijn geweest om het Woord dat ons tot leven wekt, te misbruiken of om mijn standpunt meer lief te hebben dan m’n naaste.
En ik drukte ze op het hart, nog voor ze in de puberteit kwamen, om het ook te vertellen, als ze ontdekten dat ze homo of lesbisch waren. Ik zou niet minder van ze houden. In mijn verwachting hield ik rekening met die optie; de eenzaamheid en de (terechte) angst voor afwijzing waarmee mijn broer al die jaren heeft moeten worstelen wilde ik ze besparen. De rest was van latere zorg.
Inmiddels is duidelijk dat ze allemaal op het andere geslacht vallen. Of ik onnodig tijd en moeite in dit thema gestoken heb? Ik denk het niet.
Want nergens in de Bijbel lees ik een voetnoot bij het vers “Komt allen die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven,” waarin staat: “Geldt niet voor LGTB”. Die hebben we er vaak wel stiekem ingemoffeld. De winst is dat mijn kinderen leerden om niet met een veroordelende, maar inclusieve, open houding om te gaan met en te spreken over iedere naaste. En in een kerk waar veel leden nog zo denken zoals ik in de eerste twee zinnen beschreef, is dat meer dan nodig.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Hoe (s)preken over homoseksualiteit?

Afgelopen week ging ik met Paulien Vervoorn van Geloofwaardig Spreken in gesprek. Zij stelde mij de volgende vragen:

  • Moet er volgens jou eigenlijk wel over homoseksualiteit gepreekt worden?
  • Heb je tips voor hetero’s om homoproof te preken?
  • Soms benoem ik als spreker homo’s in mijn gebed. Hoe kijk jij daartegenaan?
  • En wat als je ervan overtuigd bent dat homo’s er niet bij horen, doordat zij in zonde leven?
  • In veel gemeenten is het helemaal niet zo duidelijk. Allerlei mensen met verschillende visies zitten naast elkaar in de kerk …

Het interview is hier te lezen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Zuivere speeltijd

Niet lang geleden kwam ik in contact met Wieger Sikkema, voorganger van de Evangelische Gemeente Berea Noord in Apeldoorn. Trefzeker wist hij mij in het hart te raken door zijn vurige pleidooi voor een veilige kerk, ook voor onze homoseksuele broers en zussen (met een relatie). Ik heb br. Wieger gevraagd een gastblog voor deze website te schrijven. Op dat verzoek ging hij graag in.
Is de kerk een plek waar iedereen met plezier mee mag en kan spelen?
Lees het maar. Ik word er warm van!

“Op de radio hoorde ik een item over voetbal. Er worden schijnbaar voorstellen besproken om een wedstrijd niet langer 45 minuten ‘kloktijd’ te laten duren. Men wil af van het tijdrekken, dralen en faken van blessures. Daarom wordt er gepleit voor twee helften van 30 minuten ‘zuivere speeltijd’. De klok stopt als de bal niet daadwerkelijk rolt. Wedden dat een wedstrijd er zomaar een stuk aantrekkelijker van wordt?

Zuivere speeltijd. In Galaten 5 voert Paulus ook zoiets in als het gaat om ons leven als gelovig mens. In vers 6 staat: ‘In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.’ Als Paulus zoiets zegt, moet je opletten. ‘Belangrijk is…’ In een andere vertaling las ik: ‘Het enige dat telt…’ Als topper in de theologie had hij heel wat kunnen noemen. Belangrijk is…. een gedegen theologische doordenking, een zuivere leer, de juiste ethische standpunten, een goede exegese van het Woord. Noem maar op. Maar die dingen staan er niet. Geloof dat zich uit, dat kracht krijgt als het zich uit in liefde. Dat staat er wel.

Terug naar die zuivere speeltijd. Wat wordt er gedraald en veel tijd gerekt in kerken als het gaat om ‘ethisch gevoelige thema’s’. Vooral als daarover verschillend wordt gedacht. Als de Bijbel er misschien wel niet zo eenduidig over spreekt als altijd aangenomen. Als oprechte volgelingen van Jezus het niet met elkaar eens zijn en vooral als hete hoofden het winnen van koude harten. Als liefde de zuivere speeltijd is, wordt er heel wat tijd verprutst helaas. En aantrekkelijk om naar te kijken is het zeker niet, laat staan mee te spelen.

Om het nog anders te zeggen, je kunt op het middenveld prachtig spelen en een geweldige tactiek hebben uitgestippeld en zelfs op papier gezet, maar als je niet scoort in het doel van de liefde, verlies je de wedstrijd. Voetbal is geen jurysport. Het gaat niet om de mooie passeerbewegingen of de technische hoogstandjes. Het enige dat telt zijn de doelpunten. In de kerk is het uiteindelijk niet anders.

Jaren geleden werd homoseksualiteit in de gemeente die ik diende een item. Of liever: een mens. Zijn vraag was of er ruimte voor hem en zijn vriend was binnen de gemeente. Die bleek er niet te zijn. Pijnlijk voor hen. De moeilijkste boodschap die ik als voorganger ooit aan een gemeentelid heb moeten brengen. Een oudste vroeg hoe ik het naar God kon verantwoorden dat ik hem een volwaardige plek als kind van God in de gemeente had willen geven. ‘Misschien’, zei ik, ‘zal God, als ik later voor Hem sta, zeggen: ‘Nou Wieger, daar had je wel iets strakker in de leer mogen zijn.’ Maar dan zal ik oprecht kunnen zeggen: ‘Heer, sorry, maar ik meende dat ik handelde uit liefde voor U en mijn broer.’ Maar zou het ook kunnen zijn dat de Heer jou vraagt en zegt: ‘Je was zo overtuigd van je standpunt, maar heb je niet gezien hoe een hart verkilde en iemand buitengesloten werd?’

Een zuivere leer, een bijbels standpunt, de juiste exegese. Als ze op dit onderwerp al bestaan, want ik zie heel gepassioneerde volgelingen van Jezus totaal verschillend denken, zeggen niets als de liefde het loodje legt. Als er door al ons geredeneer, beargumenteer en gediscussieer iemand wordt buitengesloten of zich niet geliefd voelt, dan sla je met de mooist onderbouwde standpunten en beleidsstukken de plank volledig mis.

In Christus Jezus is veel belangrijk, veel minder belangrijk en veel ‘volkomen’ onbelangrijk. Soms is het lastig om die dingen te onderscheiden. Maar als we gericht blijven op het scoren van doelpunten van liefde, inclusiviteit en genade is er veel zuivere speeltijd en zal er niet zo vaak naast geschoten worden. Dan is het veilig en leuk om de wedstrijd te spelen. Zelfs met je homoseksuele broers en zussen, zelfs als die een duurzame relatie van liefde en trouw hebben. Zelfs als jij daar bijbels of theologisch moeite mee hebt. En denk je eens in hoe aantrekkelijk het dan voor iedereen wordt om mee te spelen.

Stop het tijdrekken! Niet meer dralen. Gewoon lekker spelen. Dan komt het allemaal wel goed. Een beetje vertrouwen! God is trouw en toegewijd in zijn onvoorwaardelijke liefde voor mensen.”

 

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk