Tagarchief: Gesprek

Genderideologie

IMG-4312

‘Een goede eerste stap is proberen te ontdekken wat de ander werkelijk te zeggen heeft. Dat begint met goed te luisteren, onbevooroordeeld.’ Hier in gesprek met Steef de Bruijn, hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad, met wie ik medio 2018 een briefwisseling in de krant had.

De aandacht voor de rol van lhbt’ers in de kerk heeft de afgelopen tijd een grote vlucht genomen. Voor sommigen tot vervelens toe misschien, maar de tijd is rijp wat mij betreft. Te lang hebben veel lhbt’ers ervaren een gemarginaliseerd groepje mensen in de kerk te zijn. En niet zelden hebben zij in stilte een geloofsgemeenschap verlaten, omdat zij zich zodanig onveilig voelden dat geen andere oplossing mogelijk bleek. Anderen zijn hard aangepakt en genadeloos buitengesloten.

Dat tij lijkt te keren. Kerken nemen de positie van lhbt’ers steeds vaker serieus. Het gesprek wordt gevoerd en dat impliceert de bereidwilligheid in elkaars ogen te kijken. Steeds vaker ook wordt ingezien dat het ten diepste niet gaat om de vraag welke ruimte lhbt’ers in de kerk kunnen krijgen, maar om de vraag hoe we nu écht kerk willen zijn en hoe het evangelie van Jezus Christus in de dagelijkse praktijk vorm te geven. Natuurlijk stelt dat ons voor uitdagende vragen, vragen die goede doordenking behoeven.

In het gesprek over de vraag welke plek lhbt’ers (ook die met een relatie) in de kerk mogen innemen, wordt in mijn ogen te vaak gegrepen naar allerlei primaire reflexen die het gesprek erover geen goed doen. Zo’n reflex kan zijn dat iedere kritische kanttekening bij het pleidooi om de positie van lhbt’ers volledig gelijk te stellen aan de positie van hetero’s af te doen als liefdeloze onbarmhartigheid. Er bestaat ook het grijpen naar een andersoortige reflex. De afgelopen maanden heb ik regelmatig, ook vanuit orthodoxe kring, te horen gekregen bezig te zijn met het afwikkelen van een ‘verborgen agenda’. Met die ‘verborgen agenda’ bedoelt men de gehekelde ‘agenda van de genderideologie’, waarin onder andere het idee naar voren komt dat het biologische geslacht van een mens geen betekenis meer heeft voor zijn of haar identiteit. De angst is dat lhbt’ers hoe langer hoe meer ruimte zullen opeisen en tegengeluiden nimmer zullen dulden.

Ik zou het afwikkelen van die agenda ‘op kousenvoeten’ doen, alsof ik beheerst en langzaam druppeltjes gif in de kerk laat druppelen, die uiteindelijk duizenden zullen meeslepen in het verderf. ‘Werktuig in handen van de satan’, het behept zijn met ‘de geest van Izebel’, ‘kind van de seksuele revolutie’, allerlei kwalificaties passeerden de revue.

Het is bijzonder spijtig als waardevolle, publieke gesprekken over een veilige kerk voor lhbt’ers worden gegijzeld door een verwijzing naar het doordrukken van de ‘agenda van de genderideologie’. Dat smoort een eerlijk, constructief gesprek over de rol van lhbt’ers in de kerk (mensen van vlees en bloed!) in de kiem. Met een reflexmatige verwijzing naar de ‘agenda van de genderideologie’ wordt de weg naar een inhoudelijk gesprek versperd en daar is niemand bij gebaat. De kerk niet, het theologische debat niet en vooral de mensen om wie het gaat niet. Reflexmatige reacties zijn vaak verstoken van de wil om de onderlagen van wat onze gesprekspartners naar voren brengen écht te leren kennen. Daarmee is ook de eer van God niet gediend, omdat we niet of moeizaam de wellicht zuivere intenties van wie ons pad kruisen zullen ontdekken.

Een vraag die ik geregeld krijg, is of ik niet besef dat ik de moderne tijdsgeest mee heb. Dat besef heb ik terdege. Mijn pleidooi voor een veilige, inclusieve kerk voor lhbt’ers wordt massaal omarmd. Alleen al dat gegeven is voor sommige christenen reden om mijn pleidooi te wantrouwen en in rook op te doen gaan. Dat is jammer want daarmee lijkt het kind met het badwater te worden weggegooid. Aspecten uit een pleidooi die ook door ‘de wereld’ worden omarmd, verdienen niet per se om die reden onze afkeuring.

Het is de vraag hoe het gesprek toch gevoerd kan worden, zonder ons te laten verlammen door angst voor invloeden van de moderne tijdsgeest. Een goede eerste stap is proberen te ontdekken wat de ander werkelijk te zeggen heeft. Dat begint met goed te luisteren, onbevooroordeeld. Het begint – nog belangrijker – met de ander lief te hebben. Elkaar hartelijk liefhebben is misschien door allerlei (fundamentele) verschillen wel het moeilijkste wat er is. Maar ligt daar de niet de basis om op een voor God welgevallige manier te spreken over het leven?

Angst – anders dan een nuchtere, kritische houding – leidt doorgaans tot niets. Angst draagt in zich het risico veel kostbaars te laten liggen en ons steeds verder terug te trekken in eigen, geriefelijke bastions. Om het scherpe onderscheid tussen ‘wij’ (ons soort mensen) en ‘zij’ (de boze buitenwereld) te nuanceren, is het nuttig de ander met een open blik tegemoet te treden. Door zo het gesprek te voeren, wordt zij inhoudelijk van aard en ontstijgen we vooroordelen en snelle aannames. Deze waardevolle grondtonen kenmerken een volwassen christendom, een christendom waarin wij elkaars hart ontdekken en elkaars nieren proeven.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Laat onze taal een versiering van het goede nieuws zijn!

IMG-4312

Hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad Steef de Bruijn en ik, 22 juni jl. in Apeldoorn

Uit wetenschappelijk onderzoek komt naar voren dat mensen eerder moeite steken in dingen die ze leuk vinden. De kans is groot dat je weinig energie steekt in het spreken met mensen die je toch niet leuk vindt. Naarmate de tijd verstrijkt, kan dit gebrek aan moeite veranderen in minachting.

We hebben hier allemaal wel beeld bij. Als je ergens toekomst in ziet (of dat nu geldt voor een liefdesrelatie, een vriendschap of de kerk), ben je eerder bereid ‘een extra mijl’ te gaan dan wanneer je er ‘helemaal klaar mee bent’. Als je met iemand totaal geen klik ervaart, is het makkelijker iemand te beschouwen als lucht, laat staan dat je met iemand ‘op de inhoud’ in gesprek gaat. Dit kan leiden tot marginalisering van de ander, of dat je die ander met een paar vegen uit de pan en wat losse (niet al te gefundeerde) opmerkingen naar de zijlijn schuift. Of dat je die ander volledig negeert en zelfs weigert goede punten in overweging te nemen.

De laatste tijd valt me iets op in christelijk Nederland, wat ik graag in deze column aan de orde wil stellen. Ik wil het hebben over de flinterdunne scheidslijn tussen het oneens zijn met iemand en het denigrerend opstellen jegens een ander. Het tweede leidt vaak – onder het mom van het eerste – tot haast onoverkomelijke verwijderingen tussen mensen die dezelfde zuurstof inademen en dezelfde God dienen. Denigrerende uitspraken zijn uitspraken waaruit blijkt dat je iemand volstrekt onbelangrijk en waardeloos vindt.

Het is soms gewoon niet leuk meer om reacties onder bepaalde artikelen van christelijke media te lezen. Het gaat er soms goddeloos aan toe. Toen de atheïstische dominee Klaas Hendrikse op 70-jarige leeftijd overleed, buitelden sommige christenen over dit nieuws heen. De toon van sommigen was: hij piept nu wel anders, nu hij voor de troon van God staat. Dan ontgaat je iedere vorm van respect voor wat het leven ooit heeft voortgebracht.
Ook zelf werd ik er afgelopen week opnieuw mee geconfronteerd. Ik heb iets gezegd over stilte en onthaasting (naar aanleiding van mijn nieuwe boek Stoppen met moeten) en sommige christenen beginnen onder het artikel een discussie over homoseksualiteit en dat een homoseksueel geen goede vruchten kan voortbrengen. Men hoopt dat framing succes heeft, gebruikt termen als ‘activist’ en ‘zondaar’ en hoopt zo de ander monddood te maken. Dit gaat niet langer over het met de ander oneens zijn, maar om het afschrijven van de ander.

Dit afschrijven gebeurt soms openlijk (datgene wat we lezen en horen en waar we ons vaak het meeste over verbazen en soms opwinden), maar het gebeurt vaker achter de schermen en in de stilte van ons hart. We kunnen mensen denigrerend behandelen, zonder dat er maar iemand weet van heeft. We zijn denigrerend bezig als we denken: wat die ander ook zegt, het gaat m’n ene oor in en het andere uit. Dan beschouwen we de ander niet langer als mens, maar als een roeptoeter, een lege huls, een niemand.

Denigrerend handelen en denken is zonde. Niemand is onbelangrijk. Niemand is waardeloos.
Wel kunnen we het hartgrondig met de ander oneens zijn. Dat mag bestaan en daar mogen we over spreken. Maar altijd in waardigheid, met respect en met fijngevoeligheid. Achter de woorden van de ander zit een mens, een mens van vlees en bloed. Een mens die net als ieder ander zich elke dag een weg zoekt naar het licht, naar wat van waarde is.

Ik heb waardige gesprekken meegemaakt met mensen met wie ik het oneens ben. Ik denk aan het twee uur durende gesprek dat ik een paar weken geleden had met de hoofddirecteur van het Reformatorisch Dagblad Steef de Bruijn. We bevroegen elkaar op het scherpst van de snede, maar iedere minuut in een geest van respect en waardigheid. Ik heb mijn waardering hiervoor uitgesproken, ook tijdens een lang interview dat eind vorige maand is opgenomen voor Een Vandaag en begin augustus (verspreid over vier dagen) uitgezonden zal worden. Er was ruimte onze moeiten te uiten (en die zijn er zeker), maar de een verhief zich niet boven de ander. Het was veilig! En juist door die veiligheid toverden we elkaar een lach op het gezicht, omdat we in de ander onze gelijke ontmoetten.

Het is niet eenvoudig om elke dag weer waardige gesprekken te voeren. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer. Zo vergaat het mij in ieder geval wel.
Waar het om gaat is dat we erop gericht zijn in de ander het beeld van God te zien. Dat doet iets met onze taal, ook als we op een zolderkamer allerlei reacties op social media plaatsen. Achter al die verhalen (waar we het soms zo mee oneens zijn) zit een mens. Zitten de nabestaanden van Klaas Hendrikse. Zit… vul het zelf maar in.

Een paar dingen kunnen helpen om als christenen goed op elkaar te reageren:

  • Wees bewust van eigen emoties;
  • Uit gevoelens op een rustige manier;
  • Ga niet altijd het gevecht aan;
  • Wees niet defensief.

Laat onze taal een versiering van het goede nieuws zijn!

1 reactie

Opgeslagen onder Christen en maatschappij