Tagarchief: De veilige kerk

We hebben elkaars verhalen nodig!

IMG_1677Tijdens een evenement van een christelijke vakorganisatie hield ik onlangs een lezing over de balans tussen werk en privé. Ik had het onder andere over het belang van zinvol werk en vertelde over het arbeidzame leven van mijn vader, die in december vorig jaar ons is ontvallen.

Mijn vader heeft vele jaren aan de lopende band gestaan in een fabriek. Wekelijks gingen er kilometers tapijt door zijn handen en duizenden matjes voor bij de voordeur. Papa kwam vaak moe thuis. Maar in plaats van dat hij dan zei hoe vermoeiend en dodelijk saai de dag wel niet was, vertelde hij regelmatig in geuren en kleuren hoe hij een pallet vol matjes, kaarsrecht op elkaar gestapeld, had afgeleverd bij de volgende afdeling.
Ik voelde dat hij trots was op zijn werk.

En ik ben ongelofelijk trots op mijn vader, juist om hoe hij met zijn werk omging. Voor mijn vader was de routine zinvol, omdat hij zijn werk niet zag als banale klus die elk mens kan doen, maar omdat hij zichzelf zag als de juiste man op de juiste plek. Samen met zijn collega’s wilde hij een goed product afleveren en daar deed hij zijn stinkende best voor.
Als kind schaamde ik mij er wel eens voor om te zeggen dat mijn vader in een fabriek werkte. Maar vandaag de dag zeg ik met trots: mijn vader was een fabrieksarbeider – een begaafde man, die wist dat wat uit zijn handen voortkwam zin had.

Na mijn lezing vertelde een man dat hij geraakt was door het verhaal over mijn vader. Hij kon zich met hem identificeren. Ik geloof dat die man de dag na het evenement op een andere manier aan zijn routineklussen begon. Hij deed hetzelfde werk als de dag ervoor, maar vast en zeker met een andere mindset.
Een andere meneer zei: ‘Het verhaal raakt me zo. Je had het niet over een succesverhaal van een of andere koning. Het ging over een man, die niet zo onbereikbaar is als een koning, een man van wie misschien wel iedereen denkt: als hij gelukkig kan zijn in dat werk, kan ik het ook.’

IMG_1716Keer op een keer kom ik erachter dat het verhalen zijn die harten beroeren. Ik doe mijn uiterste best goede lezingen voor te bereiden, waarin ik theorie en praktische handvatten verwerk. Maar uiteindelijk zijn het vooral de persoonlijke verhalen, waardoor mensen aanhaken en opveren. Toen ik op de landelijke dag van ChristenQueer ook weer vertelde over mijn vader, die na mijn coming-out tegen mij zei: ‘John, je weet hoe ik over je relatie denk, maar ik hoop dat je Lionel trouw zult blijven tot de dood jullie scheidt, zoals ik trouw wil zijn aan mama’, merkte een bezoeker op: ‘Toen je over je vader begon, was ik er weer helemaal bij.’
Ook de reacties van lezers van mijn boek ‘De veilige kerk’ getuigen ervan dat vooral door mijn persoonlijke verhaal het boek als een verrijking wordt ervaren.

Inmiddels ben er diep van overtuigd dat onze verhalen, hoe kwetsbaar ze soms ook zijn, voor verandering zorgen. Verhalen geven datgene wat we graag willen doorgeven aan anderen kleur en verdiepende inhoud. We winnen aan levenskracht als we ons eigen hart op een kier durven te zetten, zodat anderen mogen meekijken naar wat ons bezielt.

Ik geloof dat we het hart van de ander winnen als we elkaar onze doodnormale belevenissen vertellen. Gewoon, het rauwe leven, de intieme schoonheid van het ‘gewone’, dat wat ons vooruitduwde richting het licht of in verwarring misschien. Wie het hart van de ander wil veroveren, geeft woorden aan het mens-zijn.

Het mooie aan verhalen is dat zij duiding kunnen geven aan wat wij in duizenden beschouwelijke woorden niet kunnen vangen. Verhalen brengen, zonder dat expliciet woorden te geven, nuances weer die in handboeken nauwelijks te vangen zijn. De opmerking van mijn vader over het trouw zijn aan mijn partner, spreekt boekdelen. Ik zag een man met een overtuiging en tegelijkertijd een man die… vult u het zelf maar in. Want met dat ik dat woorden geef, ontdoe ik mijn vaders opmerking van zijn diepste waarde. Je kunt dat alleen voelen.
Verhalen komen waar woorden tekortschieten. Met dat je het beschrijft, heb je het punt gemist.

Verhalen maken ons zacht naar elkaar. Zacht, niet in de weke zin van het woord, maar zacht als gevolg van het kijken in andermans ogen. Soms is het nodig ontroering met elkaar te delen om verbonden te raken, al zijn we fysiek mijlenver van elkaar verwijderd. Wat we horen op de radio of zien op tv kan ons hart zo beroeren, dat we het gevoel hebben dat we de spreker al jaren kennen.
Mens ontmoet mens.

Zullen we elkaar de mens wat meer laten zien? Dan geloof ik dat de wereld een klein beetje mooier wordt.

John Lapré

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Algemeen

Marcel Zimmer en zijn steen in de vijver op Opwekking

IMG_1648De pinksterconferentie van Stichting Opwekking ligt weer achter ons. Tienduizenden mensen togen naar Biddinghuizen om de gloed van de Geest te ervaren. Het was een festijn van formaat, waar diepgang en vrolijkheid geen tegenpolen waren, maar elkaar omarmden. Heel mooi dat de NOS boven haar nieuwsbericht de kop ‘Tijdens Opwekking zie je dat de kerk nog lang niet dood is’ plaatste. En zo is het, misschien wel juist omdat kerkmuren even in de grond verdwijnen. Al die vogeltjes die zingen zoals ze gebekt zijn, weten elkaar op dat kleine stukje aarde in Biddinghuizen te vinden en te waarderen. Ik ben ervan onder de indruk.

Helaas was ik zelf door een buikgriep getroffen. Martin Koornstra wenste me via social media van harte beterschap en dat ik er, al liggend op de bank, via de Livestream maar van zou genieten. En dat heb ik gedaan.

Voor mij vormden de woorden die Marcel Zimmer uitsprak op zaterdagmorgen een hoogtepunt. Zijn woorden treffen mij diep en zullen nog lang nagonzen:

“Kom met je leegte en je angst. Hier word je liefdevol omarmd.
Ik heb de laatste paar jaren ontdekt, dat de kerk soms een heel liefdeloze plek kan zijn voor mensen die nog in de kast zitten. Hard en meedogenloos. Maar laten we ook als kerk zeggen: ‘Hier zijn mensen die luisteren naar je verhaal. Hier is een plek voor jou. We zeggen tot iedereen: Welkom in Gods huis.’”

IMG_1643Ik las de afgelopen dagen een boek over Cisterciënzers en hun spiritualiteit. Het boek heet: ‘School van de liefde’. Aan die titel denk ik continu als ik de woorden van Marcel terugluister en herhaal.
De kerk als school van de liefde. Denk het eens in: een kerk met leerlingen van Jezus, die het zich ten doel stellen een huis van liefde te zijn. Gods huis. Want God is liefde.

Zijn het niet de honderden vragen, van theologische aard bijvoorbeeld, die de kerk van Jezus vandaag de dag ervan weerhoudt voluit een huis van liefde te zijn? Zijn het niet visies en in betongegoten standpunten misschien, die over de school van de liefde een zwarte deken gooien? Zijn het niet onze angsten, voor glijdende schaal-effecten om maar iets te noemen, die ons ervan weerhouden Gods schepselen, stuk voor stuk, met een onvoorwaardelijke liefde te omarmen?

De kerk als liefdeloze plek, dat is een kerk die zichzelf in de vingers snijdt. Dat is een kerk die is afgedreven van hoe het leven met Jezus ooit begon. En boven alles: het is een kerk die de kandelaar uit haar midden zal wegdragen.

Marcel Zimmer gooide een steen in de vijver. Ik heb Marcel en zijn vrouw Lydia op verschillende evenementen ontmoet, onder andere op de boekpresentatie van mijn boek ‘De veilige kerk’. Keer op keer ben ik geroerd door hun grote liefde voor het leven, in al zijn veelkleurigheid. Ik zie hen als een voorbeeld van hoe de evangelische beweging in Nederland de uitdaging aan mag gaan hoe ook lhbt’ers voluit deelgenoot te laten zijn van het leven met de Heer. Liefdeloosheid en onveiligheid horen niet thuis bij wie in de kielzog van Jezus de Geest van God overvloedig willen ontvangen.

Zeker, allerlei vragen blijven opdoemen. Hoe moeten we de Schrift verstaan? Hoe gaan we om met de rol van lhbt’ers in de kerk? Hoe willen we eigenlijk kerk zijn?
Maar het is het alles waard om die vragen eerlijk onder ogen te zien en om, boven alles, de lhbt’ers zelf in de ogen te kijken. Om hun hart te proeven. Om te zien dat God ook in hun leven goed is.

Zelf voer ik in de meest uiteenlopende contexten de laatste jaren het gesprek over geloof en homoseksualiteit in de kerk. Dat gesprek is niet altijd eenvoudig. En toch heb ik gezien dat het vinden van een Jezusgezinde modus begint met het gesprek, de ontmoeting, de bereidheid om elkaar echt in de ogen te kijken.
Ik herinner mij hoe een man, vlak nadat ik had gesproken op een zomerconferentie van New Wine, naar mij toe kwam en zei: ‘John, zoals ik er nu over denk, sta ik niet achter de keuzes die jij in je leven maakt, maar ik heb je zo lief. Je bent mijn broer.’ Hij viel mij om de hals. Het was zo’n puur moment. Er was geen afwijzing, geen toon van veroordeling.
Tijdens een avond in Sneek zei een man na afloop: ‘Ik vond altijd van alles over lhbt’ers, of ze nou wel of geen relatie hadden, maar ik had er nog nooit écht een gezicht bij gezien. Vanavond heb ik een gezicht zien. Dat had ik nodig.’

Het is mijn gebed en vurige wens dat de evangelische wereld het gesprek zal voeren over wat toch wel als een van de meest heikele onderwerpen wordt beschouwd: geloof en homoseksualiteit. Daarbij gaat het, naar mijn overtuiging, niet in de eerste plaats om de vraag hoe we nou precies een visiestuk moeten formuleren waarin alle kaders worden geschetst. In de eerste plaats gaat het om de vraag: hoe willen we eigenlijk kerk zijn?

Als het uitgangspunt is een school van liefde te zijn, heeft dat verstrekkende gevolgen. Dan erkennen we dat ieder mens door God bedoeld en gezien is. Daarin mogen we, al lerend en met vallen en opstaan wellicht, achter Jezus aan. Ook met onze vragen, onze schroom en onze angsten. De Heer zal helpen – juist als het een verlangen is op de bodem van ons hart om in de stijl van Jezus te handelen.

Leestip: Van hart tot hart – Een open uitnodiging voor het gesprek over homoseksualiteit’.

IMG_1620

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Hoe kunnen LHBT’s verbinders zijn? ~ toespraak

Symposium ERV 210418

Sprekers en panelleden, vlnr John Lapré, ds. Wielie Elhorst en ds. Nynke Dijkstra (foto m.d.a. Piet Jansen)

TOESPRAAK SYMPOSIUM ERV – 21 APRIL 2018
Locatie: Keizersgrachtkerk, Amsterdam
Symposium 25 jaar ERV: ‘Geloven op het kruispunt’.

Een paar weken geleden vroeg de voorman van de ChristenUnie Gert-Jan Segers mij of ik aan een groep jongeren een brief wilde sturen.
Het verzoek was of ik iets wilde vertellen over mijn weg met God en hoe ik op die weg mijn seksuele oriëntatie een plek heb gegeven.
Een op het eerste gezicht opmerkelijke vraag, want je vraagt ook niet aan een gelovige hetero hoe hij zijn geaardheid een plek geeft.

Toch snap ik de vraag goed, vooral ook na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk, waarin ik een enorme worsteling met mijzelf en de hele wereld (en ja, ook God!) beschrijf.
Mijn publieke coming-out in 2011 heeft alle fundamenten van mijn bestaan weggeslagen (werk, kerk, huis en vrienden) en ik heb moeten opkrabbelen uit een intens zwart dal.
Eenmaal door de inktzwarte tunnel gekropen, stuitte ik op licht – nooit verwacht en toch gekregen. Ik stuitte op de onvoorwaardelijke, onbeschrijflijk intense liefde van God.

Het is een wonder dat ik hier vandaag mag staan.
En het is een wonder dat ik zoveel mensen, ook vandaag, mag ontmoeten die een verlangen hebben om licht te verspreiden – het licht van Gods goedheid.

De kerk heeft helaas een weinig rooskleurig verleden als het gaat om haar denken over en haar benadering van niet-heteroseksueel geaarden.
Hardnekkige miskleunen van uitsluiting en verwerping ontsieren nog steeds het lichaam van Christus.
Voor NieuwLicht (een programma van de EO) werd ik laatst gevraagd of er sprake is van een roze lente in christelijk Nederland.
Ik ben voorzichtig. Neem de flyeractie van het Reformatorisch Dagblad vorige maand. Ik denk aan al die jongeren in de reformatorische achterban die door zulke acties een onveilige omgeving aan den lijve ondervinden. Tegelijkertijd zie ik dat er veel christenen opstaan (hetero of niet) die zeggen: ‘Dit moet stoppen!’ Zij staan op de bres. Dat zijn uitingen van een roze zómer!
In de uitzending van NieuwLicht schoof priester Antoine Bodar aan tafel. Hij sprak over homoseksuelen als ‘niet normale’ mensen, omdat zij tot een minderheid behoren. Ik ben tegen die uitspraak in het verweer gegaan. Als iets niet helpt een veilige, inclusieve context te creëren, dan is het wel te zeggen dat je als niet-heteroseksueel niet normaal bent. Al bedoel je te zeggen dat je niet normaal bent als je niet aan de norm voldoet (wat ook al een gekke uitspraak is), dan nog moet je uiterst voorzichtig zijn met taal.

Er is nog veel te winnen – ik denk dat we dat wel kunnen stellen.
Hoe in de kerk wordt gedacht over homoseksualiteit is nog te vaak een lakmoesproef voor de vraag of een geloofsgemeenschap nog wel zuiver op de graat is.
Aan wat je vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of je progressief bent of juist niet. Wie is vóór het inzegenen van relaties tussen twee mannen (om maar een voorbeeld te noemen) wordt al snel in de vrijzinnige hoek gezet. Wij – bijbelgetrouwen tegenover zij – dwalenden.
Homoseksualiteit is in de kerk nog te vaak een identity marker.

Helaas is dat – breder – in onze samenleving niet veel anders.
Aan wat je als samenleving op politiek niveau vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of een samenleving progressief is of niet. Westerse landen kijken zo meewarig naar moslimlanden en omgekeerd. Hoe snel leggen we de ander niet langs de meetlat van wat wij zelf vinden – nog even los van de vraag of dat in sommige gevallen terecht is of niet.

Kerken komen er in maatschappelijke discussies vaak beroerd vanaf. Het slechte van de kerk krijgt vaak de aandacht, terwijl al het vele goede (kijk alleen hier maar eens om je heen!) naar de achtergrond verdwijnt.
In discussies hoor je vaak dat seksuele diversiteit haaks staat op geloven, op religie, op de kerk.
Als ik zeg homo te zijn én christen (zonder dat men mijn nare belevenissen in de kerk kent), kijkt men mij soms vol medelijden aan. ‘Ach, dan zul je het wel heel zwaar hebben.’ Alsof er geen goede, inclusieve plekken in de kerk bestaan. Maar die bestaan wel degelijk. Er zijn veel ruimhartige havens van veiligheid en liefde, vol van compassie, gelijkwaardigheid en oog voor de ander. Er is veel reden om dat in dankbaarheid te vieren!

De vraag is:
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s in het publieke debat over seksuele diversiteit en geloof een realistische en positieve bijdrage leveren?
Welke ‘strategie’ zal helpen om onze verhalen te laten klinken, zonder dat we van het christendom een karikatuur maken?
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s verbinders zijn?

Met die vraag betreden we spannend terrein.
Het zoeken naar verbinding met wie of wat dan ook levert niet alleen iets op, maar vraagt ook iets van ons.
Vooral dat laatste kan moeilijk zijn. Je zou maar op de kop uit de kerk zijn gebonjourd, zijn uitgejouwd, naar de kelder zijn gestuurd. Er zijn momenten dat je die kerk dan wel kan wurgen, met blote handen als het moet. Je voelt boosheid en onmacht. Dat komt door je verlangen naar gemeenschap en geborgenheid, die je – puur om wie je bent – uit handen is geslagen.
Tegelijkertijd voel je dat verbittering niets oplevert. Je weet heus wel dat verbittering en intense woede geen goed visitekaartje is. Maar soms kun je niet anders. En weet je: dat hoeft ook niet. Donder en bliksem maar een keer, dat lucht op.
En dan… op een bepaald moment heb je de moed om weer op te staan, om uit de inktzwarte nacht een lichtstraaltje te gaan zoeken. Je wilt het goede doen. Je wilt een verbinder zijn, al is het met knikkende knieën.

Het zoeken naar verbinding vraagt om oog te hebben voor verschillende werelden:
oog voor je eigen wereld, je eigen verhaal;
oog voor wat het goede in een soms weerbarstige wereld kan versterken;
oog voor balans.
Dat laatste ook vooral: het negatieve niet verzwijgen, het goede complimenteren en versterken.

In onze gesprekken hoeven wij de kerk niet te verdedigen. Onze verhalen, inclusief de pijn die we misschien hebben meegemaakt, hoeven we niet onder stoelen en banken te steken. We mogen het woorden geven, mogen zeggen dat de kerk steken heeft laten vallen als ze dat heeft gedaan. We mogen zeggen dat er iets in de structuren van geloofsgemeenschappen niet klopt, als we vinden dat dat aan de hand is.

Tegelijkertijd – en dat is waar ik zelf voluit in geloof – mogen we zeggen dat de kerk bij uitstek geschikt is een plek te zijn waar mensen grenzeloze liefde en compassie ervaren. De kerk heeft alle ingrediënten in huis om een plek van inclusiviteit en aanvaarding te zijn, voor ieder mens, van welke seksuele oriëntatie dan ook. De kerk kan een fantastische plek zijn, als zij zich laat grijpen door de genade waar zij zelf haar bestaansrecht aan ontleend.

Het werkt ontwapenend om, hoewel negatief geraakt te zijn door de kerk misschien, tegelijkertijd te zeggen in die kerk te geloven. Van die kerk te houden. Van Jezus te houden.
Mensen mogen daarbij de snik in onze stem horen. Kwetsbaarheid zal een kracht blijken te zijn als we niet de hele kerk van ons afstoten, maar alleen dat deel wat ons tot in het diepste van ons wezen heeft geraakt.
Dat maakt ons verhaal geloofwaardig. En die geloofwaardigheid is belangrijk om een verbinder te kunnen zijn. Ons geloofwaardige verhaal (met onze boosheid én onze hoop) zal duidelijk maken dat de combi christen-zijn én niet-heteroseksueel geen gekke mix is. Het zal mensen overtuigen dat plekken waar Christus in het middelpunt staat niet altijd gedrochten zijn.

Winning hearts and minds dus.
De ander leren kijken op de juiste plekken ook.

We staan als LHBT’s voor een belangrijke opdracht.
Onze nek uit te steken, al is het met een zwakke stem, al is het met die knikkende knieën.
We mogen niet zwijgen.
We kunnen niet zwijgen.

God roept ons… om kanalen van hoop en perspectief te zijn.
Voor jongeren en ouderen in de kast.
Voor kerken die zoeken naar wijsheid en licht en die op het gebied van inclusiviteit al een heel eind op de goede weg te zijn.
Voor anderen die samen met ons opstaan, om geduld te hebben met wie ons tempo nog niet bij kan benen.

God roept ons… om onze tranen te laten zien, onze bewogenheid.
Om onze gebalde vuisten te laten zien, om met onze vuist op tafel te slaan.
Om te redden wat er te redden valt.

God roept ons… om verbinders te zijn.
Om de schroom van ons af te schudden.
Om onze tong te beheersen.
Om onze passie te laten zien voor waar wel het goede gevonden wordt.
Om te versterken, wat versterking gebruiken kan.
Om een visitekaartje te zijn van het goede leven.
Om niet af te wijzen wie ons afwijst.

God roept ons… om de onderste weg te gaan.
Om in nederigheid het publieke gesprek aan te horen.
Om aan te haken als we een goed getuigenis kunnen geven.
Om uit te blijven spreken dat zonder geborgenheid en inclusiviteit alles verloren is.

God roept ons… om heel bewust op te staan.
Om de rug te rechten.
Om goede geesten onze inspirators te laten zijn.
Om in het publieke debat te zeggen dat het met de kerk soms schuurt, maar dat er ook een fantastische symbiose van kwetsbaarheid en liefdevolle groei mogelijk is.

We bidden om Gods licht.
Om wijsheid.
Om daadkracht.
Geduld.
Liefde.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Boekpresentatie De veilige kerk – een terugblik

FullSizeRender-2 kopie 4Gisteravond was de boekpresentatie van m’n boek De veilige kerk in één van de prachtige winkels van Westerhof Boeken in Zwolle. En om maar met gelijk met de deur in huis te vallen: wat was er een warmte en hartelijkheid! We waren bij elkaar in een geest van verbroedering en met het verlangen naar de ander te luisteren. Iemand merkte op: ‘Wat is dit toch mooi. Zo’n bont gezelschap; zijn we niet juist daarom zo’n verrijking voor elkaar?’ Ik geloof het zeker.

Eerst was er het hartelijke ontvangst en welkom door de eigenaresses van Westerhof Boeken, Bep en Christa. Ik heb hen gezegd blij en dankbaar te zijn dat dit evenement in hun winkel mocht plaatsvinden, een plek waar we boeken kunnen zien, ruiken en aanraken. Een plek die vanuit hun liefde voor elkaar én voor het boekenvak zo inspirerend en mooi is.

FullSizeRender-2 kopie 5Daarna kreeg Paul Abspoel, mijn uitgever bij Ark Media het woord. Zijn warmte en bewogenheid voor mensen straalde door zijn woorden heen. Het was een prachtig moment dat hij mij én Lionel naar voren riep en ons samen feliciteerde met het boek. Dat is ook precies zoals ik de weg naar de voltooiing van het boek heb ervaren: dat zonder de steun en support van Lionel dit boek niet eens levensvatbaar zou zijn geweest. Het is zonder enige twijfel de onvoorwaardelijke liefde van Lionel voor mij dat ik meer van Gods liefde ervaar in mijn leven. Ik heb nooit kunnen vermoeden dat de omgeving waarin ik verkeer zóveel zegt over mijn godsbeeld en de manier waarop ik God ervaar in het alledaagse leven. Heel mooi dat Paul dit zo onderkent. Paul dankte Lionel nog voor het feit, dat hij thuis een schrijfkamer voor mij heeft ingericht: een heerlijke plek waar ik, omgeven door boeken en vooral rust, kan schrijven.

Na het in ontvangst nemen van De veilige kerk kreeg ik het woord. Ik heb onder andere het volgende gezegd:

Wat ooit begonnen is in een nachtelijk uur, ergens op een kazerne, heeft geleid tot dit boek. En waar u soms mijn tranen voelt, is het toch vooral bedoeld als een vertolking van waar mijn hart naar uitgaat. Mijn persoonlijke verhaal is niet meer dan een illustratie van wat ik eigenlijk zeggen wil:

Dat ik verlang naar een kerk, waarin recht wordt gedaan aan ieder mens, aan ieder verhaal. Waar de vrijheid wordt gevoeld om al die verhalen met anderen te delen en iedereen ervaart: hier ben ik, in al mijn kwetsbaarheid, veilig.

Een veilige haven dus, waar óók minderheden niet slechts gedoogd, maar voluit geaccepteerd worden. Daar droom ik van. Juist de kerk kan een verschil maken, door een plek te zijn waar je even niets hoeft te presteren, maar gewoon mag zijn, samen met een heleboel andere mensen.

Ik heb vaak een poging gedaan iets van dat verlangen in woorden te gieten, juist omdat ik zelf de vrijheid en veiligheid helaas grotendeels heb moeten missen.
Telkens kwam ik niet verder dan 1000 woorden, omdat ik voelde de kern van wat ik eigenlijk wilde zeggen niet te raken. Lionel is daar getuige van geweest; hij heeft heel wat materiaal in de digitale ijskast zien verdwijnen.

Eind vorig jaar ervoer ik een soort van doorbraak. Op een avond begon ik te schrijven en ik bemerkte al snel daarna dat ik steeds meer in het boek begon te geloven. Ik wist mezelf te raken. En ik geloof dat je dát als schrijver nodig hebt om iets van waarde te creëren.

De weken gingen voorbij en ik bracht de avonden schrijvend door in de ontspanningsruimtes op Defensielocaties, mijn persoonlijke slaapverblijven, in bibliotheken, in kleine Amersfoortse cafeetjes, vliegtuigen en hotelkamers. En gezellig thuis, naast Lionel op de bank.

Via via kwam ik in contact met Paul Abspoel en toen Ark Media groen licht gaf realiseerde ik me: o, het gaat er dus écht komen!
Ik vond het spannend. En dat vind ik het nog steeds. Tegelijkertijd is het echt een voorrecht om te mogen vertellen over mijn droom.

Niet iedereen kan mijn pleidooi volgen en ik hoor geregeld: maar de waarheid dan?! Ben je nog wel bijbelvast? Dan is mijn antwoord:
Wij kunnen niet bijbelvaster zijn dan de liefde van Jezus Christus, zijn compassie voor ieder mens, maximaal handen en voeten te geven. Want we kunnen nooit groot genoeg denken van de inclusieve genade van God. Nooit zijn we té barmhartig, té verwelkomend, té liefdevol.

Wat een boodschap hebben we als we vanuit het hart van Jezus handelen. Jezus die nooit veroordelend is, maar altijd de hand reikt.
Waar Jezus is, waar we zijn liefde en compassie verspreiden, daar gebeurt iets krachtigs, iets explosiefs. Daar brengt de Geest van God leven voort. Leven vol mededogen, oog voor de ander en echte blijdschap. Daar maken we de kerk tot een feesthuis. Daar is de kerk niet langer een plek waar we godsdienst bedrijven, maar dan is de kerk geworden een plek waar Jezus zich thuis voelt tussen hen die Hem liefhebben.

We hebben vanavond echt een mooi feest te vieren! Niet in de eerste plaats omdat dit boek op de markt is gekomen, maar vooral omdat we allemaal uitzonderlijk geliefd zijn door de hemelse Vader – wat we ook gedaan hebben, welke geheimen we ook meetorsen.

De twee bijdragen van mijn twee goede vrienden mr. Henk Medema (ex-uitgever en publicist) en dr. Alexander Veerman (PKN-predikant in Vriezenveen) hebben een diepe indruk op mij achtergelaten. Voor mij zweeft het woord GENADE boven hun toespraken en het is veel waard om hun bijdragen na te lezen:
– Henk Medema, Veilig, Heilig, Enig;
– Alexander Veerman, Het gaat om mènsen.

Tijdens de ‘vragenronde’ werden verrijkende, intieme dingen gedeeld. Als je merkt dat de mens echt centraal komt te staan, ook in al ons spreken, dan kun je alleen maar met een dankbaar hart toezien wat zich voor je ogen voltrekt. Lennart Pluim van Verscheurd deelde iets uit zijn eigen leven en over het werk van Verscheurd. Hij zong, terwijl hij de piano bespeelde, het lied Amazing Grace. Kippenvel. We raakten het leven…

De ontmoeting met zoveel verschillende mensen was hartverwarmend. Toen ik met Lionel de boekhandel na tienen verliet, had ik even geen woorden (ja, je gelooft het niet :)). Het was intiem, veilig. Er was verbindend dialoog. Ik heb de mens gezien. En de ander mij.
God is goed!

3 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

‘Juist bij de kwetsbare Man op het kruis vond ik troost’

De schrijver van dit gastblog vertelt hoe hij binnen de muren van de Rooms-Katholieke Kerk, die hij zo lief heeft, geen veiligheid ervaart om over zijn relatie met een man te vertellen. Dit doet hij anoniem, om de volgende reden:

‘Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit.’

‘Mijn moeder is geboren in Brabant aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Alles in Brabant, zeker in Vught, was katholiek. Mijn moeders familie was groot; aan beide kanten hadden haar ouders meer dan 10 broers en zussen. Iedereen was getrouwd; mijn moeder had zo’n 150 neven en nichten. Eén tante en oom hadden geen kinderen. Tante Cato, een zus van mijn oma, was getrouwd met ome Jan. Mijn moeder vertelde er weleens over. Ome Jan was een keurige man die heel aardig was. Hij hield erg van antiek. Én werd erbij verteld: “hij ging af en toe naar Amsterdam”.

Ome Jan was homo maar dat woord bestond toen nog niet en werd zeker niet uitgesproken. Ik heb iets dubbels met deze benadering. Zo omgaan met de zaken was in het katholieke Vught in de jaren ’50 het maximaal haalbare voor tante Cato en ome Jan. Misschien hoeft ook niet alles uitgesproken te worden; dat is ook wel erg Nederlands van boven de rivieren. In heel veel maatschappijen over de wereld heeft men aan een half woord genoeg en is er de facto soms meer vrijheid dan alles willen benoemen. Tante Cato heeft ome Jan jarenlang verzorgd toen hij ziek werd. Ze hadden op hun manier een zinvol leven, maar misschien waren beiden ook wel eenzaam en ongelukkig. Weten doen we het niet, want ze zijn al jaren geleden overleden. Misschien zaten ze wel gevangen in hun geheim, terwijl iedereen het wel wist.

Ik heb Onze Lieve Heer naar beneden gebeden dat mijn eigen homoseksuele gevoelens weg zouden gaan. Al vanaf mijn zesde voelde ik dat het bij mij “anders zat”, maar het kon niet, het mocht niet, het bestond niet. Het was zondig. Tot ik over mijn oren verliefd werd op een man. Ik kon er niet meer om heen. “God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, ver blijft Uw redding bij mijn kreet om hulp” (ps 22,2) zo riep ik uit tegen de Man op het kruisbeeld in mijn kamer – de woorden herhalend die Hij Zelf sprak op het kruis – midden in mijn verliefdheid. Ik voelde me naakt en kwetsbaar, bang en verward en was tegelijkertijd zo ontzettend verliefd. Ik wist het allemaal zo zeker, was behoorlijk orthodox katholiek en alles begon te wankelen. Maar juist bij deze kwetsbare Man op het kruis Die hetzelfde schreeuwde als ik, vond ik troost. Het onderkennen en accepteren van wie ik ben, met mijn hele persoon, inclusief homoseksualiteit, heeft me dichter bij God gebracht.

Inmiddels ben ik heel wat jaren verder. Ik heb alweer bijna 15 jaar een relatie en woon alweer heel wat jaren samen. Ik ben gebleven in mijn eigen Rooms-Katholieke Kerk. Ik kan in haar het beste Jezus ontmoeten. Ik voel me thuis in die kerk die – bijvoorbeeld in haar liturgie – een kerk is van alle tijden en plaatsen. Een hele diverse kerk met orden en congregaties met verschillende vormen van spiritualiteit. Maar de Rooms-Katholieke Kerk heeft ook iets dubbels. Er is een don’t tell, don’t ask mentaliteit als het gaat om homoseksualiteit. Men weet zich er eigenlijk geen raad mee. Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit. Terwijl ik juist wil horen bij die club van de Man op het Kruis.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Zuivere speeltijd

Niet lang geleden kwam ik in contact met Wieger Sikkema, voorganger van de Evangelische Gemeente Berea Noord in Apeldoorn. Trefzeker wist hij mij in het hart te raken door zijn vurige pleidooi voor een veilige kerk, ook voor onze homoseksuele broers en zussen (met een relatie). Ik heb br. Wieger gevraagd een gastblog voor deze website te schrijven. Op dat verzoek ging hij graag in.
Is de kerk een plek waar iedereen met plezier mee mag en kan spelen?
Lees het maar. Ik word er warm van!

“Op de radio hoorde ik een item over voetbal. Er worden schijnbaar voorstellen besproken om een wedstrijd niet langer 45 minuten ‘kloktijd’ te laten duren. Men wil af van het tijdrekken, dralen en faken van blessures. Daarom wordt er gepleit voor twee helften van 30 minuten ‘zuivere speeltijd’. De klok stopt als de bal niet daadwerkelijk rolt. Wedden dat een wedstrijd er zomaar een stuk aantrekkelijker van wordt?

Zuivere speeltijd. In Galaten 5 voert Paulus ook zoiets in als het gaat om ons leven als gelovig mens. In vers 6 staat: ‘In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.’ Als Paulus zoiets zegt, moet je opletten. ‘Belangrijk is…’ In een andere vertaling las ik: ‘Het enige dat telt…’ Als topper in de theologie had hij heel wat kunnen noemen. Belangrijk is…. een gedegen theologische doordenking, een zuivere leer, de juiste ethische standpunten, een goede exegese van het Woord. Noem maar op. Maar die dingen staan er niet. Geloof dat zich uit, dat kracht krijgt als het zich uit in liefde. Dat staat er wel.

Terug naar die zuivere speeltijd. Wat wordt er gedraald en veel tijd gerekt in kerken als het gaat om ‘ethisch gevoelige thema’s’. Vooral als daarover verschillend wordt gedacht. Als de Bijbel er misschien wel niet zo eenduidig over spreekt als altijd aangenomen. Als oprechte volgelingen van Jezus het niet met elkaar eens zijn en vooral als hete hoofden het winnen van koude harten. Als liefde de zuivere speeltijd is, wordt er heel wat tijd verprutst helaas. En aantrekkelijk om naar te kijken is het zeker niet, laat staan mee te spelen.

Om het nog anders te zeggen, je kunt op het middenveld prachtig spelen en een geweldige tactiek hebben uitgestippeld en zelfs op papier gezet, maar als je niet scoort in het doel van de liefde, verlies je de wedstrijd. Voetbal is geen jurysport. Het gaat niet om de mooie passeerbewegingen of de technische hoogstandjes. Het enige dat telt zijn de doelpunten. In de kerk is het uiteindelijk niet anders.

Jaren geleden werd homoseksualiteit in de gemeente die ik diende een item. Of liever: een mens. Zijn vraag was of er ruimte voor hem en zijn vriend was binnen de gemeente. Die bleek er niet te zijn. Pijnlijk voor hen. De moeilijkste boodschap die ik als voorganger ooit aan een gemeentelid heb moeten brengen. Een oudste vroeg hoe ik het naar God kon verantwoorden dat ik hem een volwaardige plek als kind van God in de gemeente had willen geven. ‘Misschien’, zei ik, ‘zal God, als ik later voor Hem sta, zeggen: ‘Nou Wieger, daar had je wel iets strakker in de leer mogen zijn.’ Maar dan zal ik oprecht kunnen zeggen: ‘Heer, sorry, maar ik meende dat ik handelde uit liefde voor U en mijn broer.’ Maar zou het ook kunnen zijn dat de Heer jou vraagt en zegt: ‘Je was zo overtuigd van je standpunt, maar heb je niet gezien hoe een hart verkilde en iemand buitengesloten werd?’

Een zuivere leer, een bijbels standpunt, de juiste exegese. Als ze op dit onderwerp al bestaan, want ik zie heel gepassioneerde volgelingen van Jezus totaal verschillend denken, zeggen niets als de liefde het loodje legt. Als er door al ons geredeneer, beargumenteer en gediscussieer iemand wordt buitengesloten of zich niet geliefd voelt, dan sla je met de mooist onderbouwde standpunten en beleidsstukken de plank volledig mis.

In Christus Jezus is veel belangrijk, veel minder belangrijk en veel ‘volkomen’ onbelangrijk. Soms is het lastig om die dingen te onderscheiden. Maar als we gericht blijven op het scoren van doelpunten van liefde, inclusiviteit en genade is er veel zuivere speeltijd en zal er niet zo vaak naast geschoten worden. Dan is het veilig en leuk om de wedstrijd te spelen. Zelfs met je homoseksuele broers en zussen, zelfs als die een duurzame relatie van liefde en trouw hebben. Zelfs als jij daar bijbels of theologisch moeite mee hebt. En denk je eens in hoe aantrekkelijk het dan voor iedereen wordt om mee te spelen.

Stop het tijdrekken! Niet meer dralen. Gewoon lekker spelen. Dan komt het allemaal wel goed. Een beetje vertrouwen! God is trouw en toegewijd in zijn onvoorwaardelijke liefde voor mensen.”

 

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk