Categorie archief: Defensie

Besteed je geluk niet uit aan anderen!

Vlootpredikant en tevens goede vriend Johan Trouwborst hield onderstaande ‘preek’ aan boord van Zr.Ms. Evertsen.
Prachtig!
Met toestemming hier overgenomen.

In de voorligsteun lig ik op het helidek,

waar helikopters oplanden en afvliegen.

Op de plek waar zware kisten altijd maar weer

spotten met de wetten van de zwaartekracht.

Daar sta ik stijf met mijn bezweet lijf

als een rechte plank boven een blauwe mat.

En dat niet voor de eerste keer.

Nee, keer op keer op keer, want routinetraining werkt net als reclame:

de kracht zit in de herhaling. Dan ga je ’t merken.


Midden op het dek staat Tonic Toni.

En zegt onze bezielde trainer:

jullie liggen allemaal in de voorligsteun,

maar nu is het de bedoeling

dat je met je knieën naar boven gaat

en de binnenkant van je ellebogen aantikt.

Links en rechts. Om en om.

Ik hoor wat hij zegt en besef ondertussen

dat ik met mijn benen een kunstje moet doen,

wat eigenlijk een klusje voor mijn armen is.


Was ik maar een helikopter, schiet het door mij heen,

dan kon ik met mijn rotorbladen makkelijker op en neer.

Ik merk dat mijn spieren protesteren.

Vooral mijn armen vinden er wat van.

Ze denken: je hebt toch benen om op te staan!

Miljoenen jaren heeft de mens erover gedaan

om overeind te komen, om rechtop te gaan lopen, op twee benen,

moet je nu dan op je handen gaan staan?


Ondertussen schiet mij nog iets te binnen. Het oranje boekje.

Ik zag het liggen in de verblijven, behalve in het Gouden Bal.

Die hebben het niet nodig. Mentale kracht heet het.

Er staat een filosofisch zinnetje in:

Mentale kracht is geen ‘staat’, maar een dynamische zoektocht.

Ben ik daar nu mee bezig op het helidek? Boven mijn blauwe mat.

Met mijn dynamische zoektocht?

In het boekje staat dat wij ‘draaiknoppen’ hebben waar we aan kunnen draaien,

om onze weerbaarheid op te krikken. Citaat:

Lichamelijke fitheid en bepaalde mentale vaardigheden kun je zelf trainen.

Je kunt zelf aan de knoppen draaien.

Dat is precies wat ik Toni eerder ook hoorde zeggen.

Op mijn vraag aan hem: waarom doe jij dit eigenlijk, zegt hij:

Ik wil gewoon fit zijn. En dat is een keuze!


Het is een kwestie van mindset. Je doet het allemaal zelf.

Het gaat om de balans tussen lichaam en geest.

Evenwicht tussen die twee houdt je op de been.

Ook ik heb niet altijd zin, maar dan maak ik het.

(Toni zegt over sport wat sommigen over seks zeggen:

Als je geen zin hebt, kun je zin maken.

Mijn moeder zei dat zinnetje altijd. Maar dan ging het niet over seks,

maar over de vaaat die nog gedaan moest worden).

En zegt Toni: sporten brengt je ook iets. Je leert je lichaam heel goed kennen.

Je weet precies waar welke spier zit. En waar je zwakte en je kracht.

En: Sport is ook een uitlaatklep.

Het is ontlading van frustratie. Je knapt er van op!


Even kom ik op het idee om Toni te vragen een

artikel te schrijven voor het blad Happinez.

Laatst bladerde ik door dat mierzoete magazine met wel

185 advertenties voor manieren om gelukkig te worden.

Aloëveradrank nuttigen, wichelroede lopen, Yoga

en Mer-ka-ba meditatie, kleurcode eten, synchronisch leven,

kristallen therapie, zwemmen met dolfijnen,

boetseren vanuit je innerlijk, (niet op de plee, maar in een atelier),

vortex healing, tibetaanse klankschalen, het no-dietdieet enzovoorts enz.

De prijs staat er niet bij, daarvoor moet je naar de websites van de aanbieders.

Wat blijkt: voor minder dan een paar honderd euro kun je niet gelukkig worden.


Plots voel ik mij weer verliefd worden op de kerk.

Voor een paar tientjes per jaar scoor ik minstens 52 diensten,

krijg ik pastorale gesprekken als ik vast zit,

krijg ik een zegen op mijn relatie, ongeacht de combi van de set.

Ontvang ik de doop, sacramenten all inclusive en een uitvaart in stijl

(met of zonder begrafeniscake)

En om het af te maken – als klap op de vuurpijl – nog een gedachtenis met Allerheiligen,

als ik zelf al lang onder de groene zoden lig.


Waar word ik nou gelukkig van? Wat maakt mij happy?

Soms zoeken wij het geluk buiten onszelf. In dingen en spullen.

Daar speelt de reclame handig op in.

Zij wil mijn geestelijke behoeften vervullen met materiële zaken.

Maar dat gaat niet. Dat is een illusie.

En Loekie de Leeuw zelf weet dat ook wel. Om elke spot lacht hij zich rot.

Daarom komt hij dit jaar weer terug op de vaderlandse buis.


Samenvattend: de sleutel tot geluk ligt in jezelf!  Gewoon door je verstand te gebruiken.

Je zintuigen in te zetten en te blijven ademhalen.

Door te genieten van je boterham met pindakaas en een glas melk.

Door een swimex midden in de Middellandse zee,

de enige plek waar je het water in- en uitstapt zonder zand tussen je tenen te krijgen.

Geluk ligt niet ver weg. Het ligt voor het oprapen, vlak voor je voeten.

De liturgie ligt op straat.

Je kunt het goddelijke proberen aan te tikken met een ticket to Bali,

maar je kunt God ook ervaren op de wijze van psalm 139.

U bent mijn visie, u bestaat waar ik kijk.

Ik verbeeld mij uw naam, zodra ik u noem.

Heel zintuiglijk is dat. Heel lijfelijk.

Gods aanwezigheid is dan zo nabij dat het niet eens meer opvalt.

Gewoon door jezelf te zijn.

Soms lekker lomp en onhandig, want niet alles lukt in 1x.

Soms met een hoop gedoe, want knakmomenten horen erbij.

Soms stinkt het, maar ook op de wc blijft ons lichaam een tempel van God.

Geef mij maar het boerenverstand van de Bijbel.

De zalige eenvoud van het leven zelf.

Wij zijn mensen. Geen engel en geen dier.

We hoeven elkaar niet op te hemelen.

Wie van de mens een engel maakt, wekt de duivel in hem.

Laten we liever onszelf in de touwen houden!

Dan hoef je spiritueel niet uit de bocht te vliegen. Ook niet in de haven.


Dus: wat is de clou van mijn verhaal?

Besteed je geluk niet uit aan anderen. Neem het heft in eigen handen.

Je bent zelf het best als je eigen deskundige.

Al is het op een blauw matje op het helidek.

Wie zelf verantwoordelijkheid neemt, hoeft anderen niks te verwijten.

Want mijn verwijten zijn niks anders dan vermomde verlangens.

Geef liever aan wat je zelf nodig hebt in plaats van te mopperen op anderen.

En nu wil ik naar de wijsheid van Arie.

Woensdagmiddag stond ik in trapportaal voor.

Ik zei tegen Toni dat ik wel een beetje spierpijn had.

Ondertussen loopt Arie langs. Hij vangt er iets van op.

En in het voorbijgaan, halverwege de trap, draait hij zich om en zegt:

Gedenk uw schepper in de dagen uwer jongelingschap,

eer dat de kwade dagen komen,

en de jaren naderen, van dewelke gij zeggen zult:

ik heb geen lust in dezelve.


De meest bevaren man a/b trakteert de vlootpredikant op een koekje van eigen deeg.

Je kunt je wel uitsloven, in het zweet werken,

maar wacht eens even: waar ben jij mee bezig? Alles is ijdelheid!

Vandaag geef ik Arie groot gelijk.

In het licht van de eeuwigheid stelt mijn sporten niks voor.

Toch blijf ik mij wel in het zweet werken, want op het helidek

voel ik nog meer dan op de preekstoel dat ik mijn lichaam ben.

Dat is toch een tempel van God?

Zelfs met zere spieren en zonder rotorbladen. Amen.

3 reacties

Opgeslagen onder Defensie

Waarom ik als militair geloof in een rechtvaardige oorlog

Kan een oorlog ooit rechtvaardig zijn? Specifieker: is het vanuit christelijk perspectief mogelijk een rechtvaardige oorlog te voeren? Zulke vragen zijn hoogst actueel, zeker nu strijders van de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) de wereld een niet mis te verstane boodschap meegeven: wij gaan door, totdat jullie ons stoppen. De beelden van afgehakte hoofden branden op ons netvlies en we voelen de hete adem van IS in onze nek: dit gebeurt er, als jullie je niet schikken naar onze denkbeelden.

De vraag of christenen een oorlog kunnen steunen of eraan kunnen deelnemen, heeft de hele geschiedenis door tot felle discussies geleid. Dat begon al in de vroege kerk. In de derde eeuw veroordeelde kerkvader en bijbelwetenschapper Origenes christenen die mee wilden vechten in de strijd door te zeggen: ‘Ieder die heersersmacht uitoefent en zich niet met wapenloosheid bekleedt, welke het Evangelie betaamt, dient van de kudde te worden afgesneden. Geen christen mag soldaat worden.’ (Contra Celsum, VIII, 73) Tijdgenoot Lactantius meende dat op het ‘goddelijk zesde gebod’ – ‘gij zult niet doden’ – nooit een uitzondering mag worden gemaakt: ‘Het is altijd zonde te doden.’ (Divinae Institutiones, Liber VI, 20)

Met de komst van Constantijn de Grote voltrok zich langzaam maar zeker een nieuwe manier van denken over oorlogsvoering. Toen Constantijn in 314 het christendom tot staatsgodsdienst verhief, begonnen steeds minder christenen radicaal afwijzend tegenover oorlogen te staan. In zijn boek De zondeval van het christendom (1928) beschrijft G.J. Heering hoe kerkvaders als Athanasius van Alexandrië het ‘wettig en geoorloofd’ vonden in oorlogen de tegenstanders te doden. In de vijfde eeuw kreeg de leer van de bellum justum – de rechtvaardige oorlog – steeds meer vorm. Vooral Augustinus van Hippo liet zich er uitgebreid over uit en beriep zich daarbij op Romeinen 13:4-5: de overheid ‘staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want ze staat in dienst van God, en door hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn.’ Met de geboorte van een visie die oorlogsvoering niet zonder meer afwijst, is uiting gegeven aan een door velen diepgeworteld gevoelen: we kunnen – als internationale gemeenschap – gewelddadige excessen en gruwelijke misdaden toch niet over onze kant laten gaan en met lede ogen toezien hoe duizenden en duizenden het leven laten? We moeten toch iets doen hen te beschermen, die ongewild in een strijd verwikkeld zijn geraakt en de kogel niet zelf kunnen weren!?

Het voeren van oorlog met het doel macht te vergroten, dient mijns inziens onderscheiden te worden van oorlogshandelingen die ten doel hebben destructieve bronnen te vernietigen en weerloze mensen te beschermen. Zolang het verlangen vrede te bevorderen de motor is achter militair ingrijpen, kan van gerechtvaardigde interventies sprake zijn. Rechtvaardig in de pure zin van het woord: het vermogen aanwenden wat ‘krom’ is ‘recht’ te buigen. Buiten discussie staat dat militair geweld ‘nieuw’ geweld op kan roepen. Sommigen beweren dat daarom geweld voor eens en altijd in de ijskast moet: het haalt per saldo niets uit en leidt alleen maar van kwaad tot erger. Daarmee is nog geen antwoord gegeven op de vraag wat een manier is om onschuldige burgers te beschermen tegen dominante, destructieve en gewelddadige machten. Toezien hoe mensen worden afgeslacht, is in ieder geval geen optie. De hakbijlen van IS zullen telkens weer worden opgeheven, zolang de internationale gemeenschap geen gerichte tegenaanvallen inzet.

Daarmee komen we op een ander belangrijk punt. Militair ingrijpen, waarbij geweld wordt gebruikt, dient gericht plaats te vinden. De koppen die dan rollen, zijn bedoeld verdere gewelddadige excessen te voorkomen. Het is een trieste werkelijkheid dat mensenlevens op een niet natuurlijke manier moeten worden beëindigd om de levens van andere mensen te redden. Het voeren of het niet voeren van een oorlog is haast een kiezen tussen twee kwaden. Een perfecte oplossing bestaat niet. Oorlog is iets vreselijks. Een ‘rechtvaardige oorlog’ in de zin dat het goed is een oorlog te voeren, is dan ook niet juist. Maar niets doen, leunend op een triomfantelijk gevoel van geweldloosheid, is erger. In die zin kan een oorlog ‘rechtvaardig’ zijn. Zolang gewelddadig militair ingrijpen plaatsvindt binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit (waarbij het lichtste middel wordt ingezet om een doel te bereiken) kan één enkele kogel immens leed van veel andere mensen voorkomen. Met die kogel is dan meegewerkt aan het bevorderen van vrede, hoe paradoxaal dit alles ook mag klinken.

Nee, een mooie oorlog bestaat niet. De Bijbel roept op ernaar te streven ‘in vrede te leven met allen’ (Hebr. 12:14) en het goede te doen (1 Petr. 3:11). Maar soms, als het echt nodig is, mogen wij als belangenbehartiger van hen die weerloos zijn, tussen het goede en het kwade in gaan staan om erger te voorkomen. Het kwaad heeft soms een dreun nodig. IS moet weten dat haar honger naar bloed niet eindeloos bevredigd kan worden. De internationale gemeenschap mag zeggen: tot hier toe, en niet verder. En wie niet horen wil, zal moeten voelen. Het stillen van honger naar het ‘bloed van ongelovigen’ rechtvaardigt een oorlog. Geen mooie, maar wel een noodzakelijke en onvermijdelijke.

 

8 reacties

Opgeslagen onder Defensie