Categorie archief: Boek – De veilige kerk

Bodar zet transgenders in ijzige kou

broedersvanliefde_390445d4d735f5914948c846b5f1caceDe rooms-katholieke priester Antoine Bodar (1944) liet zich in De Volkskrant van 30 augustus jl. klip en klaar uit over de vraag wat de toekomst is voor de kerk, moskee en synagoge. In een gesprek met Laura de Jong en Frank van Zijl constateert Bodar dat het in West-Europa ‘decadent’ is geworden en dat dat de reden is dat de kerk in dit deel van de wereld geen voet aan de grond meer krijgt. Hij zegt:

‘Het feit alleen al dat wij in Nederland gezamenlijk de ziektekosten betalen voor het ¬toenemend aantal mensen dat van geslacht wenst te veranderen – het aanbod schept de vraag: dat is een krankzinnig thema. Als je vindt dat je in het verkeerde lichaam zit, moet je niet naar een -psycholoog, maar naar een psychiater. Ik was afgelopen winter in Ethiopië. Daar hebben ze geen last van mensen die omgebouwd moeten worden. Vanuit christelijk perspectief gesproken moet je het doen met het lichaam dat je hebt gekregen, je laat je niet verminken ¬omdat we als land toevallig zo rijk zijn dat het kan. Of je je vervolgens als man of als vrouw kleedt zal me een zorg zijn.’

Bodar, die het hekelt dat hij in Nederland wordt aangezien voor een ‘rare snijboon’, weet met zijn uitspraken de gemoederen (weer) flink bezig te houden. RTL-presentator Peter van de Vorst laat zich uitschrijven bij de kerk. Voor Van der Vorst was dit de laatste druppel.

Terwijl ik dit lees, denk ik aan een van mijn lieve en zeer gewaardeerde vrienden, die met een transitie bezig is van vrouw naar man. Ook al heb ik op heel veel vragen geen antwoord (geen probleem!), ik heb van deze vriend nooit ‘last’ gehad. Integendeel, ik ken weinig mensen in wie ik zulk een oprecht en hartelijk zoeken naar God bespeur. Ik ken zijn strijd, de vele vragen. De gesprekken met een capabele hulpverlener heeft hem goed gedaan. Wat zou ik moeten zeggen? ‘Zeg, je moet niet naar een psycholoog, maar naar een psychiater.’ Klinkt als: je bent niet in de war, maar verschrikkelijk in de war. Je hebt hulp nodig, die de kwaliteiten van een psycholoog overstijgt.
Daar zit ik dan met mijn ‘christelijk perspectief’. ‘Zeg, je moet je niet zo laten verminken. Ga eens wat verantwoorder met je euro’s om!’
Eén keer raden hoe ik zo snel mogelijk een vriendschap kan verbreken.
Zo’n vriend wil ik niet zijn. Met al mijn vragen, wil ik naast hem zitten. Ik sla mijn arm om hem heen en zeg: ‘Ik hou van je – ga met God! Ik loop niet weg, al loopt iedereen bij je vandaan.’

Al eens eerder heb ik (op TV) de degens gekruist met Bodar. Hij zei toen dat homo’s ‘niet normaal’ zijn (en ik vroeg hem wat het effect is van zo’n opmerking).
Nu doe ik het opnieuw.
Beste Antoine Bodar, dit doe je niet. Dit heeft niets met ‘christelijk perspectief’ te maken. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet de manier is waarop Jezus met mensen omging.
In de liefde, in de warmte van een bewogen hart wist Jezus mensen te winnen, nooit in de vrieskou waarmee u transgenders op hun plek wenst te zetten.
Het bewijs van uw vrieskou zijn de tranen van transgenders die geschokt en verdrietig zijn door wat u zegt. Als dat het effect is, slaat u de plank mis. Taal is een krachtig wapen. Als het dan zo krachtig is, kies woorden dan zorgvuldig. Het is al zo kil op aarde. Van christenen mag je warmte verwachten. Zij hebben liefde en empathie op de eerste bladzijde van hun woordenboek staan, toch?
Eerst de liefde, de rest volgt. Altijd en dan ook altijd in die volgorde!

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Algemeen, Boek - De veilige kerk

Joël Boertjens: ‘Er is geen ruimte voor het praktiseren van homoseksuele gevoelens’

joel boertjens2Naar aanleiding van mijn blog gisteren, over de bijdrage van Orlando Bottenbley in het programma Kijken in de ziel, stuurde Bottenbley’s collega-predikant Joël Boertjens mij een bericht via Twitter. Zowel Bottenbley als Boertjens zijn verbonden als voorgangers aan Baptistengemeente De Verbinding (onderdeel van de ABC-gemeenten). Boertjens stuurde mij een link naar een van zijn preken en schreef daarbij: ‘Hier kun je exact horen hoe we in De Verbinding tegen omgaan met homoseksualiteit aankijken.’

Boven de preek staat:
Sta op en schitter voor Jezus… omgaan met homoseksualiteit
Genesis & Richteren hoofdstuk 19, Leviticus hoofdstuk 18 & 20, Romeinen 1:24-32

Ene Arthur vroeg aan Boertjens of hij welkom was in ‘zijn kerk’. Arthur woonde samen met Dennis. Deze vraag ging Boertjens ‘door merg en been’; ‘dat mensen mij de vraag stellen: ben ik welkom in de kerk van Jezus?’
‘Natuurlijk, Arthur, je bent van harte welkom!’
Niet lang daarna kwamen Arthur en Dennis bij een doopdienst. ‘Ze waren ontzettend geraakt.’ Vervolgens deden Arthur en Dennis mee met de Alpha-cursus, die in de gemeente werd gehouden.

Boertjens stelt de vraag: hoe gaan wij om met homoseksualiteit?

Maar eerst: wat is homoseksualiteit?
Antwoord: ‘In de maatschappij spreekt men van een homoseksuele geaardheid. Daarmee zeggen we eigenlijk: het zit in je aard, je bent homoseksueel of je bent het niet. Eigenlijk zeggen we daarmee ook: het is een stukje je identiteit.’ Boertjens haalt Antoine Bodar aan, die zegt ‘dat het beter is om te spreken van een seksuele voorkeur, dan over een seksuele geaardheid’.
Bodar geeft aan dat als zijn leven ‘een beetje anders was gelopen, als hij bijvoorbeeld wat eerder met het geloof bezig was geweest, dat er de mogelijkheid zou zijn geweest dat hij gevoelens voor een vrouw zou hebben ontwikkeld’. ‘Het is allemaal niet zo duidelijk (wat we in de kerk vaak zo graag willen): óf je bent homoseksueel óf je bent heteroseksueel.’
Boertjens spreekt liever van homoseksuele gevoelens dan van een homoseksuele geaardheid.

Ook zegt Boertjens dat homoseksuele gevoelens niet iemands identiteit bepalen. ‘Mijn identiteit is dat ik een kind van Jezus ben. Toch? Amen?’

Hij vervolgt:
‘Als je het hebt over homoseksualiteit, over homoseksuele gevoelens, over een homoseksuele geaardheid, dan is de vraag: hoe kijk je naar de Bijbel? Wij geloven dat de Bijbel autoriteit heeft over ons leven. Dat is een belangrijke vooronderstelling.’

Boertjens gaat de zeven bijbelteksten, die gaan over homoseksualiteit, bij langs.

  • ‘In Leviticus hoofdstuk 18 en 20 staan de huwelijkswetten van God, de principes van een gezond en een goed huwelijk. Dat is een ommuring van zoiets moois als seksualiteit. God wil dat beschermen en daarom ommuurt hij dat met een aantal principes die werken in de praktijk van het dagelijkse leven. In die twee hoofdstukken komt ook de volgende zin naar voren: ‘Je mag niet het bed delen met een man, zoals met een vrouw’ – en dan staat er zelfs achter: ‘Dat is gruwelijk’. Nou, ik vind dat best een heftige tekst om te lezen, maar ik ben aangenomen en ook geroepen door God om te vertellen wat er in de Bijbel staat – en dat vertel ik je vanmorgen.’ (Zonder enige verdere toelichting gaat Boertjens over naar de tekst in de Romeinenbrief.)
  • ‘In Romeinen 1 zegt Paulus: Wij hebben zo’n ontzettend gaaf evangelie, het heeft zo’n kracht! We kunnen door allerlei aspecten weten dat God bestaat. Kijk eens naar de maan, naar de sterren, naar de schepping die God heeft gemaakt. Dat zijn signalen dat er een God is in deze wereld. (…). God heeft elk mens een geweten gegeven, waardoor je over bepaalde dingen een mening kunt geven over wat goed is en wat niet goed is. Dan zegt Paulus: Er is iets mis gegaan in jullie grote steden. Jullie zijn zo tegenover God in opstand gekomen, jullie hebben zo gerebelleerd… en dan noemt Paulus tot drie keer toe het gedeelte wat we gaan lezen: ‘Daarom heeft God jullie uitgeleverd!’ Als jullie echt niks van God willen weten, Amsterdam, dan levert God jullie uit aan jullie zelf – met alle gevolgen van dien.
    En dan volgt het gedeelte: ‘… Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens; de vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor een tegennatuurlijke en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen, zo worden ze gestraft dat ze van God zijn afgedwaald.’ Dat mannen seks hebben met mannen en dat vrouwen seks hebben met vrouwen is iets wat tegen de wil van God ingaat. Met de Gaypride, met al die bootjes die door de grachten gaan, ook de banaliteit en de promiscuïteit die daarbij hoort… dat is voor mij een stad, een land in opstand tegen God.’
  • ‘In de andere teksten in het Nieuwe Testament gaat het over schandknapen en knapenschenders. Dat gaat over mannen die seks met elkaar hebben en over vrouwen die seks met elkaar hebben. Aan de ene kant was dat in de tempel, was het betaalde seks (daar had Jan Pool het over – en daar heeft hij gelijk in), maar als je andere geschiedkundige boeken raadpleegt, waren er in die tijd ook wel vrijwillige seksuele relaties (mannen onderling en vrouwen onderling). Maar: er is vergeving mogelijk! – dat zegt Paulus, geïnspireerd door de Heilige Geest.’

‘Voor mij is de conclusie helder: als ik kijk naar die zeven teksten, dan kan ik er niet aan ontkomen dat God zegt dat het niet volgens zijn plan is en dat er ook geen ruimte is om daar mee door te gaan.
Voor elk denkbeeld dat tot een andere conclusie leidt, moet je allerlei kunstgrepen uit gaan halen om die teksten anders uit te gaan leggen. Er is geen ruimte voor het praktiseren van homoseksuele gevoelens.’

‘Ik wil heel eerlijk met je zijn… ik vind het ontzettend moeilijk dat Gods woord deze zeven teksten toont. Als ik eerlijk ben: ik had best gewild dat God er wat anders over had geschreven.’ (Noot, JL: zeg je ook tegen de dieven in het rijtje waarin o.a. de knapenschender staat: ik had best gewild dat jij mocht stelen, maar ja… de Bijbel verbiedt het mij om dat te zeggen?)

‘Wat moet ik vinden van twee mannen die in relatie van liefde en trouw leven en niemand kwaad doen? Moet ik het dan beter weten dan God? Of moet ik dan zeggen: ik snap het niet, God, en ik zou liever wat anders zeggen in deze preek, maar uw woord staat boven mijn eigen woord en u heeft de autoriteit in ons leven.’

‘Ik wil nog een keer Antoine Bodar laten praten – als iemand die zelf die gevoelens heeft. Hij zegt: joh, ik heb die zeven teksten helemaal niet nodig. Kijk nou eens naar Gods bedoeling. Bodar zegt: “Genesis is voor mij het mooiste. God heeft de mens geschapen als man en vrouw. Mannen zijn niet bedoeld voor mannen. Een huwelijk is iets heel anders dan een homorelatie.”’

‘Ik heb nu gekeken door de lens van de Bijbel naar het thema. Maar ik wil ook kijken door de lens van Jezus…

Als we zeggen dat er in de Bijbel geen ruimte is voor het praktiseren van homoseksualiteit, dan is dat dus een zonde – en dan is het misschien wel interessant om te kijken hoe Jezus omgaat met zondaars.’ Boertjens haalt de rijke jongeling, Zacheüs en de overspelige vrouw aan.

Hoe moeten we in de gemeente niet omgaan met homoseksualiteit?
‘We moeten niet zijn als de farizeeërs. Die farizeeërs ontmoeten geen tollenaars, geen overspelige mensen, geen mensen die worstelden. Zij oordeelden over die mensen. En je ziet ook dat mensen die op dit thema ontzettend tekeer gaan – ja maar in dit vers zus en zondaar zo – dat zijn vaak mensen die een soort farizese god hebben. Die hebben geen persoonlijke God, die hebben een god van stellingen. En het lijkt me goed om dat niet te doen…’

In Kijken in de ziel vroeg Coen Verbraak aan Bottenbley of er praktiserende homo’s in De Verbinding zijn. ‘Op dit moment niet.’ Verbraak: ‘Maar dat kan wel?’ Bottenbley: ‘Ik zou het me kunnen voorstellen.’ Verbraak: ‘En zou u dat ook accepteren?’
Een antwoord bleef uit. Een antwoord dat we vandaag wel hebben.

Ik zou veel willen schrijven. Maar waar zou ik moeten beginnen.
Ik treur – en dat meen ik oprecht – om alle christenhomo’s met een relatie die voor het aangezicht van God naar eer en geweten hun leven inrichten (binnen kaders en soms met een strijd waar hetero’s geen weet van hebben) en zich door zulke preken geen raad weten. De Verbinding groeit als kool door de komst van Bottenbley. Bottenbley voert als reden aan dat de gemeente een warm bad is en moet zijn. Dat is prachtig en mooi – en van een afstand geniet ik daarvan. Geniet het, broeders en zusters! Maar alstublieft, denk tijdens het bubbelen ook eens aan de (jonge) mannen en vrouwen die alleen thuiszitten en niet aan durven haken. Zijn er makkelijke antwoorden? Nee, helaas niet. Maar er is wel degelijk een oplossing. Ik schrijf daarover in mijn boek De veilige kerk. Geef dat boek alstublieft eens een kans; door visieverschillen heen. Zodat iedereen zich veilig mag weten. Ook in De Verbinding. Zullen we die mooie naam eer aandoen?

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Homo’s met een relatie en de kerk van Orlando Bottenbley

God, religie, kruisIn de laatste serie van Kijken in de ziel praat Coen Verbraak met twaalf religieuze leiders. In één van de uitzendingen gaat het over zogeheten ‘hete hangijzers’. Een van die hete hangijzers is homoseksualiteit. Verbraak voelt de religieuze leiders, waaronder de baptistenpredikant Orlando Bottenbley (1951), aan de tand. Bottenbley is momenteel verbonden aan een baptistengemeente in Amsterdam. Hiervoor was hij baptistenpredikant van de Vrije Baptistengemeente Bethel in Drachten.
Het gesprek ging als volgt.

Verbraak: Kun je in uw baptistenkerk openlijk homoseksueel zijn? Kun je samenwonen met een geliefde, met een partner, als homo?
Bottenbley: De vraagstelling vind ik gecompliceerd.
Verbraak: Het is een hele overzichtelijke vraag.
Bottenbley – lachend: Nee maar, de vraagstelling lijkt erop alsof onze baptistenkerk zou zeggen hoe mensen wel of niet moeten leven.
Verbraak: Dus dat doet u niet?
Bottenbley – met opgetrokken schouders: Dus, dus, dus daardoor kan ik niet met ja of nee antwoorden.
Verbraak: Nee. Kun je lid zijn van uw gemeente en gewoon als vriend samenwonen, als man?
Bottenbley: Mag ik het anders redeneren?
Verbraak: Nee, want dit is de vraag die ik u stel.
Bottenbley: Ja, ha-ha-ha, ik zou het anders benaderen. Als er mensen zijn die bij ons in de kerk komen – of ze nou homoseksueel zijn en een partner hebben – ze zijn van harte welkom bij ons in de gemeente.
Verbraak: Ik las een keer een interview met u in de Leeuwarder Courant en toen zei u dat u met homo’s, net als met materialisten, egocentristen en verslaafden in gesprek zou willen gaan over hun levensstijl.
Bottenbley: Met iedereen.
Verbraak: Ja, maar er zit iets in van: om er iets aan te verbeteren, aan te repareren misschien wel.
Bottenbley – na korte denkpauze: Maar laat mij even duidelijk zijn. Ik ben nog steeds bezig om in mijn eigen leven dingen te repareren (lacht breeduit).
Verbraak: Ja?
Bottenbley: Jazeker!
Verbraak: Heeft u homo’s in uw kerk…
Bottenbley – lachend: Jazeker!
Verbraak: … die praktiserend zijn?
Bottenbley: Op dit moment niet.
Verbraak: Maar dat kan wel?
Bottenbley: Ik zou het me kunnen voorstellen.
Verbraak: En zou u dat ook accepteren?
Bottenbley – opnieuw denkpauze: Mag ik het met een voorbeeld… Voor mij helpt het altijd om een voorbeeld te geven hè. Anders ga ik… Ik wil liever niet theoretiseren.
Verbraak: Nou ja, dit is helemaal geen theoretische vraag.
Bottenbley lacht hardop. Verbraak: Een op die vier – vijf mensen is homoseksueel. Of weet ik veel. Ik weet de getallen niet uit mijn hoofd, maar…
Bottenbley: Jaja… Wie als volgeling van Jezus door het leven wil gaan, is welkom. En bij iedereen is God bezig een transformatie teweeg te brengen – ook in mijn leven. Dus… wij zijn allemaal mensen die hulp van elkaar en hulp van de Heere Jezus daarbij nodig hebben.
Verbraak: Het voelt toch een beetje als een omtrekkende beweging.
Bottenbley: Nee, nee. Echt niet.
Verbraak: Want ik weet, toen u in 2013 het lintje kreeg, dat bijvoorbeeld het COC Friesland zich daar fel tegen verzette en zei: die man vindt dat homo’s ziek zijn.
Bottenbley: Mensen leggen mij dingen in de mond zonder dat ze met mij gepraat hebben.
Verbraak: Want dat is ten onrechte. Zo ziet u dat niet?
Bottenbley: Volledig.

Eerlijk gezegd heb ik met gekromde tenen naar de fragmenten gekeken. Dat had alles met mijn verwachtingen te maken, geef ik meteen toe. Ik verwachtte van een geestelijk leider als Orlando Bottenbley een helder antwoord op een vraag die hij in dit programma had kunnen verwachten. De vraag was eenvoudig: Kun je als homoseksueel met een relatie lid zijn van uw gemeente? Wat volgde was toch echt wel een omtrekkende beweging.
Op Twitter zei PKN-predikant en radiopresentator Elsbeth Gruteke: ‘Ik vond het echt ontzettend irritant hoe hij lachend en wel geen antwoord gaf, en niet alleen op deze vraag niet, leg je kaarten op tafel.’
Ik reageerde daarop met: ‘Het ongemakkelijk heen en weer schuifelen, het met een lach in onzekerheid laten, lijkt het ‘nieuwe reageren’ in bepaalde kringen. Bekend is dat een homo met een vriend in zijn vorige gemeente werd geadviseerd (lees: gemaand) een ander onderdak te zoeken.’

Ik vind het niet getuigen van sterk leiderschap als iemand met de daad laat zien, wat hij desgevraagd voor een breder publiek niet durft uit te spreken. Elsbeth Gruteke merkt terecht op: ‘Wees gewoon eerlijk, dat geeft een veel helderder gesprek.’
Mocht Bottenbley spijt hebben gehad van wat er onder zijn leiderschap in zijn vorige gemeente is gebeurd, dan had hij zich in dit programma in de ziel kunnen laten kijken. Pijn uit het verleden is daarmee geen verleden tijd, maar het signaal zou dan krachtig en helder zijn. Nu tooide Bottenbley zich in stilzwijgen, wist hij op het scherpst van de snede zich geen houding te geven. Ook dat is een antwoord. Mensen kunnen op een feestje schitteren door afwezigheid. En zo zie ik deze conversatie ook. Het ‘Van harte welkom’ is zo gemakkelijk gezegd, maar wat als iemand van harte Jezus wil volgen, zijn leven deelt met iemand van hetzelfde geslacht én verbonden wil zijn aan een geloofsgemeenschap als de baptistenkerk in Amsterdam? Wat is dan het antwoord?
Als het antwoord is: ‘Nee, dat gaat te ver. Het gaat tegen Gods gebod in en wij staan ervoor om daar een streep te trekken’, dan is dat een helder antwoord.
Zeg het maar gewoon!
Als homo’s érgens behoefte aan hebben, is het aan duidelijkheid. Geen halfzacht en omslachtig ‘aan het lijntje houden’, tot zij in een volgende teleurstelling het veld moeten ruimen. Duidelijkheid zorgt ervoor dat homo’s geen contact zullen leggen met mensen, die ze in een later stadium moeten loslaten – met alle pijn als gevolg daarvan.

Ik heb meer begrip en respect voor de bevindelijk-gereformeerde predikant Floris van Binsbergen. Hij laat zich echt in de ziel kijken. Ik heb met ontroering gekeken naar zijn reactie toen hem werd gevraagd hoe hij zou reageren als zijn zoon zegt homo te zijn en met een vriend thuiskomt. Hij keurt de relatie af. Pijnlijk, schokkend en afschuwelijk, zullen sommigen misschien zeggen. Maar het is wél duidelijk! In zijn kerk moet je als homostel dus niet zijn. Natuurlijk is dat pijnlijk, maar je weet wel waar je aan toe bent.
Die duidelijkheid heeft mijn respect – wat ik er verder ook van vind.
En die duidelijkheid is waar de gemeente van Jezus Christus (met zijn brede waaier aan filialen) toe geroepen is.
Het omzichtig antwoorden lijkt een empathische manier van reageren. Maar schijn bedriegt. Het omzichtig antwoorden leidt tot verwarring.

Orlando Bottenbley, beste broeder, een Amsterdams homostel houdt heel veel van de Heere Jezus. Zij willen graag het goede leven vieren. Kunnen zij aansluiting vinden bij uw gemeente?
Dit is geen theoretische vraag. Binnenkort maar eens op de koffie.

3 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Hoe kunnen LHBT’s verbinders zijn? ~ toespraak

Symposium ERV 210418

Sprekers en panelleden, vlnr John Lapré, ds. Wielie Elhorst en ds. Nynke Dijkstra (foto m.d.a. Piet Jansen)

TOESPRAAK SYMPOSIUM ERV – 21 APRIL 2018
Locatie: Keizersgrachtkerk, Amsterdam
Symposium 25 jaar ERV: ‘Geloven op het kruispunt’.

Een paar weken geleden vroeg de voorman van de ChristenUnie Gert-Jan Segers mij of ik aan een groep jongeren een brief wilde sturen.
Het verzoek was of ik iets wilde vertellen over mijn weg met God en hoe ik op die weg mijn seksuele oriëntatie een plek heb gegeven.
Een op het eerste gezicht opmerkelijke vraag, want je vraagt ook niet aan een gelovige hetero hoe hij zijn geaardheid een plek geeft.

Toch snap ik de vraag goed, vooral ook na het verschijnen van mijn boek De veilige kerk, waarin ik een enorme worsteling met mijzelf en de hele wereld (en ja, ook God!) beschrijf.
Mijn publieke coming-out in 2011 heeft alle fundamenten van mijn bestaan weggeslagen (werk, kerk, huis en vrienden) en ik heb moeten opkrabbelen uit een intens zwart dal.
Eenmaal door de inktzwarte tunnel gekropen, stuitte ik op licht – nooit verwacht en toch gekregen. Ik stuitte op de onvoorwaardelijke, onbeschrijflijk intense liefde van God.

Het is een wonder dat ik hier vandaag mag staan.
En het is een wonder dat ik zoveel mensen, ook vandaag, mag ontmoeten die een verlangen hebben om licht te verspreiden – het licht van Gods goedheid.

De kerk heeft helaas een weinig rooskleurig verleden als het gaat om haar denken over en haar benadering van niet-heteroseksueel geaarden.
Hardnekkige miskleunen van uitsluiting en verwerping ontsieren nog steeds het lichaam van Christus.
Voor NieuwLicht (een programma van de EO) werd ik laatst gevraagd of er sprake is van een roze lente in christelijk Nederland.
Ik ben voorzichtig. Neem de flyeractie van het Reformatorisch Dagblad vorige maand. Ik denk aan al die jongeren in de reformatorische achterban die door zulke acties een onveilige omgeving aan den lijve ondervinden. Tegelijkertijd zie ik dat er veel christenen opstaan (hetero of niet) die zeggen: ‘Dit moet stoppen!’ Zij staan op de bres. Dat zijn uitingen van een roze zómer!
In de uitzending van NieuwLicht schoof priester Antoine Bodar aan tafel. Hij sprak over homoseksuelen als ‘niet normale’ mensen, omdat zij tot een minderheid behoren. Ik ben tegen die uitspraak in het verweer gegaan. Als iets niet helpt een veilige, inclusieve context te creëren, dan is het wel te zeggen dat je als niet-heteroseksueel niet normaal bent. Al bedoel je te zeggen dat je niet normaal bent als je niet aan de norm voldoet (wat ook al een gekke uitspraak is), dan nog moet je uiterst voorzichtig zijn met taal.

Er is nog veel te winnen – ik denk dat we dat wel kunnen stellen.
Hoe in de kerk wordt gedacht over homoseksualiteit is nog te vaak een lakmoesproef voor de vraag of een geloofsgemeenschap nog wel zuiver op de graat is.
Aan wat je vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of je progressief bent of juist niet. Wie is vóór het inzegenen van relaties tussen twee mannen (om maar een voorbeeld te noemen) wordt al snel in de vrijzinnige hoek gezet. Wij – bijbelgetrouwen tegenover zij – dwalenden.
Homoseksualiteit is in de kerk nog te vaak een identity marker.

Helaas is dat – breder – in onze samenleving niet veel anders.
Aan wat je als samenleving op politiek niveau vindt van homoseksualiteit denkt men af te kunnen meten of een samenleving progressief is of niet. Westerse landen kijken zo meewarig naar moslimlanden en omgekeerd. Hoe snel leggen we de ander niet langs de meetlat van wat wij zelf vinden – nog even los van de vraag of dat in sommige gevallen terecht is of niet.

Kerken komen er in maatschappelijke discussies vaak beroerd vanaf. Het slechte van de kerk krijgt vaak de aandacht, terwijl al het vele goede (kijk alleen hier maar eens om je heen!) naar de achtergrond verdwijnt.
In discussies hoor je vaak dat seksuele diversiteit haaks staat op geloven, op religie, op de kerk.
Als ik zeg homo te zijn én christen (zonder dat men mijn nare belevenissen in de kerk kent), kijkt men mij soms vol medelijden aan. ‘Ach, dan zul je het wel heel zwaar hebben.’ Alsof er geen goede, inclusieve plekken in de kerk bestaan. Maar die bestaan wel degelijk. Er zijn veel ruimhartige havens van veiligheid en liefde, vol van compassie, gelijkwaardigheid en oog voor de ander. Er is veel reden om dat in dankbaarheid te vieren!

De vraag is:
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s in het publieke debat over seksuele diversiteit en geloof een realistische en positieve bijdrage leveren?
Welke ‘strategie’ zal helpen om onze verhalen te laten klinken, zonder dat we van het christendom een karikatuur maken?
Hoe kunnen wij als christelijke LHBT’s verbinders zijn?

Met die vraag betreden we spannend terrein.
Het zoeken naar verbinding met wie of wat dan ook levert niet alleen iets op, maar vraagt ook iets van ons.
Vooral dat laatste kan moeilijk zijn. Je zou maar op de kop uit de kerk zijn gebonjourd, zijn uitgejouwd, naar de kelder zijn gestuurd. Er zijn momenten dat je die kerk dan wel kan wurgen, met blote handen als het moet. Je voelt boosheid en onmacht. Dat komt door je verlangen naar gemeenschap en geborgenheid, die je – puur om wie je bent – uit handen is geslagen.
Tegelijkertijd voel je dat verbittering niets oplevert. Je weet heus wel dat verbittering en intense woede geen goed visitekaartje is. Maar soms kun je niet anders. En weet je: dat hoeft ook niet. Donder en bliksem maar een keer, dat lucht op.
En dan… op een bepaald moment heb je de moed om weer op te staan, om uit de inktzwarte nacht een lichtstraaltje te gaan zoeken. Je wilt het goede doen. Je wilt een verbinder zijn, al is het met knikkende knieën.

Het zoeken naar verbinding vraagt om oog te hebben voor verschillende werelden:
oog voor je eigen wereld, je eigen verhaal;
oog voor wat het goede in een soms weerbarstige wereld kan versterken;
oog voor balans.
Dat laatste ook vooral: het negatieve niet verzwijgen, het goede complimenteren en versterken.

In onze gesprekken hoeven wij de kerk niet te verdedigen. Onze verhalen, inclusief de pijn die we misschien hebben meegemaakt, hoeven we niet onder stoelen en banken te steken. We mogen het woorden geven, mogen zeggen dat de kerk steken heeft laten vallen als ze dat heeft gedaan. We mogen zeggen dat er iets in de structuren van geloofsgemeenschappen niet klopt, als we vinden dat dat aan de hand is.

Tegelijkertijd – en dat is waar ik zelf voluit in geloof – mogen we zeggen dat de kerk bij uitstek geschikt is een plek te zijn waar mensen grenzeloze liefde en compassie ervaren. De kerk heeft alle ingrediënten in huis om een plek van inclusiviteit en aanvaarding te zijn, voor ieder mens, van welke seksuele oriëntatie dan ook. De kerk kan een fantastische plek zijn, als zij zich laat grijpen door de genade waar zij zelf haar bestaansrecht aan ontleend.

Het werkt ontwapenend om, hoewel negatief geraakt te zijn door de kerk misschien, tegelijkertijd te zeggen in die kerk te geloven. Van die kerk te houden. Van Jezus te houden.
Mensen mogen daarbij de snik in onze stem horen. Kwetsbaarheid zal een kracht blijken te zijn als we niet de hele kerk van ons afstoten, maar alleen dat deel wat ons tot in het diepste van ons wezen heeft geraakt.
Dat maakt ons verhaal geloofwaardig. En die geloofwaardigheid is belangrijk om een verbinder te kunnen zijn. Ons geloofwaardige verhaal (met onze boosheid én onze hoop) zal duidelijk maken dat de combi christen-zijn én niet-heteroseksueel geen gekke mix is. Het zal mensen overtuigen dat plekken waar Christus in het middelpunt staat niet altijd gedrochten zijn.

Winning hearts and minds dus.
De ander leren kijken op de juiste plekken ook.

We staan als LHBT’s voor een belangrijke opdracht.
Onze nek uit te steken, al is het met een zwakke stem, al is het met die knikkende knieën.
We mogen niet zwijgen.
We kunnen niet zwijgen.

God roept ons… om kanalen van hoop en perspectief te zijn.
Voor jongeren en ouderen in de kast.
Voor kerken die zoeken naar wijsheid en licht en die op het gebied van inclusiviteit al een heel eind op de goede weg te zijn.
Voor anderen die samen met ons opstaan, om geduld te hebben met wie ons tempo nog niet bij kan benen.

God roept ons… om onze tranen te laten zien, onze bewogenheid.
Om onze gebalde vuisten te laten zien, om met onze vuist op tafel te slaan.
Om te redden wat er te redden valt.

God roept ons… om verbinders te zijn.
Om de schroom van ons af te schudden.
Om onze tong te beheersen.
Om onze passie te laten zien voor waar wel het goede gevonden wordt.
Om te versterken, wat versterking gebruiken kan.
Om een visitekaartje te zijn van het goede leven.
Om niet af te wijzen wie ons afwijst.

God roept ons… om de onderste weg te gaan.
Om in nederigheid het publieke gesprek aan te horen.
Om aan te haken als we een goed getuigenis kunnen geven.
Om uit te blijven spreken dat zonder geborgenheid en inclusiviteit alles verloren is.

God roept ons… om heel bewust op te staan.
Om de rug te rechten.
Om goede geesten onze inspirators te laten zijn.
Om in het publieke debat te zeggen dat het met de kerk soms schuurt, maar dat er ook een fantastische symbiose van kwetsbaarheid en liefdevolle groei mogelijk is.

We bidden om Gods licht.
Om wijsheid.
Om daadkracht.
Geduld.
Liefde.

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Antoine Bodar, dit is toch niet normaal!

Lionel en JohnCOLUMN

Toen priester Antoine Bodar afgelopen zondag in het EO-programma NieuwLicht zei dat homo’s ‘niet normaal’ zijn, omdat zij tot een minderheid behoren, kwam ik in het geweer. Bodar, die zelf homo is (maar ‘hij doet het ermee’), kwam op mij – laat ik het maar gewoon zeggen – onaangenaam over. Bijterig en ook wel bozig.

Niet normaal (‘afwijkend van de norm’), want het was verder een aangename discussie met veelzijdige gasten.

Taal is een krachtig wapen, zo weten we. Met taal kunnen we werelden laten schudden, mensen vernietigen, mensen tot helden maken.

Welk signaal geef je af als je over een niet-heteroseksueel zegt dat hij of zij niet normaal is?

Kun je de impact ervan afkalven door te zeggen dat je met dat niet normaal-zijn eigenlijk bedoelt dat die persoon afwijkt van de norm, tot een minderheid behoort?

Nee!

Ik heb gezegd dat het niet helpend is om te spreken over normaal of niet normaal als het over mensen gaat. Niet doen in zo’n discussie dus. Wil je een onveilige context creëren waarin jongeren en ouderen het (voorlopig) wel zullen laten uit de kast te komen, dan moet je zeggen dat ze niet normaal zijn.

Bodar kan dit weten! Hij mag zichzelf bekrassen met zijn eigen (reeds door hem zelf omarmde) uitspraken, maar laat hij toch niet over anderen het oordeel uitspreken dat ze niet normaal zijn.

Niet als het gaat om een mens die zich niet aangetrokken voelt tot het andere geslacht.
Niet omdat er in ons land meer hetero’s wonen dan niet-hetero’s.

Bodar zegt nog net niet dat homo’s een stoornis hebben. Maar als de leer van zijn kerk dat nog wat stelliger naar voren zou brengen, dan zou hij dat zeggen. Want de kerk zal hij altijd verdedigen, zo laat hij weten (en niet alleen in dit interview), al gaat diezelfde leer niet altijd mee het biechthokje in. (zie noot onderaan)

Woorden hebben kracht, meer dan we soms veronderstellen.

Ik ben een groot voorvechter van het vrije woord.
Daar spreek ik Bodar dan ook niet op aan.
Soms wint een andere liefde. Ik ben een nog grotere voorvechter voor mensen in de kast, die zo intens de behoefte voelen om te kunnen zeggen wie zij zijn – zonder veroordeling, uitsluiting, minachting.
Daar spreek ik Bodar wel op aan.

Bodar, u kunt boos zijn (op de homolobby en misschien nu ook op mij), maar realiseert u zich dat er kwetsbare zoekers zijn die door uw uitlatingen een domper voelen, versterkt worden in onvatbare gevoelens van eenzaamheid.

U kunt zeggen dat het huwelijk tussen een man en een vrouw ‘hoger en dieper’ is, maar er zijn jongeren die met heel hun hart verlangen naar een relatie die – in uw visie – ‘minder hoog en minder diep’ is (denk na over het effect!).
U kunt zeggen dat die jongeren ‘niet normaal’ zijn, maar zij willen helemaal niet abnormaal, afwijkend zijn. En dat zijn ze ook niet!

Echt, u kunt beter; u bent nota bene een woordkunstenaar, kunt de impact van woorden overzien. Daarbij: u hebt zelf veel bemind en u bent veel bemind door mannen, zegt u ergens; was dit dan allemaal lage, ondermaatse, abnormale liefde?

Bodar heeft gelijk: wat wordt er ongelofelijk veel gepraat en gediscussieerd in Nederland. Hij zou er met alle liefde voor naar Italië verhuizen.

Al dat gepraat gaat over de rug van wie niet onze woorden, maar onze warme en aanvaardende liefde nodig hebben.
Zo makkelijk het is om te praten, zo moeilijk is het om te zwijgen. Om naast die ander te gaan zitten. Om uit te stralen: het is goed zoals je bent, ik hou van je.

Dat zou normaal moeten zijn, een heilige vanzelfsprekendheid.

Bodar mag van mij alles zeggen. Maar niet als het ten koste gaat van bloeiende, ontdekkende jongeren (of wie dan ook).

Dan zeg ik: stop, ho!

Dit nooit meer.

Nooit!

**

Note:
Bodar zegt een ‘leeuw op de preekstoel’ en een ‘lam in het biechthokje’ te willen zijn, maar dat lijkt me een vreemd construct. Als je geen leeuw in het biechthokje en geen lam op de preekstoel kunt zijn, wat is dan de waarde van een bepaalde visie op de waarheid? Als je een lam kunt zijn in een persoonlijk gesprek, moet je dat ook op de preekstoel zijn. Pas dan je boodschap aan, zou ik zeggen, of weiger in persoonlijke gesprekken ‘milder’ te zijn of de lat ‘lager’ te leggen. Bodar serveert deze kritiek af als een protestantse manier van denken, maar is dat geen manier om zelfreflectie te voorkomen?

Reacties staat uit voor Antoine Bodar, dit is toch niet normaal!

Opgeslagen onder Algemeen, Boek - De veilige kerk

Philip Nunn over homoseksualiteit: “Homogevoelens zijn een product van de zondeval.”

philip nunn

Philip Nunn

Op Discipelschap Bijbelschool Filadelfia, welke in 2009 is opgericht door de algemeen directeur van Stichting Heart Cry (Arjan Baan), werd deze maand een lezing gehouden door Philip Nunn. Het thema van de lezing is: ‘Omgaan met homo- en transgender gevoelens’. Philip Nunn is een Engelsman, die vijftien jaar lang als zendeling in Colombia heeft gediend. Hij is nu Bijbelleraar en pastoraal werker in Nederland. Nunn komt als mens sympathiek op mij over, al is een deel van zijn gedachtegoed niet de mijne.

Stichting HeartCry heeft 4000 exemplaren van Nunn’s boekje ‘Homoseksualiteit. Bijbels-pastorale overwegingen in de 21e eeuw’ laten drukken. Baan: “Er zijn nauwelijks Bijbelgetrouwe christenen die een tegengeluid laten horen. Philip is daarop een positieve uitzondering. De ‘selectieve stilte’ maakt de huidige discussie in Nederland onevenwichtig en dus ongezond.” Om deze “onevenwichtigheid” het hoofd te bieden, steekt Heart Cry de nek uit, in de hoop een “breed christelijk publiek” te trekken.

In de lezing haalt Nunn zelf het boekje regelmatig aan. Hij zegt daarover: “Mijn vraag toen ik dit boekje schreef, was: wat zegt de Bijbel erover en is de Bijbel duidelijk genoeg? En mijn conclusie is: de Bijbel is duidelijk genoeg.” Nunn geeft aan dat hij na publicatie van zijn boekje reacties kreeg als: ‘De Bijbel is duidelijk genoeg, maar ik kan er weinig mee. Ik blijf zitten met mijn gevoelens en verlangens. Jouw boek helpt mij niet.’ Deze reacties hebben Nunn aan het denken gezet. Zijn vraag werd: “Hoe kunnen we zulke broeders en zusters helpen?”

In een lang betoog doet Nunn allerlei observaties en handreikingen. Arjan Baan laat op Facebook weten het een ‘indrukwekkende lezing’ te vinden.

In zijn inleiding geeft Nunn aan dat hij voorzichtig wil zijn met te praten over zaken buiten zijn ‘ervaringsgebied’. Om vervolgens uitgebreid in te gaan op de vraag hoe om te gaan met homoseksuele gevoelens. Ik zeg dit met een knipoog en toch ook weer niet. Even los van de vraag over de noodzaak ervan geloof ik dat heteroseksuelen vanuit een zuivere intentie goede dingen kunnen zeggen over homoseksuelen, net als homoseksuelen goede dingen kunnen zeggen over heteroseksuelen. Intussen blijft het een gegeven dat een heteroseksueel spreekt over een geaardheid die hem vreemd is.

Vanwaar de behoefte om er dan toch over te spreken? Voor Nunn heeft het antwoord op die vraag alles te maken met ‘de waarheid’. Al in de eerste vijf minuten zoomt Nunn in op “de feiten en het geloof in de feiten”. Hij beschouwt deze als “de motor van het christelijke leven”. Pas ná de feiten en het geloof in de feiten komen onze gevoelens. Daarover zegt hij: “Onze gevoelens zijn goed, door God geschapen, maar zij komen achteraan. Dit heeft te maken met álles in ons christelijke leven.”

In zijn lezing gaat Nunn uitgebreid in op de verandering van denken (history of thought) op het gebied van waarheid, moraliteit, gezag, geslacht en identiteit. Dit deel van zijn betoog zal ik hier niet herhalen. Ergens zegt Nunn:

“Om Gods wil te begrijpen en fijn te vinden, moet je beginnen met anders te denken. Als wij – als christenen – een wereldse manier van denken blijven houden, dan kom je bij een bepaalde bijbelse uitleg en zeg je: ik heb er niks aan.” Nunn houdt zijn boekje over homoseksualiteit omhoog en zegt: “Nee, dat klopt, dan heb je er niks aan.”

En even later:

“De zonde heeft invloed gehad op alles. Geslachtsproblemen zijn deel van onze gebrokenheid.” Nunn vertelt over kleine kinderen die met poppen gaan spelen en bepaalde kleurtjes mooi vinden. “Mensen denken soms: omdat die man of vrouw als kind al zo deed, doet hij als volwassene wat voor hem of haar normaal is. Je hoort dan het argument: hij is zo geboren! Stel je eens voor dat iemand als homo wordt geboren (al is er tot nu toe nog niets in de chromosomen gevonden dat verbonden is aan homogedrag of -gevoelens)… maar stel je eens voor dat de wetenschap over tien jaar iets heeft ontdekt… dat een persoon met homogevoelens de ene vinger langer heeft dan de andere, of wat dan ook… dan betekent dat niet dat het goed is! De preposition is: je bent zo geboren, dus het moet goed zijn. Dan zeg ik: nee, we zijn niet alleen het product van Gods goede schepping, we zijn ook het product van de zondeval.
Mijn zoon is geboren met een hartafwijking. Hij was zo geboren, maar we zeggen niet: omdat hij zo geboren is, is het goed. Nee, het is een product van de zondeval. En wij doen ons best om het zo goed mogelijk te maken voor het normale leven. Ook als een klein kind altijd depressief wordt, dan zeg je niet: het is goed. Nee, je doet je best om hem te veranderen. Als iemand geboren is met een eigenschap van de gebroken wereld, doen we ons best om het zoveel mogelijk te verbeteren.”

Geslachtsproblemen.
Je best doen de ander te veranderen.
De waarheid.

Voelt u het mee?

Een homo heeft een afwijking dat gemanaged moet worden. Een homo heeft gevoelens waar we op een bepaalde manier mee moeten omgaan.
Hoe gemakkelijk verliezen wij de ander, de mens achter het probleem, uit het oog. De voorbeelden liggen helaas voor het oprapen.

De grote vraag is of we er wel écht behoefte aan hebben de ander te leren kennen, ook als diegene zijn homogevoelens niet als een probleem ziet. Is dat een showstopper? Schuiven we de ander te makkelijk in het kamp van postmoderne denkers? Willen we het hart van de ander, die met haar en vezel – al struikelend – Jezus wil volgen, echt kennen?

3 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Ontmoetingsdag Hart van Homo’s – een terugblik

hartvanhomoNet als zo’n 100 andere mensen, ben ik zaterdag 7 oktober jl. naar Barneveld gereisd voor de ontmoetingsdag van Hart van Homo’s. Het thema van de dag was Het evangelie voor homo’s. Hart van Homo’s wil homoseksuele jongeren stimuleren om op een overwogen manier met hun homo-zijn om te gaan. De stichting timmert aan de weg door ook o.a. scholen en kerken te vertellen dat achter de homoseksueel een mens van vlees en bloed schuil gaat, die onze liefde, erkenning en onvoorwaardelijke acceptatie meer dan waard is.

Projectleider Herman van Wijngaarden van de stichting vroeg mij bij aankomst de perscode in acht te nemen, waarbij ik geen deelnemers aan de ontmoetingsdag zou quoten. Quotes zijn mogelijk tot een persoon te herleiden en dat kan heel onwenselijk zijn. Een ontmoetingsdag als deze moet boven alles veilig zijn, waardoor iedereen de vrijheid ervaart te delen wat er in het hart leeft. Belangrijk en goed!

Eenmaal binnen volgde de ene na de andere ontmoeting. Bijzonder om binnen een paar minuten deelgenoot te worden van de kern van iemands pijn, ook als het gaat om de ouder van een lesbische dochter. De dochter heeft het geloof en God afgezworen. Ik heb toen gezegd dat God het zaadje van zijn liefde in haar hart heeft geplant en dat Hij haar in zijn handpalm heeft gegraveerd. Ik moet denken aan moeder Monica van de bekende Augustinus van Hippo, die ooit compleet van God was losgeslagen. Moeder Monica bleef bidden. Dit had verstrekkende gevolgen. Ik vertelde de ouder dat ik zelf ook een tijdje onbereikbaar ben geweest voor goedbedoelde ‘vrome taal’, juist omdat ik religie als een aanvallend bolwerk beschouwde voor wat diep van binnen voor mij zo kostbaar was – de diepe, intense hunkering naar een vriend voor het leven.
Met tranen in onze ogen gingen we naar de ontmoetingszaal.

Pieter van Boven, voorzitter van het bestuur van Hart van Homo’s, trapte de dag af met een opening. Wat mij vooral raakte was deze zin: ‘Ik ervaar het als mijn weg homo’s onvoorwaardelijk lief te hebben.’ Dit is zo krachtig en mooi. Dit is waar het om draait. De zin kwam de hele dag op allerlei manieren terug. Ik denk dat we het woord ‘onvoorwaardelijk’ niet ver genoeg kunnen afpellen.
[Wat zijn we soms snel met onze antwoorden (ook vanuit een vermeende ‘waarheid’, bijv. over hoe God aankijkt tegen relaties). Onvoorwaardelijk liefhebben is de mens als beelddrager van God te zien (kostbaar, bedoeld en puur) en deze ook als zodanig te behandelen. Punt. Ik merk dat er soms een reflex in kerkelijke kringen bestaat, dat wel te zeggen, maar dan te vervolgen met een komma. Vooral in orthodoxe kring zie ik een dringende behoefte aan het opkomen voor de waarheid (wat op zichzelf natuurlijk heel goed is, begrijp me goed), waardoor men telkens alles volledig wil benoemen. Onder het mom van ‘we moeten altijd met twee woorden spreken’, kan er zo een sfeer ontstaan waarin mensen met een relatie van liefde en trouw met iemand van hetzelfde geslacht zich hoogst ongemakkelijk voelen. Soms is het goed de onvoorwaardelijke liefde tot een ander uit te spreken en het daarbij dan ook te laten, in ieder geval voor dat moment. Pieter van Boven deed dat en ik vond dat heel sterk!]

Wolter Rose hield vervolgens een referaat over Het evangelie voor homo’s. Drie kwartier lang sprak hij over het evangelie. Ik kreeg op een gegeven moment wel het gevoel: nu moet u toch wel echt de link naar homo’s maken, want daar zijn mensen voor gekomen. Het leeuwendeel van de lezing had op tal van gelegenheden gehouden kunnen worden. Ook vond ik de veelheid aan bijbelteksten nogal overweldigend. Een aanbeveling kan zijn de volgende keer dichter bij het thema te blijven.

Heel mooi wat Rose zei over de meerdimensionaliteit van Gods grootheid. In tijd, ruimte en qua eigenschappen torent God uit boven alles en iedereen. Hij is machtig en is onmogelijk ‘na te rekenen’. God is een mysterie, een ‘monument’ waar je in volle aanbidding omheen loopt. En toch is God tegelijkertijd zó dichtbij.

Rose zei ook dat niemand is geholpen met het bieden van valse hoop. Hij noemde daarbij twee voorbeelden. Het eerste is de suggestie dat bidden en therapie iemands seksuele gerichtheid kan veranderen. Het tweede is een zegen over een seksuele relatie, anders dan het huwelijk tussen een man en een vrouw.
Na de lezing ben ik even naar Rose toegelopen om een korte toelichting op het tweede voorbeeld. Het is zo makkelijk elkaar verkeerd te begrijpen, met alle gevolgen van dien. Rose gaf aan in de Bijbel geen ruimte te zien voor het inzegenen van een relatie tussen mensen van hetzelfde geslacht en koppelt dat gegeven aan het bieden van valse hoop. Ik vind de stellingname wat ferm en het is me nog niet helemaal duidelijk wat Rose ermee wil bereiken, anders dan het gedachtengoed van Hart van Homo’s weer te geven. Aan het begin van de ontmoetingsdag is wel verteld dat Hart van Homo’s haar visie niet anderen wil opleggen, maar zij deze wel gewoon uitdraagt. Dat is logisch. Of de woorden ‘valse hoop’ dan moeten worden gebruikt voor wat voor een ander heel kostbaar en waardevol is…?

In een opbouwende en leerzame workshop van Herman van Wijngaarden (Korte cursus pastoraat) was er volop ruimte om met o.a. allerlei ambtsdragers van gedachten te wisselen. Er is gewoon grote behoefte aan om dat in een veilige context te kunnen doen. Van Wijngaarden zoomde in op een aantal belangrijke principes bij het verlenen van pastoraat aan homo’s, zoals (h)erken, waardeer en accepteer de homo in de gemeente.
Hart van Homo’s ziet wel ruimte voor een ‘innige vriendschap’ tussen mensen van hetzelfde geslacht. Ik was vooral benieuwd naar hoe zo’n vriendschap eruit ziet. Van Wijngaarden geeft aan dat ‘seksuele geslachtsgemeenschap en alles wat daartoe leidt’, te ver gaat. Ik vraag mij oprecht af of het houdbaar is om handje vasthouden en zoenen dan wel toe te staan. Waar ligt dan de grens? Maak je het jongeren niet onnodig moeilijk? Kun je dan niet beter zeggen: alles of niks?
Tegelijkertijd staat Hart van Homo’s voor om homoseksuele jongeren zelf verantwoordelijkheid te laten dragen voor hun keuzes, voor het aangezicht van God. Dat juich ik toe! Dat voorkomt moralisme en ook geforceerde stellingnames, die m.i. niet bijbels steekhoudend zijn. De geschiedenis van Jonathan en David en hun ‘innige vriendschap’ is daarvoor te mager.

In een andere workshop ging Hans Wulffraat (predikant in de Chinese CAMA gemeente te Zoetermeer) in op De gemeente en (beleid rond) homoseksualiteit. Ik proefde een zoeken en worstelen hoe nu beleid te ontwikkelen op homoseksualiteit. Het was goed die worsteling te zien. Het getuigt ervan recht te willen doen aan de mens áchter het beleidsstuk.

Ik kijk positief terug op de ontmoetingsdag! Wat een mooie ontmoetingen, ook met oudere ambtsdragers. Zij getuigden van een verrassende barmhartigheid en beheersten de kunst om een verbindend, opbouwend dialoog te voeren – ook als er sprake was van verschillen in inzicht.
Eén puntje nog: ik hoop met heel mijn hart dat celibatair levende jongeren, die op grond van de Bijbel daarvoor kiezen, niet alleen mildheid richting zichzelf, maar ook richting anderen laten zien. Ik ben op een bepaald moment tijdens de ontmoetingsdag enorm geschrokken van de felheid waarmee zo’n jongere mij de waarheid wilde aanzeggen. Daardoor verliet ik Barneveld met gemengde gevoelens. In de auto dacht ik: dan leef je volgens het plaatje, maar mis je de liefde…

Hart van Homo’s, blijf timmeren aan de weg! Er is nog een wereld te winnen. Jullie komen op plekken, waar ik nooit komen zal. Zaai en oogst. Ik bid voor jullie!

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Jezus doet het gewoon: op de koffie!

DSCN0101

Schotland

“Zacheüs was gehaat en gevreesd. Desondanks nodigde Jezus Zichzelf bij hem uit. Wat zou het mooi zijn als christenen op diezelfde manier leren omgaan met homo’s,” zegt John Lapré. Zes jaar geleden kwam hij uit de kast en werd hij gezien als “een bedreiging voor Gods koninkrijk”. In zijn boek ‘De veilige kerk’ deelt John een aantal principes om duidelijk te maken hoe de kerk een veilige haven kan zijn voor iedereen, ook voor homo’s. Aan de hand van het verhaal van Zacheüs de belastingambtenaar (Lukas 19:1-10, red.) deelt John drie principes.

  1. Zie de mens

“Als Jezus Zacheüs ziet weet Hij dat Hij te maken heeft met een steenrijke belastingambtenaar,” merkt de schrijver op. “Uitgerekend Jezus sommeert de gehate en gevreesde chef van de belastingdienst uit de boom te komen. Jezus zegt niet: ‘Beste man, daar in de boom…’ Nee, Jezus noemt zijn naam. Dat sloeg bij mij behoorlijk binnen. Dit is voor mij het bewijs dat God de mens ziet. Als christelijke geloofsgemeenschap kunnen we hier lering uit trekken. Achter al onze beschouwingen, dogma’s en beleidsvisies staat een mens. Daarom zouden we moeten leren om het verhaal achter de persoon te ontdekken. Daarvoor is inlevingsvermogen nodig. We mogen leren communiceren vanuit de relatie die we met iemand hebben opgebouwd in plaats van een leerstelling.”

John hoorde het verhaal van een jongen die door zijn broederraad werd verzocht zich te melden voor een gesprek. “Later werd duidelijk dat die broederraad al wekenlang over hem had gesproken over homoseksualiteit. In het allerlaatste stadium werd die jongen erbij gehaald en direct geconfronteerd met zijn rol in de gemeente. Ze hadden er ook voor kunnen kiezen om met hem een open gesprek aan te gaan onder het genot van een bak koffie. Dan hadden ze ook kunnen vragen hoe het met hem gaat. Maar het ging meteen over zijn geaardheid. Ik denk dat je als kerk dan de plank misslaat. Bouw een band op en vertrouw erop dat Gods Geest je leidt tijdens het proces. Dat is een benadering vanuit relatie in plaats van een leerstelling. Ik ben ervan overtuigd dat je als kerk daar veel meer mee bereikt.”

  1. Radicale gastvrijheid

“Terwijl Zacheüs in de vijgenboom zit en de passage van Jezus rustig afwacht, stopt Jezus. De Zoon van God kijkt naar Zacheüs en laat Zich uitnodigen. In het huis van Zacheüs voeren ze met elkaar een goed gesprek. Zacheüs heeft een slechte reputatie. Maar Jezus, die zonder twijfel Zacheüs’ hart tot op de bodem kan doorgronden, gaat het gesprek met hem aan. Zacheüs weet dat hij niet iemand in huis haalt die alleen maar een pittig gesprek wil voeren over een of andere transactie. Hij is zich ervan bewust iemand in huis te ontvangen die geïnteresseerd is in hém.

Daarmee laat Jezus zien dat onze deur voor iedereen mag openstaan. Zelfs als we met die ander radicaal van mening verschillen. Onderwerpen die de kern van het evangelie niet raken mogen er niet toe leiden dat we de ander het licht in de ogen niet gunnen. Wat zou het mooi zijn als we ondanks verschillen van mening elkaar vinden in Jezus Christus.” Hiermee zegt John niet dat leerstellingen er niet toe doen. “Een waarheidsclaim mag er niet toe leiden dat een individu met de staart tussen de benen de gemeenschap verlaat. Het individu wordt opgenomen in de gemeenschap en deelt in de vreugde van wat de gemeente een vierende gemeente maakt.”

John geeft een voorbeeld uit zijn eigen leven. “Ik heb een broeder die ik enorm waardeer. Hij heeft een andere visie op homoseksualiteit en relatievorming. Maar als we elkaar ontmoeten is dit geen issue. In elkaars hart proeven we een passie voor God. Dat is de gemene deler en dat bindt ons samen. Als ik hem ontmoet voel ik mij gewaardeerd en gerespecteerd.”

  1. De hogere weg

John: “In zijn contact met Zacheüs trok Jezus zich niets aan van alle culturele en religieuze barrières in Zijn omgeving. Hij brak erdoorheen en koos voor een andere weg. Een hogere weg. De alwetende Jezus trekt Zich niets aan van anderen. Weet je dat in Jezus’ tijd de visserij tot één van de meest beschamende beroepen behoorde? En juist op die plek kiest Jezus Zijn discipelen uit om met hen het evangelie te verspreiden.”

John verwijst naar het verhaal van Minke Velthuis en haar dochter Liesbeth. Het kostte Liesbeth en haar man een leiderschapspositie in de plaatselijke kerk dat zij hun dochter steunden in haar keuze voor een relatie. Minke vindt het erg moeilijk dat er voor haar dochter geen ruimte is in de kerk. ‘Wat ik wil is dat zij bij Jezus blijft, maar sommige christenen wijzen haar af,’ zegt ze. “Als ouders hun kinderen altijd blijven steunen – ook als ze het oneens zijn met hun keuzes – bewandelen ze de hogere weg. Dat doe je door uit te spreken dat iemand altijd bij jou welkom is,” voegt John toe.

CIP.nl besprak eerder met John zijn levensloop. Lees: John was een gewilde spreker in christelijk Nederland; totdat hij homo bleek te zijn

Klik hier om het boek van John Lapré te bekijken of te bestellen.

[Note: Op het Christelijk Informatie Platform verscheen deze week het volgende artikel, n.a.v. een interview. Op cip.nl staat het achter een betaalmuur.]

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Boekpresentatie De veilige kerk – een terugblik

FullSizeRender-2 kopie 4Gisteravond was de boekpresentatie van m’n boek De veilige kerk in één van de prachtige winkels van Westerhof Boeken in Zwolle. En om maar met gelijk met de deur in huis te vallen: wat was er een warmte en hartelijkheid! We waren bij elkaar in een geest van verbroedering en met het verlangen naar de ander te luisteren. Iemand merkte op: ‘Wat is dit toch mooi. Zo’n bont gezelschap; zijn we niet juist daarom zo’n verrijking voor elkaar?’ Ik geloof het zeker.

Eerst was er het hartelijke ontvangst en welkom door de eigenaresses van Westerhof Boeken, Bep en Christa. Ik heb hen gezegd blij en dankbaar te zijn dat dit evenement in hun winkel mocht plaatsvinden, een plek waar we boeken kunnen zien, ruiken en aanraken. Een plek die vanuit hun liefde voor elkaar én voor het boekenvak zo inspirerend en mooi is.

FullSizeRender-2 kopie 5Daarna kreeg Paul Abspoel, mijn uitgever bij Ark Media het woord. Zijn warmte en bewogenheid voor mensen straalde door zijn woorden heen. Het was een prachtig moment dat hij mij én Lionel naar voren riep en ons samen feliciteerde met het boek. Dat is ook precies zoals ik de weg naar de voltooiing van het boek heb ervaren: dat zonder de steun en support van Lionel dit boek niet eens levensvatbaar zou zijn geweest. Het is zonder enige twijfel de onvoorwaardelijke liefde van Lionel voor mij dat ik meer van Gods liefde ervaar in mijn leven. Ik heb nooit kunnen vermoeden dat de omgeving waarin ik verkeer zóveel zegt over mijn godsbeeld en de manier waarop ik God ervaar in het alledaagse leven. Heel mooi dat Paul dit zo onderkent. Paul dankte Lionel nog voor het feit, dat hij thuis een schrijfkamer voor mij heeft ingericht: een heerlijke plek waar ik, omgeven door boeken en vooral rust, kan schrijven.

Na het in ontvangst nemen van De veilige kerk kreeg ik het woord. Ik heb onder andere het volgende gezegd:

Wat ooit begonnen is in een nachtelijk uur, ergens op een kazerne, heeft geleid tot dit boek. En waar u soms mijn tranen voelt, is het toch vooral bedoeld als een vertolking van waar mijn hart naar uitgaat. Mijn persoonlijke verhaal is niet meer dan een illustratie van wat ik eigenlijk zeggen wil:

Dat ik verlang naar een kerk, waarin recht wordt gedaan aan ieder mens, aan ieder verhaal. Waar de vrijheid wordt gevoeld om al die verhalen met anderen te delen en iedereen ervaart: hier ben ik, in al mijn kwetsbaarheid, veilig.

Een veilige haven dus, waar óók minderheden niet slechts gedoogd, maar voluit geaccepteerd worden. Daar droom ik van. Juist de kerk kan een verschil maken, door een plek te zijn waar je even niets hoeft te presteren, maar gewoon mag zijn, samen met een heleboel andere mensen.

Ik heb vaak een poging gedaan iets van dat verlangen in woorden te gieten, juist omdat ik zelf de vrijheid en veiligheid helaas grotendeels heb moeten missen.
Telkens kwam ik niet verder dan 1000 woorden, omdat ik voelde de kern van wat ik eigenlijk wilde zeggen niet te raken. Lionel is daar getuige van geweest; hij heeft heel wat materiaal in de digitale ijskast zien verdwijnen.

Eind vorig jaar ervoer ik een soort van doorbraak. Op een avond begon ik te schrijven en ik bemerkte al snel daarna dat ik steeds meer in het boek begon te geloven. Ik wist mezelf te raken. En ik geloof dat je dát als schrijver nodig hebt om iets van waarde te creëren.

De weken gingen voorbij en ik bracht de avonden schrijvend door in de ontspanningsruimtes op Defensielocaties, mijn persoonlijke slaapverblijven, in bibliotheken, in kleine Amersfoortse cafeetjes, vliegtuigen en hotelkamers. En gezellig thuis, naast Lionel op de bank.

Via via kwam ik in contact met Paul Abspoel en toen Ark Media groen licht gaf realiseerde ik me: o, het gaat er dus écht komen!
Ik vond het spannend. En dat vind ik het nog steeds. Tegelijkertijd is het echt een voorrecht om te mogen vertellen over mijn droom.

Niet iedereen kan mijn pleidooi volgen en ik hoor geregeld: maar de waarheid dan?! Ben je nog wel bijbelvast? Dan is mijn antwoord:
Wij kunnen niet bijbelvaster zijn dan de liefde van Jezus Christus, zijn compassie voor ieder mens, maximaal handen en voeten te geven. Want we kunnen nooit groot genoeg denken van de inclusieve genade van God. Nooit zijn we té barmhartig, té verwelkomend, té liefdevol.

Wat een boodschap hebben we als we vanuit het hart van Jezus handelen. Jezus die nooit veroordelend is, maar altijd de hand reikt.
Waar Jezus is, waar we zijn liefde en compassie verspreiden, daar gebeurt iets krachtigs, iets explosiefs. Daar brengt de Geest van God leven voort. Leven vol mededogen, oog voor de ander en echte blijdschap. Daar maken we de kerk tot een feesthuis. Daar is de kerk niet langer een plek waar we godsdienst bedrijven, maar dan is de kerk geworden een plek waar Jezus zich thuis voelt tussen hen die Hem liefhebben.

We hebben vanavond echt een mooi feest te vieren! Niet in de eerste plaats omdat dit boek op de markt is gekomen, maar vooral omdat we allemaal uitzonderlijk geliefd zijn door de hemelse Vader – wat we ook gedaan hebben, welke geheimen we ook meetorsen.

De twee bijdragen van mijn twee goede vrienden mr. Henk Medema (ex-uitgever en publicist) en dr. Alexander Veerman (PKN-predikant in Vriezenveen) hebben een diepe indruk op mij achtergelaten. Voor mij zweeft het woord GENADE boven hun toespraken en het is veel waard om hun bijdragen na te lezen:
– Henk Medema, Veilig, Heilig, Enig;
– Alexander Veerman, Het gaat om mènsen.

Tijdens de ‘vragenronde’ werden verrijkende, intieme dingen gedeeld. Als je merkt dat de mens echt centraal komt te staan, ook in al ons spreken, dan kun je alleen maar met een dankbaar hart toezien wat zich voor je ogen voltrekt. Lennart Pluim van Verscheurd deelde iets uit zijn eigen leven en over het werk van Verscheurd. Hij zong, terwijl hij de piano bespeelde, het lied Amazing Grace. Kippenvel. We raakten het leven…

De ontmoeting met zoveel verschillende mensen was hartverwarmend. Toen ik met Lionel de boekhandel na tienen verliet, had ik even geen woorden (ja, je gelooft het niet :)). Het was intiem, veilig. Er was verbindend dialoog. Ik heb de mens gezien. En de ander mij.
God is goed!

2 reacties

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

‘Juist bij de kwetsbare Man op het kruis vond ik troost’

De schrijver van dit gastblog vertelt hoe hij binnen de muren van de Rooms-Katholieke Kerk, die hij zo lief heeft, geen veiligheid ervaart om over zijn relatie met een man te vertellen. Dit doet hij anoniem, om de volgende reden:

‘Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit.’

RK KERK

Foto m.d.a. Edwin Butter, Amsterdam

‘Mijn moeder is geboren in Brabant aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Alles in Brabant, zeker in Vught, was katholiek. Mijn moeders familie was groot; aan beide kanten hadden haar ouders meer dan 10 broers en zussen. Iedereen was getrouwd; mijn moeder had zo’n 150 neven en nichten. Eén tante en oom hadden geen kinderen. Tante Cato, een zus van mijn oma, was getrouwd met ome Jan. Mijn moeder vertelde er weleens over. Ome Jan was een keurige man die heel aardig was. Hij hield erg van antiek. Én werd erbij verteld: “hij ging af en toe naar Amsterdam”.

Ome Jan was homo maar dat woord bestond toen nog niet en werd zeker niet uitgesproken. Ik heb iets dubbels met deze benadering. Zo omgaan met de zaken was in het katholieke Vught in de jaren ’50 het maximaal haalbare voor tante Cato en ome Jan. Misschien hoeft ook niet alles uitgesproken te worden; dat is ook wel erg Nederlands van boven de rivieren. In heel veel maatschappijen over de wereld heeft men aan een half woord genoeg en is er de facto soms meer vrijheid dan alles willen benoemen. Tante Cato heeft ome Jan jarenlang verzorgd toen hij ziek werd. Ze hadden op hun manier een zinvol leven, maar misschien waren beiden ook wel eenzaam en ongelukkig. Weten doen we het niet, want ze zijn al jaren geleden overleden. Misschien zaten ze wel gevangen in hun geheim, terwijl iedereen het wel wist.

Ik heb Onze Lieve Heer naar beneden gebeden dat mijn eigen homoseksuele gevoelens weg zouden gaan. Al vanaf mijn zesde voelde ik dat het bij mij “anders zat”, maar het kon niet, het mocht niet, het bestond niet. Het was zondig. Tot ik over mijn oren verliefd werd op een man. Ik kon er niet meer om heen. “God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, ver blijft Uw redding bij mijn kreet om hulp” (ps 22,2) zo riep ik uit tegen de Man op het kruisbeeld in mijn kamer – de woorden herhalend die Hij Zelf sprak op het kruis – midden in mijn verliefdheid. Ik voelde me naakt en kwetsbaar, bang en verward en was tegelijkertijd zo ontzettend verliefd. Ik wist het allemaal zo zeker, was behoorlijk orthodox katholiek en alles begon te wankelen. Maar juist bij deze kwetsbare Man op het kruis Die hetzelfde schreeuwde als ik, vond ik troost. Het onderkennen en accepteren van wie ik ben, met mijn hele persoon, inclusief homoseksualiteit, heeft me dichter bij God gebracht.

Inmiddels ben ik heel wat jaren verder. Ik heb alweer bijna 15 jaar een relatie en woon alweer heel wat jaren samen. Ik ben gebleven in mijn eigen Rooms-Katholieke Kerk. Ik kan in haar het beste Jezus ontmoeten. Ik voel me thuis in die kerk die – bijvoorbeeld in haar liturgie – een kerk is van alle tijden en plaatsen. Een hele diverse kerk met orden en congregaties met verschillende vormen van spiritualiteit. Maar de Rooms-Katholieke Kerk heeft ook iets dubbels. Er is een don’t tell, don’t ask mentaliteit als het gaat om homoseksualiteit. Men weet zich er eigenlijk geen raad mee. Ik heb een verantwoordelijke baan, ben lid van meerdere Raden van Toezicht, ga dagelijks naar de Mis in de kerk bij mij om de hoek en ga jaarlijks op retraite. Maar ik zet mijn naam niet onder dit stuk. Ik voel me niet veilig in mijn kerk open en eerlijk te zijn over mijn relatie met een man. Dan lig ik eruit. Terwijl ik juist wil horen bij die club van de Man op het Kruis.’

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk