Categorie archief: Algemeen

We hebben elkaars verhalen nodig!

IMG_1677Tijdens een evenement van een christelijke vakorganisatie hield ik onlangs een lezing over de balans tussen werk en privé. Ik had het onder andere over het belang van zinvol werk en vertelde over het arbeidzame leven van mijn vader, die in december vorig jaar ons is ontvallen.

Mijn vader heeft vele jaren aan de lopende band gestaan in een fabriek. Wekelijks gingen er kilometers tapijt door zijn handen en duizenden matjes voor bij de voordeur. Papa kwam vaak moe thuis. Maar in plaats van dat hij dan zei hoe vermoeiend en dodelijk saai de dag wel niet was, vertelde hij regelmatig in geuren en kleuren hoe hij een pallet vol matjes, kaarsrecht op elkaar gestapeld, had afgeleverd bij de volgende afdeling.
Ik voelde dat hij trots was op zijn werk.

En ik ben ongelofelijk trots op mijn vader, juist om hoe hij met zijn werk omging. Voor mijn vader was de routine zinvol, omdat hij zijn werk niet zag als banale klus die elk mens kan doen, maar omdat hij zichzelf zag als de juiste man op de juiste plek. Samen met zijn collega’s wilde hij een goed product afleveren en daar deed hij zijn stinkende best voor.
Als kind schaamde ik mij er wel eens voor om te zeggen dat mijn vader in een fabriek werkte. Maar vandaag de dag zeg ik met trots: mijn vader was een fabrieksarbeider – een begaafde man, die wist dat wat uit zijn handen voortkwam zin had.

Na mijn lezing vertelde een man dat hij geraakt was door het verhaal over mijn vader. Hij kon zich met hem identificeren. Ik geloof dat die man de dag na het evenement op een andere manier aan zijn routineklussen begon. Hij deed hetzelfde werk als de dag ervoor, maar vast en zeker met een andere mindset.
Een andere meneer zei: ‘Het verhaal raakt me zo. Je had het niet over een succesverhaal van een of andere koning. Het ging over een man, die niet zo onbereikbaar is als een koning, een man van wie misschien wel iedereen denkt: als hij gelukkig kan zijn in dat werk, kan ik het ook.’

IMG_1716Keer op een keer kom ik erachter dat het verhalen zijn die harten beroeren. Ik doe mijn uiterste best goede lezingen voor te bereiden, waarin ik theorie en praktische handvatten verwerk. Maar uiteindelijk zijn het vooral de persoonlijke verhalen, waardoor mensen aanhaken en opveren. Toen ik op de landelijke dag van ChristenQueer ook weer vertelde over mijn vader, die na mijn coming-out tegen mij zei: ‘John, je weet hoe ik over je relatie denk, maar ik hoop dat je Lionel trouw zult blijven tot de dood jullie scheidt, zoals ik trouw wil zijn aan mama’, merkte een bezoeker op: ‘Toen je over je vader begon, was ik er weer helemaal bij.’
Ook de reacties van lezers van mijn boek ‘De veilige kerk’ getuigen ervan dat vooral door mijn persoonlijke verhaal het boek als een verrijking wordt ervaren.

Inmiddels ben er diep van overtuigd dat onze verhalen, hoe kwetsbaar ze soms ook zijn, voor verandering zorgen. Verhalen geven datgene wat we graag willen doorgeven aan anderen kleur en verdiepende inhoud. We winnen aan levenskracht als we ons eigen hart op een kier durven te zetten, zodat anderen mogen meekijken naar wat ons bezielt.

Ik geloof dat we het hart van de ander winnen als we elkaar onze doodnormale belevenissen vertellen. Gewoon, het rauwe leven, de intieme schoonheid van het ‘gewone’, dat wat ons vooruitduwde richting het licht of in verwarring misschien. Wie het hart van de ander wil veroveren, geeft woorden aan het mens-zijn.

Het mooie aan verhalen is dat zij duiding kunnen geven aan wat wij in duizenden beschouwelijke woorden niet kunnen vangen. Verhalen brengen, zonder dat expliciet woorden te geven, nuances weer die in handboeken nauwelijks te vangen zijn. De opmerking van mijn vader over het trouw zijn aan mijn partner, spreekt boekdelen. Ik zag een man met een overtuiging en tegelijkertijd een man die… vult u het zelf maar in. Want met dat ik dat woorden geef, ontdoe ik mijn vaders opmerking van zijn diepste waarde. Je kunt dat alleen voelen.
Verhalen komen waar woorden tekortschieten. Met dat je het beschrijft, heb je het punt gemist.

Verhalen maken ons zacht naar elkaar. Zacht, niet in de weke zin van het woord, maar zacht als gevolg van het kijken in andermans ogen. Soms is het nodig ontroering met elkaar te delen om verbonden te raken, al zijn we fysiek mijlenver van elkaar verwijderd. Wat we horen op de radio of zien op tv kan ons hart zo beroeren, dat we het gevoel hebben dat we de spreker al jaren kennen.
Mens ontmoet mens.

Zullen we elkaar de mens wat meer laten zien? Dan geloof ik dat de wereld een klein beetje mooier wordt.

John Lapré

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Algemeen

‘Samen luisteren in de stilte’, meditatie

20190302_094142510_iOSDe meditatie is hier te beluisteren, van 9:25-15:39 minuut.

“Wat kan een zin uit een boek of een tekst uit de Bijbel opeens een bijzondere betekenis krijgen, terwijl je dezelfde woorden al 100 keer hebt gelezen.
Opeens is het anders.
Als het je overkomt, weet je dat het anders is.
De letters blijven qua vorm gelijk, maar vullen zich met een diepere lading, op een dieper niveau.

De woorden kunnen met je aan de haal gaan,
kunnen zich nestelen in je stilteplek van binnen,
daar waar de hemel de aarde kan raken,
en waar je voelt dat het leven fundamenteel in orde is.

Heel graag wil ik een persoonlijke ervaring met jullie delen.

Op 2 december vorig jaar is mijn vader overleden.
Hij leed aan vasculaire dementie en zat op de gesloten afdeling van een verzorgingshuis.
Niet langer kan ik de twee grote ogen van papa zien, ogen die soms vol vraagtekens de wereld in staarden.
Alsof ze zeiden: wil jij mij dan helpen? Snap jij het wel dan?
Ogen die papa’s hersenschimmen niet konden verbloemen.

Ik zou papa’s hersenschimmen weg willen sturen, de flarden werkelijkheidszin aan elkaar willen hechten.

Maar alles is veranderd.
En we zijn nu drie maanden verder.
Toen ik niet lang na papa’s dood meehielp zijn kamertje leeg te halen, maakte een tekst op een klein schilderijtje dat altijd boven zijn bed had gehangen, pas écht grote indruk op mij.
Op het schilderijtje staat een korte tekst uit de Bijbel.
Ik heb het hier bij me.
Mijn oog zal op u zijn, staat erop.
Sinds het leeghalen van papa’s kamer dansen die woorden door mijn hoofd.

Door al mijn vragen heen hoe papa de laatste jaren van zijn leven heeft beleefd, geven die woorden op een bepaalde manier rust.
Al die tijd dat papa daar in zijn kamer lag, in die donkere nachten, terwijl hij misschien verwoede pogingen deed om zijn hersenschimmen weg te jagen, hing dat schilderijtje boven zijn bed.

Mijn oog, zegt God, zal op u zijn!

Mijn vader glipte niet uit de zorgende handen van God!
Nooit heeft God zijn belofte verbroken en de andere kant op gekeken.
Ook als er maar geen einde leek te komen aan de lange nachten, heeft God niet geslapen. Nooit.

God zorgde voor papa, zoals een kuiken onder de vleugels van zijn moeder bescherming vindt.

Ik voel hoe God waakt, zorgt, beschermt en thuis brengt.
Mijn oog is op u.
Ik voel gedragenheid, bescherming.
Het oog van God.
Zie die blik in zijn ogen.

De ogen van God begeleidden papa naar zijn allerlaatste rustplek.
De ogen van God gaan mee over de paden van ons aller leven.

Zullen we dat vanavond eens gaan voelen?
Ook al zit je hier misschien met weinig concentratie,
of baal je van een boze uitbarsting eerder deze dag,
of tob je met het gevoel dat God je even niks zegt.
Wat je ook voelt, wat je ook denkt te zijn, God zegt: ‘Mijn oog zal op u zijn’.

Zullen we gewoon eens stil zijn, zomaar vijf minuten, na een drukke werkweek.
Om met God te praten,
om te zeggen wat er in je hart leeft,
om dankbaar te zijn voor zijn trouwe ogen.
Ook als je geen woorden hebt, richt je hart op God.
Rust uit in zijn aanwezigheid.

Voel de eenvoud van het geloven.
Voel de kracht van de stilte.
Voel de liefde van God.

Mijn oog zal op u zijn.

**

20190302_094142454_iOSVoor meer informatie over het boek ‘Samen luisteren in de stilte’ (incl. inkijkexemplaar), klik hier.
samenluisterenindestilte2

 

2 reacties

Opgeslagen onder Algemeen, Stilte

Van Nashville naar het hart van de ander

Toen de Nederlandse Nashvilleverklaring als een vuurpijl het nieuwe jaar werd ingeschoten, bekroop mij haast onmiddellijk het onbestemde gevoel: dit gaat niet voor verbinding zorgen, maar voor nog meer polarisatie als het gaat over het onderwerp homoseksualiteit en geloof. Niets bleek minder waar. Twitter ontplofte, media doken erbovenop en de eerste verdrietige verhalen van gelovige lhbt-ers druppelden ook bij mij binnen.
Nog even los van inhoud en vorm: in de kerk zijn we niet gediend met nog een verklaring of iets wat haast als een belijdenisgeschrift gelezen kan worden. In de kerk zijn we gediend met dialogen, open en respectvolle dialogen. Het gesprek, de ontmoeting, het de ander in de ogen kijken en turen tot op de bodem van andermans hart, zal leiden tot opbouw van de kerk. Niet het sluiten van gelederen, niet het vormen van een theologisch cordon om door middel van een ‘geestelijke strijd’ de waarheid koste wat het kost te beschermen.

Medio 2018 had ik in het Reformatorisch Dagblad (RD) een briefwisseling met hoofdredacteur Steef de Bruijn. De toon van deze briefwisseling was goed en is door veel mensen als hartelijk ervaren. Deze hartelijkheid was ook voelbaar tijdens een ontmoeting op de redactie van de krant. Ondanks schurende visies en het elkaar bevragen op het scherpst van de snede, was er een bodem van gelijkwaardigheid en luisterbereidheid. Zo werken lastige dialogen. Alleen dan maak je stappen voorwaarts. Misschien minder dan gehoopt en verwacht, maar het tellen van zegeningen gaat ook over wat wij ‘kleine stapjes’ noemen.

Dr. P. De Vries – een van de initiatiefnemers van de verklaring – was echter zeer ontstemd over de inhoud van de brieven. Dit ongenoegen werd gedeeld door evangelist Arjan Baan, de andere initiatiefnemer van de verklaring, die al eerder mijn bijdragen in de media ‘tam tam’ had genoemd. Zowel De Vries als Baan hekelen de – in hun beleving – moderne tijdsgeest die ook binnen kerken waait als het gaat over het hete hangijzer homoseksualiteit en geloof.
Duidelijk werd wel: er waren ‘herstelwerkzaamheden’ nodig, de rijen moesten worden gesloten, de aloude gereformeerde leer verdedigd. In het RD verscheen niet lang na de briefwisseling een statement en deze maand de Nederlandse vertaling van de Nashvilleverklaring.

Om meerdere redenen heb ik met ontzetting deze verklaring gelezen. Laat ik hier mijn drie belangrijkste opmerkingen plaatsen:

  1. Ik zie de verklaring als een controlemiddel, als een grensbewakingsdocument. De verspreiders en ondertekenaars van de verklaring willen (meer) grip op ‘hun schapen’. De verklaring slaat piketpaaltjes: wij hopen en willen dat u (lees: onze achterban) er dit van gaat vinden. Het dient als waarschuwing: wat die mensen (bijv. homo’s met een relatie) doen, is een grove zonde. Zij staan buiten het Koninkrijk van God, volgen een duister spoor.
    Omdat de verklaring piketpaaltjes slaat, mis ik een hart dat bonst van liefde. Het leven is eruit (want de ‘heiligen’ worden gescheiden van de ‘melaatsen’), het pastorale nawoord ten spijt. Over dat pastorale nawoord gesproken: de apostel Paulus en anderen voegden in de Bijbel nooit ergens een pastoraal nawoord toe. Nooit gebruikten de bijbelse heiligen ferme taal om daarna in een voetnoot de ‘aai van een herder’ uit te delen. Dat geeft te denken.
  2. De schrik slaat je om het hart als je ziet welke namen onderaan de verklaring prijken. Niet alleen de voorman van de SGP Kees van der Staaij plaatste zijn handtekening, maar ook de evangelische voorganger Orlando Bottenbley en prof. dr. M.J. Paul. Zij plaatsten hun handtekening onder het dieptepunt van de verklaring: artikel 7. Daarin wordt gesteld dat een homoseksueel of transgender zelfbeeld wordt aangenomen. Ook wordt de suggestie gewekt dat homo’s kunnen genezen. Mannen van statuur plaatsten bewust hun handtekening en gaven daarmee tegelijkertijd een dreun aan alle worstelende lhbt-ers, zowel binnen als buiten de kerk.
  3. Daarmee raken we de kern van mijn frustratie: het zijn de lhbt-ers die in bepaalde kerken weer de (finale) klappen zullen moeten opvangen. Mannen die zich ten doel stellen de leer zuiver te houden, gebruiken hun tijd en energie om de wereld duidelijk te maken dat homo’s hun zelfbeeld hebben aangenomen en dat dit zelfbeeld gedefinieerd moet worden ‘overeenkomstig Gods heilige bedoelingen in schepping en verlossing’.
    Worstelende gelovige lhbt-ers mogen leren geen leven vol worsteling te hoeven doorstaan, maar hun lichamelijke identiteit te omarmen. Dat omarmen kost veel tijd en moeite misschien. Maar in dit omarmen ligt wel de sleutel naar een vol en open leven, in vrolijkheid en geluk. In dat leven ligt de wetenschap in Gods liefde te mogen rusten, mét het homo-zijn, zonder enige spoor van aarzeling. Ik had graag gezien dat de Nashvilleverklaring daarin zou ondersteunen. Maar niets van dat alles. De verklaring zet de schepping eerder onder druk, over de ruggen van wie in de kerk soms al zo kwetsbaar een plekje van bescherming, bewogenheid en veiligheid zoeken.

De kerk zal alleen bloeien als zij meer werk gaat maken van een theologie die haar hoofdpijler boort in de ogen, in het hart van de ander. De Nashvilleverklaring is hierin niet geslaagd. Het is een dor document, waar al het leven uit is geperst en dat zowel binnen als buiten de kerk enorm veel weerstand oproept en pijn veroorzaakt. De Protestantse Kerk verklaart: ‘De Nashvilleverklaring is theologisch eenzijdig en gesloten en pastoraal onverantwoord.’ Dat gaat ook niet alle ondertekenaars in de koude kleren zitten. Verschillende ondertekenaars hebben besloten alsnog afstand te doen van de verklaring. Dat is een hoopvol signaal! Hopelijk volgen er velen.

1 reactie

Opgeslagen onder Algemeen

Opwekking 2018: mag de Geest even?

IMG-412475.000 zielen trok Pinksterconferentie Opwekking afgelopen weekend. 48 Pinksterweekeinden geleden was dat wel anders. Toen dromden een paar honderd gelovigen samen, in het prachtige Veluwse dorpje Vierhouten. Sindsdien is het bezoekersaantal alleen maar gegroeid. Dit jaar waren er zelfs 10.000 conferentiegangers meer dan vorig jaar. De meesten komen uit gevestigde kerken.

Nederland doet een beetje denken aan Jeruzalem. Een heleboel Joden, uit alle delen van de wereld, waren eens bij elkaar om het Pinksterfeest in de hoofdstad te vieren. Plotseling klonk er een geluid uit de hemel. Als vliegen op stroop gingen de Joden op het geluid af. Ze snapten er weinig van, waren van hun stuk gebracht. Ze hoorden de gelovigen praten in hun eigen taal. Mirakels! Sommigen zeiden: ‘Wat heeft dit allemaal te betekenen?’ Anderen moesten er hard om lachen en zeiden: ‘Trek het je niet aan, die mensen zijn gewoon dronken!’

Met de Pinksterdagen vliegt een flink deel van Godminnend Nederland naar Biddinghuizen. Katholieken, charismaten, evangelischen, reformatorischen, baptisten, methodisten, zevendedagsadventisten, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Als vliegen op stroop, soms hevig aangelokt door het onbekende. Opgaand in de anonimiteit (als dat je gegund is), soms de handen omhoog, waar die anders gevouwen op schoot zouden blijven liggen. Ontdekken, consumeren, geven, uitstrekken. Verbinden, overbruggen, meeveren, begrijpen. Er gebeurt iets. We snappen de ander niet altijd, zijn de taal niet altijd gewend, maar verklaren de ander niet voor gek, willen weten hoe de Geest door de ander werkt.

De jongeren van deze tijd willen op ontdekkingstocht. De vanzelfsprekendheid van kerkgang is allang voorbij; de rol van tradities is tanend. Ze willen voelen, invoelen, erin duiken. Opgaan in de dynamiek, geprikkeld worden.

Mag de Geest even? De diepte in (onderwijs), dobberen aan de oppervlakte, de lucht in. Ontembaar enthousiasme. Een traan, een arm om de schouder.
Flakkerende vlammen, vuur! De vreugdedans, de stilte.
Mag de Geest even? Een ieder in zijn eigen taal. Bovennatuurlijk en aards.
Bevangen door de warmte. De gloed van wat ons hart verwarmt. God.

En zo naar huis. De nieuwe week in. Dankbaar.
‘We horen dat er verteld wordt over de geweldige dingen die God doet.’

Be blessed!

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Algemeen