Ouweneel en John Lapré blikken terug op briefwisseling: “We zijn verbonden door geloof.”

‘Als jullie mijn visie op homoseksuele relaties respecteren, zijn Lionel en jij hartelijk welkom om een kop koffie met Gerdien en mij te komen drinken!’ Met deze zin rondde prof. dr. Willem Ouweneel onlangs zijn briefwisseling met John Lapré af. Relaties tussen homofiele personen van hetzelfde geslacht noemde Willem Ouweneel onlangs in zijn rijtje ‘veelvoorkomende theologische dwalingen in christelijk Nederland’. Lapré voelde zich hierdoor aangesproken. Het leidde tot een waardevolle briefwisseling op CIP.nl. Vandaag blikt het tweetal terug.

Hoe kijken jullie terug op de briefwisseling? Wat hebben jullie van elkaar geleerd?

Lapré: “Toen Willem in een column homorelaties opnam in een rijtje ‘veelvoorkomende theologische dwalingen in christelijk Nederland’, kroop ik in de pen. Ik wilde weten of de soep zo heet moest worden gegeten als zij werd opgediend. ‘Ik geef toe, John, dat was nogal kort door de bocht,’ reageerde Willem. Daarmee was niet het laatste woord gezegd; er vloeide een in mijn ogen waardevolle briefwisseling uit voort. Wat ik waardeer aan de briefwisseling is de toon waarmee het gesprek gevoerd is. Die toon is niet bijtend, niet onnodig polariserend. Verder ervaar ik het als bijzonder dat Willem, ondanks zijn overtuigingen, niet schroomt mij te beschouwen als ‘broeder in Christus’. Dat gevoelen is wederzijds; we zijn door het geloof aan elkaar verbonden, als verschillende leden van hetzelfde Lichaam.”

“Ik ervaar het als bijzonder dat Willem, ondanks zijn overtuigingen, niet schroomt mij te beschouwen als ‘broeder in Christus’. Dat gevoelen is wederzijds; we zijn door het geloof aan elkaar verbonden.”

Ouweneel heeft “niet veel nieuws” geleerd. “We wisten van elkaar wel ongeveer waar de ander stond. Maar daar ging het ook niet om: het was goed om de standpunten weer eens zo evenwichtig mogelijk op een rijtje te zetten, in de hoop dat ook anderen er iets aan hebben. Niemand hoeft het met John of mij – of met allebei! – eens te zijn, terwijl het toch nuttig kan zijn de standpunten weer eens naast elkaar te zien.”

Wat zeggen jullie tegen christenen die vinden dat door middel van de briefwisseling de verdeeldheid tussen christenen op dit thema wordt uitvergroot en dergelijke briefwisselingen geen zin hebben?

“Daar zeg ik tegen dat dat onjuist is”, antwoordt Ouweneel. “Het onder woorden brengen van een bepaalde verdeeldheid is niet hetzelfde als het ‘uitvergroten’ ervan. Dat klinkt alsof we het hele onderwerp maar liever moeten doodzwijgen, en dat willen we nu juist niet. Door de problematiek scherp in kaart te brengen wordt juist verhinderd dat anderen de zaak te veel ‘uitvergroten’. Hetero’s en homo’s zijn gewoon mensen met een bepaalde seksuele geaardheid. De vraag voor beide groepen is een en dezelfde: op welke wijze kan en mag volgens de Bijbel aan die geaardheid gestalte worden gegeven? Hoe nauwkeuriger de standpunten daarover geformuleerd worden, des te minder wordt er ‘uitvergroot” of – het omgekeerde ervan – ‘gebagatelliseerd’.”

Lapré wijst op “de grote winst van briefwisselingen”. “Ze geven een (uitgebreide) inkijk in wat er gebeurt in andermans hart. Briefwisselingen geven vaak veel uiting aan iemands intenties, beweegredenen, zoektochten, vragen en keuzes, ook van personen met wie de lezer het mogelijk grondig oneens is. Dat is heel nuttig! Ik denk dat wij als mensen de neiging hebben te snel iemand af te rekenen op zijn of haar beslissingen, overtuigingen en dergelijke. Echter, daarmee verliezen we wel (het hart van) mensen die net als wij naar het evenbeeld van God gemaakt zijn. Om dat te voorkomen, is het nuttig een spade dieper te steken, om te luisteren naar andermans motieven, om echt het hart van de ander open te laten bloeien.

Ik moet zeggen dat ik heel waardevolle contacten heb in onder andere de reformatorische wereld, omdat ik de tijd nam en neem het hart van de ander te verstaan en omdat de ander bereid is naar mijn gedachten te luisteren. Dan gaan we ‘de mens’ zien. Daar eindigt verdeeldheid en begint verbinding. Die verbinding betekent niet een vereenzelviging met andermans visies, die verbinding betekent dat we de ander verwelkomen in ons leven. Dan staat de koffie klaar! Ik heb hier bijzonder positieve ervaringen mee, ook als standpunten haaks op elkaar staan.”

“Wie de homo-mens niet of te weinig ziet staan, moet zijn mond houden over homo-praxis.”

Als een homo in een orthodox-christelijke kerk uit de kast komt, ervaren mensen vaak geen ruimte voor een soortgelijk gesprek zoals jullie die hebben gevoerd. Een christelijke homo verlaat in veel gevallen de kerk en soms wordt een gemeenschap er zelfs door verscheurd. Hoe kunnen kerken met zo’n situatie omgaan zonder de eigen bijbelse principes te verloochenen?

“Door het taboe van het onderwerp af te halen”, maakt Lapré duidelijk. “Dat doe je door erover te spreken, om te beginnen misschien in een werkgroep, maar daarna ook gemeentebreed. Veel gedoe ontstaat, omdat een homo uit de kast komt en men op dat moment niet weet waar als gemeenschap te staan. Gelukkig gaat dit langzamerhand beter en wordt het gesprek erover steeds vaker gevoerd.

De uitkomst van al die gesprekken kan bijvoorbeeld zijn, dat als een homo een relatie aan wenst te gaan met iemand van hetzelfde geslacht, hij of zij taken neer moet leggen. Mijn oproep is: communiceer dit! Zo maak je helder dat je niet de lhbt’er als persoon afwijst, maar dat je consequenties verbindt aan een keuze waar je als gemeente niet achter kunt staan. Dit kan nóg heel pijnlijk zijn voor de lhbt’er in kwestie (die natuurlijk altijd zelf kan bepalen te blijven of te gaan), maar is minder pijnlijk dan ‘uit het niets’ te zeggen: ‘Tja Henk, dan zul je toch moeten stoppen als zangleider.’

De uitkomst van de gesprekken kan ook zijn dat een gemeente de visie op homorelaties niet beschouwt als de kern van het evangelie rakend en als iets waarover men van mening mag verschillen. Ook dan geldt: communiceer dit! Hier valt erg veel meer over te zeggen”, aldus Lapré, verwijzend naar zijn boeken De veilige kerk en Van hart tot hart.

Ouweneel herkent zich niet in hoe de orthodox-christelijke gemeente in de vraagstelling wordt neergezet. “Dit is deels een verouderde stand van zaken is. Ik hoorde ‘toevallig’ juist van een van de strengste denominaties uit de gereformeerde gezindte in Nederland, dat daar een jongeman ‘uit de kast’ gekomen was en buitengewoon vriendelijk en welwillend was opgevangen door de andere kerkleden. Van een seksuele relatie kon volgens die kerk voor hem geen sprake zijn – en daar ben ik het mee eens – maar mede daarom probeerde men hem zo behulpzaam mogelijk terzijde te staan.

Wie de homo-mens niet of te weinig ziet staan, moet zijn mond houden over homo-praxis. Wat dat betreft is er veel ten goede veranderd, denk ik: dertig jaar geleden kon een hele kerk totaal ontredderd zijn als iemand ‘uit de kast’ kwam, doordat men zeker had menen te weten dat ‘zoiets bij ons niet voorkomt’. Vandaag mogen we vermoeden dat in elke gemeente gemiddeld zo’n 5% van de leden een homo-aanleg heeft.”

“Toen ik jong was, vond ik principes uitermate belangrijk. Dat vind ik nog wel, maar vandaag zou ik liever zeggen dat mensen altijd belangrijker zijn dan standpunten.”

In de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) wordt een homorelatie bestempeld als onbijbels en zondig. Mensen met een homorelatie zijn om die reden niet welkom aan de avondmaalstafel. De CGK in Zwolle is het hier niet mee eens. Eind vorig jaar was hierover zonder succes een regionale kerkvergadering. Wat zouden jullie naar aanleiding van de briefwisseling willen meegeven aan de CGK en de kerk in Zwolle die het niet eens is met het landelijke beleid?

Ouweneel: “In de eerste plaats mededogen met dat kerkgenootschap als geheel. De CGK is overkomen wat, vrees ik, nog heel wat andere kerkelijke richtingen is overkomen (denk aan de Anglicanen wereldwijd) of nog gáát overkomen: een diep meningsverschil over het al of niet toelaten aan de avondmaalstafel van mensen met een homorelatie. Er zijn wel meer diepe verschillen binnen de CGK, maar als het daar inderdaad tot een breuk zou komen – wat buitengewoon tragisch zou zijn – zal deze homo-kwestie vermoedelijk helaas een van de voornaamste breekpunten zijn. Ik heb daarin geen advies; ik kan alleen maar meehuilen met de duizenden die straks de slachtoffers van zo’n scheuring zullen zijn.”

Lapré: “Voor wat het waard is: doe nog een gezamenlijke poging te praten over de rol van het persoonlijke geweten van iedere gelovige, die leeft -zo mogen we geloven- onder leiding van de Heilige Geest. Durven we de uitdaging aan om iemand met wie we het fundamenteel oneens zijn te ontmoeten aan de avondmaalstafel? Waarom zouden we als gelovigen elkaar het brood des levens onthouden, terwijl we kisten vol brood weggeven aan duizenden mensen (gelovig en niet-gelovig) om hun honger te stillen?”

Sinds de publicatie van de Nashvilleverklaring is hier en daar de indruk ontstaan dat christenen moeten kiezen. Of je bent voor de Nashvilleverklaring en dus tegen de homopraxis óf je laat alle bijbelse principes varen. Sommige christenen voelen daardoor de druk om een van beide kampen te kiezen. Jullie briefwisseling heeft aangetoond dat deze zwart-wit voorstelling niet de praktijk is. Is het mogelijk om een middenpositie in te nemen zonder water bij de bijbelse wijn te doen?

Lapré: “Je kunt gerust tegen homorelaties zijn én de Nashvilleverklaring als een (min of meer) mislukt document beschouwen, al was deze alleen maar onpastoraal van karakter. Dat doen veel christenen ook en volgens mij niet met gevaar voor eigen positie. Ik ben nog geen christenen tegengekomen die menen dat als tegen de Nashvilleverklaring wordt gekozen daarmee alle bijbelse principes worden losgelaten. Mochten die christenen er wel zijn, dan zou ik zeggen: leg uit wat je bedoelt als de Nashvilleverklaring niet bij jou op het nachtkastje ligt.”

“Ik heb destijds nogal verontwaardigd gereageerd op de Nashvilleverklaring vanwege het volstrekt onpastorale karakter ervan”, herinnert Ouweneel zich. “De Amerikaanse versie was nog erger; de Nederlandse versie probeerde met een pastoraal nawoord de zaak nog een beetje recht te trekken. Waarom konden die Nederlanders dan zelf niet een betere verklaring opstellen? Het is inderdaad mogelijk een opstelling te kiezen waarin je dit type harteloze verklaringen afwijst, en tegelijk de homopraxis afwijst. In het gesprek met de ander kan dit afwijzen van de homopraxis alleen je laatste woord zijn, nadat je eerst voluit naast de homo-naaste bent gaan staan. Je zegt toch ook niet alleen maar dat seks buiten de huwelijksband niet mag zónder een pastoraal woord voor weduwen en weduwnaars en ongewenst ongehuwden? Toen ik jong was, vond ik principes uitermate belangrijk. Dat vind ik nog wel, maar vandaag zou ik liever zeggen dat mensen altijd belangrijker zijn dan standpunten.

De mooiste illustratie in de Bijbel is misschien wel het verhaal van de overspelige vrouw in Johannes 8. Jezus noemt haar overspelige gedrag ronduit ‘zonde’, want Hij zegt: “Ga heen, zondig niet meer.’ Daar is dus geen discussie over. Maar Hij wil ook niet dat ze geëxecuteerd wordt door een stelletje huichelaars die allemaal hun eigen (seksuele) zonden hebben. ‘Wie van u zonder (seksuele) zonde (van welke aard dan ook) is, laat die de eerste steen naar de homo-broeder of -zuster werpen.’”

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s