Slotbrief Ouweneel aan John Lapré: ‘Welkom om een kop koffie met Gerdien en mij te komen drinken’ | brief 6/6

john-lapré-en-willem-ouweneelRelaties tussen homofiele personen van hetzelfde geslacht noemde Willem Ouweneel onlangs in zijn rijtje ‘veelvoorkomende theologische dwalingen in christelijk Nederland’. John Lapré heeft als homoseksueel een relatie met een andere man en voelde zich aangesproken door de opmerking van Ouweneel. Het leidde tot een briefwisseling op CIP.nl waarin Lapré en Ouwenaal in elkaars hart keken. Vandaag de slotbrief van Ouweneel!

Lees hier brief 1 (JL), hier brief 2 (WJO), hier brief 3 (JL), hier brief 4 (WJO) en hier brief 5 (JL).

Hallo John,

Dank voor je toelichting over ‘theologie van de ogen’! Ik heb een christen-apologeet gekend van wie men zei dat hij elk debat met andersdenkenden wist te winnen, maar daarbij altijd zijn opponent ‘kwijtraakte’. Zo moet het inderdaad niet. Een van de moeilijkste dingen is echt in de huid van je opponent te kruipen; lukt dat niet, dat praat je in wezen in de ruimte. Dat geldt voor christenen die vanuit heel verschillende theologische denkkaders redeneren, maar het geldt misschien nog wel meer als het om ethische zaken gaat. Zo ongeveer wanneer een gehuwde en een ongehuwde debatteren over de praktische waarde van het huwelijk. Maar ook bijvoorbeeld wanneer een gelukkig getrouwde hetero en een worstelende homo discussiëren over wat er wel en wat er niet ‘kan’ op het terrein van de seksualiteit. Dat gaat natuurlijk nooit alleen over theologie en ethiek; veeleer gaat het om diep existentiële overtuigingen, waar ‘argumenten’ uiteindelijk allemaal op afglijden.

Ik neem met interesse kennis van je visie op de oorspronkelijke ‘mens’. Maar ik vind dat je Genesis 2 dan toch wel overvraagt…

Daarom kunnen de vragen die je in je tweede alinea stelt, nooit definitief beantwoord worden, en wel op een manier die voor iedereen geldig is. Dat is alleen al zo omdat hetero’s onderling, maar ook homo’s onderling (denk aan de bewust celibataire homo’s) tot heel verschillende inzichten komen. Uiteindelijk is het verschil precies zoals jij het formuleert: voor jou betekent het feit dat de bijbelse norm voor het huwelijk het huwelijk tussen een man en een vrouw is, niet dat seks uitsluitend in het bijbelse huwelijksmodel kan worden beleefd. En voor mij betekent het dat wel. Dat is voor mij een soort grondregel. Die regel wordt voor mij niet opzijgezet door de vraag hoe de seksualiteit in menig man-vrouwhuwelijk feitelijk wordt beleefd, terwijl dat voor jou blijkbaar wel een geldige vraag is. Dat kan ik begrijpen, en het zij zo.

Dit is de laatste van onze zes brieven, zoals we samen afgesproken hebben. Zonder jou opnieuw prikkelende vragen te stellen (want die zou je niet meer kunnen beantwoorden) kan ik in ieder geval proberen vast te stellen waar de verschillen ongeveer liggen. En wat ik net noemde, is zo’n verschil.

Ik neem met interesse kennis van je visie op de oorspronkelijke ‘mens’ (ha-adam). Blijkbaar ben je de rabbijnse mening toegedaan dat de oorspronkelijke adam nog niet ‘man’ of ‘vrouw’ was, maar in zekere zin beide: de ongedeelde mens. Ik ben daar niet zo zeker van, omdat het toch een isj (‘man’) is die een isja (‘mannin’, d.i. ‘vrouw’) tegenover zich krijgt. Dát vind ik het boeiende van Genesis 2: man en vrouw zijn elkaars complement, ze vullen elkaar aan, ze vormen een eenheid. Dat is zo mooi, juist doordat de één van ‘Mars’ en de ander van ‘Venus’ komt, als ik even een seculier beeld mag gebruiken. Psychologisch kan ik me best voorstellen dat twee personen van ‘Mars’ in bepaalde opzichten óók elkaars complement blijken te kunnen zijn, zoals we dat ook kennen uit boezemvriendschapsrelaties tussen hetero’s van hetzelfde geslacht. Maar ik vind dat je Genesis 2 dan toch wel overvraagt… Geen twee ‘Marsianen’ kunnen ooit elkaars complement zijn zoals een ‘Marsiaan’ en een ‘Venusiaan’ dat wél kunnen, niet alleen biologisch, maar ook psychologisch.

Als jullie mijn gevoelen over homoseksuele relaties respecteren, zijn Lionel en jij hartelijk welkom om een kop koffie met Gerdien en mij te komen drinken!

In je één na laatste alinea breng je de woorden ‘zondig’ en ‘zondigheid’ ter sprake, nadat ikzelf eerder over ‘zondige wegen’ had geschreven. Zelf probeer ik die woorden liefst te vermijden, omdat maar al te vaak het gesprek over homoseksualiteit bij voorbaat wordt afgesneden door de opmerking ‘homoseksualiteit is zonde’ – waarbij dan ook nog eens (volkomen misplaatst) Genesis 19, Romeinen 1 en 1 Korinthiërs 6 en dergelijke worden aangevoerd. Zo wilde ik er niet over spreken. Maar nu de ‘zonde’ toch ter sprake komt – je weet ook dat het Hebreeuwse woord voor ‘zondigen’ zoveel betekent als ‘het doel missen’ (bijv. bij het pijlen schieten). En daar zit hem nu weer de kneep. Omdat jij zelf niet meer kunt antwoorden, zal ik het voor je doen. Als twee mannen zielsveel van elkaar houden, ook lichamelijk, en een relatie aangaan, hebben ze dan ‘het doel gemist’ óf juist het doel van hun leven, althans op dit punt, gevonden? Mijn antwoord zou een wedervraag zijn: is het aangaan van een (ook seksuele) relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht nu juist niet ‘het doel van de seksualiteit’ missen, en daarmee ook het doel van het Godgegeven huwelijk missen?

Ik laat de vraagtekens maar staan, John, omdat je niet meer kunt reageren. De vragen blijven in de lucht hangen, en laat ieder die met ons mee leest, er zelf maar een antwoord op proberen te formuleren. En zich daarbij afvragen in hoeverre het feit dat hij/zij een homo of een hetero is, bij die beantwoording een rol speelt. Met andere woorden: wie is in deze zaak ‘objectief’?

John, ook ik moet nu afsluiten. Als jullie mijn gevoelen over homoseksuele relaties respecteren, zijn Lionel en jij hartelijk welkom om een kop koffie met Gerdien en mij te komen drinken! In ieder geval laat zij jou hierbij alvast hartelijk groeten.

Nogmaals van harte Gods zegen gewenst!

Willem J. Ouweneel

P.S. En we beloven elkaar dat we ons niets aantrekken van de mensen die vinden dat ik of (veel) te hard, of (veel) te zacht op jou gereageerd heb, zeker als die twee groepen elkaar aardig in evenwicht houden….

1 reactie

Opgeslagen onder Boek - De veilige kerk

Een Reactie op “Slotbrief Ouweneel aan John Lapré: ‘Welkom om een kop koffie met Gerdien en mij te komen drinken’ | brief 6/6

  1. Mooie briefwisseling. Goed om te lezen dat diverse meningen hierover kunnen bestaan, zonder elkaar af te schrijven als mens.
    Tegen een goede vriend (homoseksueel) heb ik altijd gezegd dat ik het voor onze vriendschap niet boeiend vind, hoe hij of ik tegen homoseksualiteit aankijkt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s